Liefdadigheid tot bloedens toe


Elk semester strijkt een karavaan van het Rode Kruis neer in het UFO. Ook deze keer meldden heel wat studenten zich aan om een bloedoffer te brengen voor een hoger doel.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/03/2018 – 9:12 door Nicky Van­degh­in­ste

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Vorig jaar nog had het Rode Kruis een cam­pagne met de slo­gan ‘Ver­vang mij’. Elk jaar zijn er ongeveer 40.000 donors die weg­vallen omdat ze te oud zijn, ziek wor­den of een andere veran­der­ing onder­gaan. Ook daarom bli­jven de acties voor stu­den­ten heel belan­grijk.

Voor som­mi­gen lijkt het een enge ervar­ing, met net iets te veel naalden. Anderen doen het al jaren. Om voor onze lez­ers te kun­nen getu­igen hoe dat pre­cies gaat, namen we de proef op de som en gin­gen we bin­nen de redac­tie op zoek naar twee vri­jwilligers. De ene vri­jwilliger zou zich aan­bieden op de Bloed­serieus-actie in het UFO voor haar eerst donatie ooit. De tweede klopte aan in het donor­centrum in de Sint-Pieter­snieuw­straat en had het al enkele keren eerder gedaan.

De eerste keer is altijd spannend

WTF NOOIT MEER

Vri­jwilliger één is in een nerveuze bui. Ze besluit haar eigen bewee­gre­de­nen nog eens te willen horen: “Waarom doe ik dit toch?” Ze over­handigt haar iden­titeit­skaart, laat zich reg­istr­eren en begeeft zich naar het hok­je om de vra­gen op te lossen. Men mag hopen dat ze op exa­m­ens iets vlug­ger is, want ze zou een extra half uur van­wege faciliteit­en wel kun­nen gebruiken. De verk­lar­ing blijkt al snel dat – net als op een exa­m­en – som­mige vra­gen ver­war­rend gefor­muleerd zijn of op het eerste gezicht weinig rel­e­vantie hebben. 

Na een bezoek­je aan de dok­ter lopen we verder naar een tafel waar we een bak­je met bloedza­kken, tubes, buizen en ander mate­ri­aal kri­j­gen. Daarmee moeten we ons naar de bed­den begeven. Hier vol­gt de eerste teleurstelling. Ik mag haar niet vergezellen voor ste­un en moet geduldig aan de kant wacht­en. “We moeten al op genoeg let­ten met die stu­den­ten zon­der dat er nog extra volk bij zit”, klinkt het. Ik kri­jg een lol­ly als troost, maar onze vri­jwilliger kri­jgt voor­lop­ig niets. Uit haar mon­delinge ver­slag blijkt het geen posi­tieve ervar­ing. Halver­wege het vullen van de zak is haar bloed gestopt met stromen en zelfs met al het kni­jpen in de wereld heeft ze het niet meer op gang gekre­gen. Op een iet­wat botte manier heeft de ver­pleeg­ster de bloedaf­name stopgezet en de donor op wan­de­len ges­tu­urd.

We ron­den af met een pro­motalk voor plas­mado­natie en de ont­vangst van een good­iebag met alco­holvrij bier en con­dooms. Het Rode Kruis is hard op zoek naar plas­madonors. Dit is min­der belas­tend voor de donor, omdat een deel van je bloed­cellen terug wordt gegeven nadat het plas­ma van je bloed­cellen is geschei­den met een bloed­cen­trifuge. Dit kan je ook vak­er dan een gewone bloed­do­natie doen, maar is enkel mogelijk in de bloed­do­natiecen­tra ver­spreid over heel Vlaan­deren.

Zachte zetels en Lotuskoekjes

Onze tweede vri­jwilliger heeft dit al vak­er gedaan en staat ontspan­nen aan de deur te wacht­en. Ze biedt zich aan de balie aan en een vrien­delijk gezicht legt ons nog eens uit hoe het werkt in dit bloed­do­natiecen­trum. De lijst met vra­gen is iets kor­ter dan diegene die je kri­jgt bij je eerste keer en dit gaat dan ook vlot­ter. Na het gesprek met de dok­ter ver­vol­gt ze haar tocht naar de ruimte met bed­den.

“We klet­sen wat, en voor we het weten is de zak vol”

Je hoeft er niet op te gaan liggen om te weten dat de zachte rode bed­den com­fort­a­bel­er zijn dan de veldbed­den die staan opgesteld in het UFO. Ernaast staan er kruk­jes voor ste­unende vrien­den, gezel­lig. We klet­sen wat met de ver­pleeg­ster, die ons vertelt dat stu­den­ten niet echt andere donoren zijn dan anderen. We mak­en het vol­gens haar zelfs net iets leuk­er. We kijken naar het nieuws op tv en voor we het weten, is de zak vol en mogen we ons ver­plaat­sen naar de laat­ste ruimte. Daar staan bek­ers water en mand­jes vol Lotus-koeken op ons te wacht­en.

Wat best ver­rast in de ver­schillen tussen onze twee vri­jwilligers is dat het net de bloed­in­za­melac­tie is die min­der gastvrij overkomt. De laag­drem­pe­ligheid van het donor­centrum is een groot voordeel. De mensen zijn er vrien­delijk, alles is duidelijk en je vrien­den mogen bij je bli­jven om je (andere) hand­je vast te houden. Wat je natu­urlijk niet kri­jgt, is een good­iebag. Je kri­jgt een spaarkaart en een koek­je.

Ziektes en teken 

Bloed geven vormt dus geen uni­verse­le ervar­ing. Onze twee redac­tiele­den ver­schilden als dag en nacht in hun mening over wat ze hebben doorstaan. Waar de geschreven ervar­ing van de eerste samengevat kon wor­den in ‘WTF NOOIT MEER’, stond de tweede open voor een zoveel­ste ver­volg aan haar donorver­haal.

Om te kijken hoe het zat met de ervarin­gen van andere stu­den­ten, namen we een kleine enquête af. Ongeveer zeven op tien stu­den­ten mag vol­gens de gestelde regels bloed geven. Niet mogen geven vin­dt vaak zijn verk­lar­ing in ver­rassend brave rede­nen. Zieke kind­jes en teken­beten komen het vaakst voor. Ook ons liefdesleven durft al eens in de weg te zit­ten, vooral bij homosek­suele stu­den­ten. Sinds kort mogen zij een jaar na het laat­ste homosek­suele con­tact doneren, maar zou jij een jaar vri­jwillig droog staan om bloed te kun­nen geven?

Iets min­der dan de helft gaf al eens bloed, en de eerste ervar­ing lijkt doorslaggevend. Wie de eerste keer een onvrien­delijke of fysiek slechte ervar­ing had, ging niet meer terug voor een tweede keer. Van dege­nen die nog nooit gedoneerd hebben, wil iets meer dan de helft het wel doen. Zij zijn er gewoon nog nooit toe gekomen. Voor hen zijn de vele affich­es, acties en het cen­traal gele­gen bloed­donor­centrum in de Sint-Pieter­snieuw­straat niet genoeg om hen eraan te herin­neren dat er in hun drukke schema nog tijd nodig is om lev­ens te red­den.

Wie het nooit of te nim­mer zou doen, heeft vaak angst voor naalden. Er is nog een zon­der­ling die beweert dat “Bloed prikken met naalden voor seuten is. Echte man­nen doen het met een mes boven een kom.” Dit zou dan weleens de verk­lar­ing kun­nen zijn voor de bew­er­ing dat echte man­nen aan het uit­ster­ven zijn.