Start to Talk


Heel wat studenten voelen zich niet goed in hun vel en vinden het moeilijk om hierover te praten. 'Start to Talk' is een project rond mentaal welzijn waarbij ze terecht kunnen voor praatsessies georganiseerd voor en door studenten. We blikken met de oprichters terug op het eerste jaar en hebben het over de mogelijkheden voor de toekomst.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/11/2018 – 17:10 door Cather­ine Hoff­mann

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Lind­sey Van Raem­don­ck en Rico Pari­daens, alle­bei geneeskun­destu­den­ten en lid van de Bel­gian Med­ical Stu­dents’ Asso­ci­a­tion (BeM­SA), hebben het Start to Talk in okto­ber 2017 in het kad­er van ‘Mak­ing Tomor­row’ opgericht. Sinds­di­en vin­den er op elke eerste maandag van de maand praat­sessies plaats.

De kracht van praten

“Het is in onze samen­lev­ing niet alti­jd zo evi­dent dat er over bepaalde onder­w­er­pen gepraat wordt, en het is net dat taboe dat we met onze praat­sessies willen door­breken. Daar­bij baseren wij ons op het krachtige effect van prat­en om het men­taal welz­i­jn van stu­den­ten te ver­beteren,“ zegt Lind­sey Van Raem­don­ck ons. “Een mod­er­a­toren­duo lei­dt het gesprek om het ijs te breken. Aan het begin van een sessie begin­nen de mod­er­a­toren met hun ver­haal te vertellen. Ze stellen zich kwets­baar op en zijn dus op één niveau met de deel­ne­mers. Daar­na kan iedereen vertellen wat hij of zij wil. Als iemand begint met zijn ver­haal, herken­nen andere mensen daar vaak ele­menten uit, pikken erop in en vertellen over hun ervarin­gen.”

De organ­isatoren willen graag meer inter­na­tionale stu­den­ten aantrekken. Daarom vin­dt er naast een sessie in het Ned­er­lands ook een sessie in het Engels plaats. “Een­za­amheid wordt niet zo vaak expli­ci­et uit­ge­spro­ken en we weten niet of velen zich een­za­am voe­len, maar we zien wel dat mensen opgelucht zijn na zo’n sessie, omdat ze weten dat ze niet de enige per­soon zijn die zich slecht voelt,” aldus Lind­sey. Ze legt uit dat som­mi­gen zeggen dat er zich kliek­jes in hun audi­to­ri­um vor­men en ze het moeil­ijk vin­den om zich daar bij aan te sluiten. Andere vertellen dat ze vrien­den hebben, maar dat ze niet met hen kun­nen prat­en zoals in Start to Talk. Voor de een is het al makke­lijk­er om zich open te stellen dan voor de ander.

Het is belan­grijk om te weten dat het project geen oplossin­gen biedt om bijvoor­beeld een­za­amheid te ver­min­deren. “Als we merken dat deel­ne­mers nood hebben aan indi­vidu­ele begelei­d­ing, kan Start to Talk hun naar de stu­den­tenpsy­cholo­gen doorver­wi­jzen. Wij zijn tenslote ook maar stu­den­ten en geen experten. We merken wel dat voor veel stu­den­ten vertellen over hun prob­le­men en een plaats hebben waar naar hen geluis­terd wordt een grote oplucht­ing kan zijn.”

Vroeg succes, maar grotere ambities

“We had­den nooit verwacht dat het project zo’n impact zou hebben. Mensen zeggen ons vaak dat ze het echt nodig had­den. Een aan­tal mensen die naar de eerste work­shop gekomen zijn, zijn nu nog steeds bezig met de actieve organ­isatie. Zon­der hen was het nooit gelukt en zij dra­gen nog steeds dit project,” aldus Rico Pari­daens. Wat de toekomst van het project betre­ft, hopen de organ­isatoren dat het kan bli­jven bestaan. Momenteel proberen ze nieuwe leden, en in het bij­zon­der mod­er­a­toren, aan te trekken en reclame te mak­en zodat meer hulp­zoek­ende stu­den­ten hun vin­den.  “Op lange ter­mi­jn hebben we wel de visie om dit uit te brei­den naar andere uni­ver­siteitsst­e­den,” sluit Rico af.

Op Maandag 5 novem­ber organ­iseert Start To Talk zijn tweede sessie van het acad­e­mie­jaar om 19u30 in het Overko­phuis (Drab­straat 18, 9000 Gent).