Fascist!


Met de opkomst en nakende ondergang van Schild & Vrienden en de plotse groei van het Vlaams Belang wordt iedereen en alles plots weer voor 'fascist' uitgescholden. Maar wat is een fascist überhaupt? Professor Geschiedenis Bruno de Wever licht het ons toe.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 21/10/2018 – 16:31 door Katrien Van­den­broeck­Six­tine Bérard­David Sebrecht­sLi­nus Ver­meulen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Op zoek naar een definitie

Het definiëren van het ‘fascisme’-begrip is geen gemakke­lijke zaak. In het nul­num­mer van het tijd­schrift Fas­cism, jour­nal of con­tem­po­rary fas­cist stud­ies, het num­mer dat eigen­lijk het tijd­schrift lanceert, schri­jft bijvoor­beeld één van de grote inter­na­tionale spe­cial­is­ten, Roger Grif­fin van Oxford Brooks Uni­ver­si­ty, het vol­gende: ‘Study­ing fas­cism in a post-fas­cist age: from new con­sen­sus to new wave?’ Pro­fes­sor Bruno De Wev­er geeft ons zijn kijk op de hele kwest­ie.

“Het vraagteken duidt er al op dat als je vraagt naar een defin­i­tie van fas­cisme, daar geen sim­pel antwo­ord op is. Is fas­cisme een begrip dat enkel toepas­baar is op een spec­i­fiek his­toris­tis­che peri­ode, tussen grosso modo de jaren twintig tot vijftig, of heb je een meer gener­iek fas­cisme-begrip? Maar kan je über­haupt een gener­iek fas­cisme definiëren? Kun je fascis­tisch Ital­ië en Nazi-Duit­s­land, om maar de twee grote regimes te noe­men, onder de noe­mer ‘fas­cisme’ vat­ten, of zijn de ver­schillen te groot? En zo niet, waar liggen dan de gren­zen van wat je ‘fascis­tisch’ kunt noe­men? Je kan dus niet zomaar zeggen ‘Wat is fas­cisme?’, dat hangt er vanaf welke the­o­rie we gaan vol­gen. Ik heb zelf, een paar jaar gele­den inmid­dels, voor mijn eigen onder­zoek, ‘fas­cisme’ moeten definiëren. Het onder­zoek han­delde over het Vlaams Nation­aal Ver­bond (VNV), een Vlaams-Nation­al­is­tis­che par­tij die in 1933 ontstond, en die zowat het belan­grijk­ste poli­tieke kad­er biedt voor de col­lab­o­ratie met het Nation­aal-Social­isme tij­dens WOII. Dit is dus een par­tij waar­van je je kunt afvra­gen in welke mate die fascis­tisch te noe­men is.”

“Fas­cisme is een rev­o­lu­tion­aire beweg­ing”

“Ik, en dit artikel van George Grif­fin even­zeer, ga er dus vanu­it dat er wel zoi­ets bestaat als een gener­iek ‘fascisme’-begrip.” De Wev­er heeft voor zijn onder­zoek gro­ten­deels gebruik gemaakt van Stan­ley Pains mod­el, die in het fas­cisme drie belan­grijke ‘anti’-componenten ziet: een antilib­erale, een anti­so­cial­is­tis­che, en een anti­con­ser­vatieve beweg­ing.

“Fas­cisme is dus een rev­o­lu­tion­aire beweg­ing. Dat is raar: fas­cisme en rev­o­lu­tie, is dat niet eerder links? Neen: je hebt ook rechtse rev­o­lu­ties natu­urlijk. Wat bij Stan­ley Pain nog niet zo sterk aan­wezig is, maar in het huidi­ge fas­cismede­bat wel sterk op de voor­grond komt, is het idee van ‘palin­genet­ic nation­al­ism’: dat is een soort van ‘her­boren wor­den van de natie’. Elk fas­cisme is ultra­na­tion­al­is­tisch, en heeft dus een nation­al­is­tis­che kern, waar­bij een aan­tal fig­uren opstaan die bew­eren namens dat volk te kun­nen spreken. Dat maakt het natu­urlijk anti­de­moc­ra­tisch, dat had ik nog moeten ver­noe­men bij mijn ‘anti’-gegevens. Dus je hebt daar die rare dubbelzin­nigheid: aan de ene kant heb je fascis­tis­che lei­ders die spreken namens het volk, maar deze gaan tegelijk­er­ti­jd alle kanalen en instru­menten waar­langs dat volk eventueel zou kun­nen spreken, schrap­pen. Democ­ra­tie moet weg want democ­ra­tie verdeelt het volk. Dat maakt hen natu­urlijk wel heel anders dan vele con­ser­vatieve stro­min­gen die eerder namens een tra­di­tie opkomen. Wat Adolf Hitler zei, en op zich heette zijn par­tij ook de ‘Nation­al­sozial­is­tis­che Deutsche Arbeit­er­partei’, is: ‘Ik sta voor het volk, ik ben de ver­lichte lei­der die door het volk naar boven ges­tu­urd is en die namens dat volk zal spreken.’ ”

De grenzen van fascisme

Vol­gens De Wev­er onder­schei­dt het fas­cisme zich van de uiterst rechtse maatschapijkri­tiek via de com­po­nent geweld, het idee dat je dus via een geweld­dadi­ge rev­o­lu­tion­aire weg, of met andere woor­den het inzetten van par­ti­jmil­i­ties, de din­gen moet veran­deren. De samen­lev­ing wordt dus voorgesteld als een per­ma­nente stri­jd.

“Men noemt dat wel eens ‘soci­aal dar­win­isme’, al vind ik dit een gevaar­lijke term om in een breed debat te gebruiken, want mensen denken dan dat dat iets met Dar­win te mak­en heeft. Het heeft hele­maal niets met Dar­win te mak­en! Het soci­aal dar­win­isme is een onweten­schap­pelijke toepass­ing van Darwin’s fan­tastis­che evo­lu­tieleer op het soci­aal samen­leven van mensen. De per­ma­nente stri­jd zou the fittest, de sterk­sten, lat­en boven komen. Deze hebben dan het recht om macht uit te oefe­nen. In het geval van nazi-Duit­s­land wordt dat dan ook nog eens heel sterk gekop­peld aan biol­o­gisch racisme: de Ariërs, de Duit­sers zijn de besten.”

“De per­ma­nente stri­jd zou the fittest, de sterk­sten, lat­en boven komen”

Gevraagd wat het ver­schil is tussen fas­cisme als beweg­ing en fas­cisme als regering, schetst pro­fes­sor De Wev­er het als een geval van ‘erop of eron­der’. Staat de democ­ra­tie in een gegeven land sterk, dan delft de fascis­tis­che beweg­ing het onder­spit.

“De Action Française in Frankrijk bijvoor­beeld, met Charles Mau­r­ras, was echt wel een mass­abe­weg­ing maar deze is nooit aan de macht kun­nen komen. Hier in onze eigen Bel­gis­che con­text, bij de Vlaamse mil­i­tan­ten, heb je ook een fase waar geweld voor een stuk terug insluipt. Maar de VMO (Vlaamse Mil­i­tante Orde, een extreem­rechtse pro­pa­gan­da- en actiegroep in Vlaan­deren van 1950 tot 1983, red.) wordt dan onmid­del­lijk vero­ordeeld.” Daartegen­over staan de zwakke tussenoor­loogse democ­ra­tieën van Duit­s­land, Oost­en­rijk en Ital­ië, die het fas­cisme zon­der veel moeite kon bin­nen­drin­gen, ver­pul­v­eren en her­schep­pen.

Een zwakke democ­ra­tie als voed­ings­bo­dem van fascis­tis­che regimes dus. Togli­at­ti, een van de eerste verzetstri­jders en lei­der van de Ital­i­aanse Com­mu­nis­tis­che Par­tij, en his­tori­ci zoals de Bel­gisch-Canadese UGent-alum­nus Jacques Pauwels leggen de klem­toon anderz­i­jds op de ste­un en coör­di­natie van de grootin­dus­trie als bepal­ende fac­tor. Nadat Hitlers Bierkeller­putsch in 1923 mis­luk­te, ging hij te rade bij zijn vriend, de mijn­bouwgi­gant Fritz Thyssen. Deze adviseerde hem met twee ton­gen te spreken: in de straat won hij de ste­un van de gewone man door met franke taal uit te varen tegen luie bureau­crat­en en roofzuchtige joden, die bei­den zouden prof­iteren van de noeste arbeid van de Duitser; bin­nen­skamers beloofde hij aan indus­triëlen, bankiers en andere elites de arbei­der­sor­gan­isaties uit de weg te ruimen en het volk op zijn hand te kri­j­gen. Zon­der hun finan­ciële gen­erositeit was de NSDAP nooit zee­vaardig gebleven.

Wie zijn de fascisten van vandaag?

Pro­fes­sor De Wev­er ziet vooral­snog geen fas­cis­ten aan de macht en hij gelooft ook niet in de nakende reïn­car­natie van Hitler of Mus­soli­ni. Dat neemt niet weg dat er wereld­wi­jd pseu­do­fascis­tis­che ten­densen actief zijn, maar deze proberen formeel de democ­ra­tie nog niet te onder­mi­j­nen. “Wat je wel hebt, en dat is een nieuw debat, is wat men de ‘illib­erale democ­ra­tie’ noemt, waar­bij de democ­ra­tie zuiver gezien wordt als een soort tech­nocratisch gegeven, ter­wi­jl men de democ­ra­tie als waardesys­teem niet meer herkent. Van­mor­gen nog op de radio: Forza Ninove is de groot­ste par­tij, dus moet deze de burge­meester lev­eren. Dat is een lez­ing van de democ­ra­tie die zuiver tech­nocratisch is. De democ­ra­tie ontstaat bij con­sen­sus. Dan kom je meteen al bij een soort waar­den­sys­teem waarin het over­leg cen­traal staat bij het sluiten van com­missies. Niet de meerder­heid ver­sus min­der­heid, neen, men moet reken­ing houden met min­der­he­den. Een belan­grijke ver­wor­ven­heid van de democ­ra­tie is bijvoor­beeld respect voor mensen.”

Dit wegzetten als ‘Gut­men­sch-praat’ is gevaar­lijk, maar daarom niet meteen fascis­tisch. Zolang er ten­min­ste formeel nog vast­ge­houden wordt aan de democ­ra­tie zit­ten we safe. Daar­bij is geweld een noodza­ke­lijk fascis­tisch ken­merk, wat momenteel taboe bli­jft. Schild & Vrien­den, zo merkt De Wev­er op, komen hier meer als ‘salon­fas­cis­ten’ naar voren. Het dele­git­imeren van vak­bon­den, de palin­genetis­che mytholo­gie, het vijand­beeld jegens de vreemde indringer – al deze aspecten zijn weliswaar aan­wezig, maar het risi­co dat ze nog steeds een gevaar vor­men wil hij echter niet over­dri­jven. 

“Een democ­ra­tie die veerkrachtig, lev­end, gere­specteerd en humaan is, vormt de sterk­ste dam die we ons tegen fas­cisme kun­nen wensen.”

De Wev­er is eerder bezorgd over buiten­landse illib­erale beweg­in­gen. “In Hon­gar­i­je kan je gewoon opgepakt wor­den als je dak­loos bent. Je kri­jgt ook geweld tegen trans­mi­granten. Ik ben zek­er en vast niet onachtza­am voor dit soort van ontwik­kelin­gen die, denk ik, veron­trustend zijn, en waarte­gen een belan­grijke tegen­stem moet ontstaan. Ik hoop dat de Europese Unie die tegen­stem kan bieden. De EU heeft de invulling, de ‘soft­ware’ van de democ­ra­tie. De EU is namelijk de hoed­er van de waarde­volle mensen­recht­en. Alle lid­stat­en moeten deze in principe eerbiedi­gen. Een democ­ra­tie die veerkrachtig, lev­end, gere­specteerd en humaan is, vormt de sterk­ste dam die we ons tegen fas­cisme kun­nen wensen.”