Verenigingenvetes: Moeder Mars en Vader Venus


We proberen allemaal in vrede samen te leven, maar conflicten zijn nu eenmaal onvermijdelijk. Die conflicten stapelen zich soms echter op tot echte vetes. En geen enkele vete is zo sappig als een interplanetaire oorlog tussen twee studentenverenigingen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 2/12/2018 – 16:59 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ben je boos op je moed­er, omdat ze je dwingt iedere dag van Antwer­pen naar Gent te pen­de­len? Terecht, treinen zijn vre­selijk. Maar weet je wat nog veel erg­er is? Iedere dag het ruimteschip moeten nemen om op tijd in de les te zit­ten. Daarom besloot onze uni­ver­siteit recent nieuwe cam­pussen te ope­nen op Mars en Venus, zodat de stu­den­ten daar niet iedere dag door het gat in de ozon­laag naar de les moeten vliegen. Wie een nieuwe cam­pus zegt, zegt natu­urlijk ook stu­den­ten­v­erenigin­gen. Maar wat blijkt nu: die buite­naardse stu­den­ten kun­nen het hele­maal niet zo goed met elka­ar vin­den.

Gezonde competitie

Op het eerste gezicht is het niet zo duidelijk hoe het kan dat twee verenigin­gen op andere plan­eten een hekel aan elka­ar hebben. De oor­sprong van deze vete wordt ons echter fijn­t­jes uit­gelegd door Godelieve Dubois, viceprae­ses van Vad­er Venus: “Wij hat­en de Mar­ti­aanse stu­den­ten hele­maal niet. Sterk­er nog, wij komen zelfs vrij goed met elka­ar overeen. De ‘vete’ is eerder een vriend­schap­pelijke com­peti­tie tussen onze twee verenigin­gen. De meeste inter­plan­e­taire wed­stri­j­den wor­den steeds gewon­nen door ons of door Moed­er Mars – als ze valsspe­len – van­daar dat we elka­ar een beet­je als rivalen zijn begin­nen zien.”

“Die Venu­sia­nen geven iedere keer de volle 110%, dat kun je van die tamme Aardlin­gen niet zeggen” ‑Van­der Zan­den

Ook Aaron Van­der Zan­den, prae­ses van Moed­er Mars, heeft een posi­tieve blik op de rivaliteit. “Ik denk dat onze leden vooral veel respect voor elka­ar hebben. Als we te horen kri­j­gen dat we het bij laser­ball of bij de 12-licht­jaren­race tegen Vad­er Venus moeten opne­men, weten we dat het een goeie com­peti­tie gaat wor­den. Die Venu­sia­nen geven iedere keer de volle 110%, dat kun je van die tamme Aardlin­gen niet zeggen (lacht). En tuurlijk, wij pla­gen elka­ar soms wel eens, maar daar­na gaan we een goeie cola drinken en is dat alle­maal weer vergeven.”

Plagerijen

De rivaliteit bli­jft echter niet beperkt tot een gezonde com­peti­tiegeest. Zoals Van­der Zan­den al liet vallen, halen de verenigin­gen ook vaak grap­pen uit met elka­ar. Zo onder­scheepten de V‑Wings van Vad­er Venus vorige maand bijvoor­beeld een car­goschip ter hoogte van Pho­bos, een van de manen van Mars. “Dat car­goschip was volledig gevuld met bier voor hun plan­e­taire can­tus die avond,” aldus Dubois, “je had hun gezicht­en eens moeten zien toen ze zich realiseer­den dat hun schip was neergestort. Al ben ik er zek­er van dat ze nuchter met het nieuws zijn omge­gaan (lacht).”

Ook Van­der Zan­den kon de grap wel smak­en. “Wij had­den een paar weken eerder hun water­voor­raad geë­va­poreerd, zodat ze alle­maal van die super dure fris­drank uit de auto­mat­en moesten drinken. Ik vond dit wel een sportief antwo­ord op die grap.” Zow­el Van­der Zan­den als Dubois trekken echter wel gren­zen in hun plager­i­jen. “Bij ons is de regel dat we de missie afbreken als er meer dan twee­duizend schep­en verni­etigd wor­den,” legt Dubois uit. “Het is nooit aan­ge­naam om aan de oud­ers van die stu­den­ten een bericht te moeten sturen dat hun zoon is omgekomen in een inter­plan­e­tair con­flict. Maar ja, dat is natu­urlijk onver­mi­jdelijk. Dat hoort bij het stu­den­ten­leven.”

Wie in ieder geval een grote fan is van deze oud­er­ruzie is Elon De Gucht, doop­meester en meester van defen­sie bij de Inter­plan­e­taire Economis­che Kring (IEK). “Hoe grot­er dat con­flict, hoe beter voor ons,” zegt hij ons lachend. “Eén slachtof­fer is een tragedie, duizen­den zijn een nieuwe afzetmarkt (lacht).”