Hier of elders


Je zit aan ‘t bor­du­urt­je van je ven­ster, een tas­je thee in je han­den,  al een tijd­je starend naar een jonge ker­el. Hij houdt zijn pit­bull aan de leiband, wach­t­end voor een BON­GO-winkel. Miss­chien is het de ver­jaardag van zijn schoon­moed­er, denk je.   Mensen zijn hun inkopen aan het doen in jouw straat. Elke dag weer.…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 18/11/2018 – 17:27 door Katrien Van­den­broeck

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Je zit aan ‘t bor­du­urt­je van je ven­ster, een tas­je thee in je han­den,  al een tijd­je starend naar een jonge ker­el. Hij houdt zijn pit­bull aan de leiband, wach­t­end voor een BON­GO-winkel. Miss­chien is het de ver­jaardag van zijn schoon­moed­er, denk je.  

Mensen zijn hun inkopen aan het doen in jouw straat. Elke dag weer. Elke dag weer. Je vraagt je af waarom.

Ach, kap­i­tal­is­tis­che samen­lev­ing.

Je beeldt je in dat je in een jun­gle zou lev­en, een plaats waar je zou moeten stri­j­den om te over­leven. Dan zou je wellicht kokos­noten zoeken. Gratis verse kokos­noten die je met volle macht zou open­breken. Miss­chien zou je zelfs tijgers ont­moeten.

Je vraagt je af of je ooit een tijger hebt gezien. Ja, je herin­nert je het nog, die dag als acht­jarige in de zoo van Antwer­pen.

Je kri­jgt zin om naar het oer­woud te trekken, BON­GO-bon­vrij. Into the wild. Dan zou je niet meer piek­eren over exa­m­ens die zo ver van je staan. Of over andere din­gen die nu alle­maal belan­grijk lijken. Neen, het enige waaraan je zou moeten denken is hoe je de dag zou kun­nen over­leven. Je ziet dat wel zit­ten.

Het is miez­erig buiten.

Je ziet een kind­je in een plas sprin­gen. Je zou niet in plassen kun­nen sprin­gen in het oer­woud, denk je. Alhoewel. Hier mag je zelfs niet zomaar plassen. Onnozele wet­gev­ing.

Je zucht.

Je probeert jouw reis te plan­nen. Je zou een vlieg­tu­ig moeten gebruiken om naar het oer­woud te trekken, besef je.

Je zou niet in plassen kun­nen sprin­gen in het oer­woud, denk je. Alhoewel. Hier mag je zelfs niet zomaar plassen. Onnozele wet­gev­ing.

Je ziet Sam (de hond heb je inmid­dels ‘Sam’ genoemd) kwi­jlend naar de wafel van Bert (de jon­gen) kijken. De jon­gen kijkt terug. Je ziet dat hij een gebaar maakt, dat vraagt of Sam iets van zijn eten zou willen. Sam kwis­pelt. Zijn baas­je legt een vinger omhoog. Sam gaat liggen. Bert geeft hem een stuk­je wafel. Je vin­dt het schat­tig. Sam en Bert zien er gelukkig uit.

Maar waarom gelukkig zijn?

Je kijkt terug naar jouw tas.

Je zou geen thee hebben in het oer­woud, daar ben je wel zek­er van. Je bedenkt je hoeveel mensen achter dit drankje staan. De tas: Ikea. Zorgvuldig hef je je kop­je op. Made in Chi­na lees je. Dan heb je nog water. Het water moest koken, dat heb je ook gedaan, slimme mens die je bent. Je gaat naar de keuken. Je kijkt naar de boil­er. Weer made in Chi­na. God­ver. Je kijkt naar de pak­jes thee. “Van­waar komen de blaad­jes?”, vraag je je af. Je bent te lui om dat te onder­zoeken.

Je hebt het al begrepen.

Je gaat terug aan het raam zit­ten.

Bert haalt zijn vinger weer omhoog. Sam gaat liggen. Sam kri­jgt een klein­er stuk­je dan voor­di­en. Bert glu­urt bin­nen in de winkel naar zijn vriendin. Haar kan je amper zien, maar je hebt haar toch ‘Bren­da’ genoemd.

Je zou begot niet weten hoeveel dagen je in het oer­woud in lev­en zou bli­jven. Tijgers kun­nen gevaar­lijk zijn.  

Bren­da komt naar buiten. Sam kri­jgt een lieflijke aai. Bert kri­jgt een knuffel en een vluchtige kus. Sam, Bren­da en Bert gaan nu weer op stap. Je verwacht dat hen nog veel avon­turen te wacht­en staan.

Je glim­lacht zacht­jes. De thee was lekker.

Miss­chien is het hier nog niet zo mis.