Lotto Zesdaagse voor Dummies


Naar jaarlijkse gewoonte worden er vanaf zaterdag weer zes dagen lang massa's rondjes gereden op de wielerpiste van 't Kuipke in het Citadelpark. Maar hoe werkt zo'n zesdaagse nu in feite? Een inleiding tot de Lotto Zesdaagse van Gent, u gratis aangeboden door Schamper. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/11/2018 – 17:10 door Evert Ner­inckx

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De regels

De opzet van een zes­daagse is in wezen erg een­voudig: het team dat na zes dagen koers de meeste rond­jes op de wiel­er­piste heeft afgelegd, wint. Zes­daagsen wor­den alti­jd verre­den in teams van twee ren­ners die elka­ar op de piste afwis­se­len. Het draait tij­dens zo’n zes­daagse echter niet alleen om het rij­den van zoveel mogelijk rond­jes op de wieler­baan, de teams kun­nen ook pun­ten ver­di­enen bij de ver­schil­lende dis­ci­plines die tij­dens een zes­daagse geor­gan­iseerd wor­den. Voor elke hon­derd pun­ten die een ploeg behaalt, wordt een bonus­ronde toegek­end. De belan­grijk­ste sub­dis­ci­pline op een zes­daagse is de ploegko­ers (ook wel de madi­son genoemd), omdat teams tij­dens deze proef  in een recht­streeks duel met hun con­cur­renten een ronde voor­sprong kun­nen nemen. Dit kan door vooraan uit het pelo­ton weg te rij­den en achter­aan weer aan te sluiten. Tij­dens de koers kun­nen de twee ploeg­makkers elka­ar naar eigen goed­dunken aflossen. Een ander spec­tac­u­lair num­mer is de dernyko­ers, waar­bij elke ren­ner op de piste gegang­maakt wordt door een motor­fi­ets die con­stant vlak voor de ren­ner uit bli­jft rij­den. Omdat de ren­ners daar­door weinig luchtweer­stand ondervin­den, kan de snel­heid enorm hoog opge­dreven wor­den, vaak tot wel 80km/h en meer. Andere dis­ci­plines die tij­dens elke zes­daagse op het menu staan, zijn onder andere de afvallingsko­ers, de scratch, en de baan­ronde. 

Een woelige geschiedenis

De Lot­to Zes­daagse van Gent bestaat al sinds 1922, maar heeft in zijn bij­na hon­derd­jarige geschiede­nis al woelige watert­jes moeten doorzwem­men. Tij­dens de bezetting door de nazi’s werd de zes­daagse ver­bo­den wegens entartete kun­st, ontaarde kun­st dus, niet in overeen­stem­ming met de esthetis­che waar­den van het Arische ras. Zes­daagsen waren toen immers – en van­daag nog steeds – niet alleen een sportief gebeuren, maar ook deca­dent verti­er voor het volk, dat dol was op het spec­tac­u­laire baan­wiel­ren­nen. Tij­dens de zes­daagse van 1962 vat­te de houten wieler­baan van ’t Kuip­ke dan weer plots vuur: een nas­meu­lende sigaret van een toeschouw­er bleek vol­doende om de volledi­ge piste tot as te her­lei­den. Het duurde uitein­delijk tot 1965 voor er opnieuw een zes­daagse kon plaatsvin­den. Het werd wel een come­back in sti­jl voor de Gentse zes­daagse: de eerste over­win­ning na de brand ging naar de jonge Eddy Mer­ckx, die samen met kom­paan Patrick Ser­cu de tegen­stand aan flar­den reed. Ser­cu zou met maar lief­st elf zeges lat­er nog de grote zegekon­ing van de Lot­to Zes­daagse van Gent wor­den. Van­daag is de Gentse zes­daagse bij sup­port­ers en wiel­ren­ners een begrip gewor­den, waar­door het steeds kan reke­nen op de komst van enkele grote namen. Zo sleepten in 2016 de Britse wieleri­co­nen Mark Cavendish en Bradley Wig­gins de eindzege in de wacht.

Brood en spelen

Zoals gezegd staat de Gentse zes­daagse niet alleen garant voor sportieve hoogtepun­ten, ook volksver­maak staat er hoog op de agen­da. Moest u nog twi­jfe­len om een tick­et­je te kopen: de nodi­ge por­tie entartete kun­st wordt dit jaar voorzien door optre­dens van onder andere Lau­ra Lynn, Gun­ther Neefs en Gar­ry Hag­ger. Wie daar niet warm van wordt, heeft waarschi­jn­lijk te veel rond­jes gedraaid op de Gentse wiel­er­piste.