“Een academicus is geen Peter Pan”


"Ik ben geen revolutionair", zegt Wijnendaele nu de storm is gaan liggen. Vorige maand scheerde zijn opiniebijdrage nog hoge toppen op Knack.be. Er volgden heel wat reacties, waaronder die van Leuvens rector Luc Sels, maar wanneer komt er verandering?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 12/03/2018 – 8:37 door Arthur JoosAari­cia Lam­brigts

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Jeroen Wij­nen­daele

“Het is bit­tere ironie dat uni­ver­siteit­en als geen ander aan ken­nisverni­etig­ing doen”, zo kopte een opiniebi­j­drage van Jeroen Wij­nen­daele, als post­doc onder­zoek­er ver­bon­den aan de vak­groep geschiede­nis van de UGent. De bij­drage werd door 80 onder­zoek­ers mee ondertek­end. “We doen niet aan ken­nisverni­etig­ing, we geven ken­nis door”, reageerde Luc Sels, rec­tor van de KU Leu­ven. 

De gouden kooi

Jeroen Wij­nen­daele

“Sels heeft ergens natu­urlijk gelijk”, steekt Wij­nen­daele van wal. “Post­doc onder­zoek­er zijn is een zeer mooie job. Het is de mooiste job die ik ooit gehad heb. Het salaris is ook fenom­e­naal, maar je zit ook wel in een gouden kooi. Waar kom je terecht als er geen plaats is om als pro­fes­sor verder te gaan? Mensen liggen daar echt van wakker.” Hoewel Wij­nen­daele enigszins teleurgesteld was in Sels’ reac­tie, vond hij het feit dat een rec­tor zich ver­plicht voelde om te rea­geren posi­tief: “Men beseft dat er iets aan de hand is, maar om eerlijk te zijn: men beseft dat al jaren. Men neemt veel ini­ti­atieven om de sit­u­atie beter, of toch dragelijk­er, te mak­en, maar de prob­lematiek zal er zijn zolang je die financier­ingsmech­a­nismes niet aan­pakt.”

“De prob­lematiek zal alti­jd bli­jven zolang je die financier­ingsmech­a­nismes niet aan­pakt”

“Ik vind het tragisch dat het niet de eerste keer is dat we dit open­lijk aankaarten”, ver­vol­gt Wij­nen­daele. “Vier jaar gele­den was er al de actiegroep Hoger Onder­wi­js. Toen werd aangeklaagd op welke manier de pub­li­catiecul­tu­ur op hol ges­la­gen was. De actie kreeg toen heel wat reac­tie, maar wat is er sinds­di­en mee gebeurd? Vier jaar lat­er zijn we weer dezelfde dis­cussie aan het voeren.” Moet je mensen afraden of ont­moedi­gen om te doc­tor­eren in Vlaan­deren? Wij­nen­daele noemt zichzelf een grote voor­stander van intel­lectuele eerlijkheid. “Neen,” zegt hij res­olu­ut, “er zijn genoeg pistes voor mensen die na hun doc­tor­aat buiten de acad­emis­che wereld aan de slag willen. Als je aan de slag wil als aca­d­e­mi­cus, moet je daar zeer goed over nadenken.”

“Mensen die al jaren mee­draaien kan je niet zomaar ver­van­gen”

Sels’ reac­tie focuste vooral op het aspect van ken­nisverni­etig­ing. Wij­nen­daele haalde in zijn opiniebi­j­drage namelijk aan dat uni­ver­siteit­en veel ken­nis en exper­tise ver­liezen aan de niet-acad­emis­che arbei­ds­markt. “Er zijn een aan­tal sec­toren, zoals de far­ma­ceutis­che weten­schap­pen, de com­put­er­weten­schap­pen en de inge­nieur­sweten­schap­pen, waaruit mensen veel makke­lijk­er die trans­fer kun­nen mak­en naar de niet-acad­emis­che arbei­ds­markt. De spec­i­fieke ken­nis die mensen uit die sec­toren opde­den tij­dens hun acad­emis­che car­rière, kan ook buiten de acad­emis­che wereld toegepast wor­den. Maar bij veel andere sec­toren en andere fac­ul­teit­en is dat niet zo. Het is natu­urlijk een ken­nisverni­etig­ing in twee pun­ten, want vak­groepen ver­liezen die mensen en hun exper­tise ook.”

“Ik koos heel bewust voor de boude uit­spraak van ken­nisverni­etig­ing. Het was een makke­lijk doel­wit voor crit­i­ci. Ik chargeerde miss­chien een beet­je,” geeft Wij­nen­daele toe, “miss­chien is het beter om over ken­nisv­ereng­ing te prat­en dan over ken­nisverni­etig­ing. Toch kun­nen we er niet omheen: er gaan aspecten van onder­zoek ver­loren die we niet zomaar kun­nen recu­per­eren. Ik heb op heel wat momenten tij­dens mijn doc­tor­aat gedacht: dit is het niet waard, ik stop ermee. Dat is een gedachte die iedereen tij­dens zijn doc­tor­aat wel eens zal over­vallen, maar mensen die al jaren op een vak­groep mee­draaien, die kan je niet zomaar op één-twee-drie ver­van­gen.”

Timmeren aan het FWO?

Vol­gens Wij­nen­daele begon de vorm­ing van het huidi­ge onder­wi­js­land­schap bij de Bologna-akko­or­den. “Het is wel iro­nisch dat dit op de locatie van de oud­ste uni­ver­siteit van West-Europa plaatsvond, waar men al ongeveer tien eeuwen op zoek gaat naar weten­schap­pelijke oplossin­gen voor belan­grijke maatschap­pelijke prob­le­men. Nog maar best dat er toen geen FWO (Fonds voor Weten­schap­pelijk Onder­zoek, red.) was, zo van: ‘Ja, Marie Curie, hoeveel A1-pub­li­caties ga jij voort­bren­gen?’.” Wij­nen­daele gaat verder: “Wouter Duy­ck ver­wo­ordde dat mooi. Stel dat je vier tim­mer­lui hebt, die alle­maal uit­stek­ende vak­man­nen zijn. Als je dan plots één hamer in de kamer gooit en je zegt: ‘één van jul­lie mag de hamer gebruiken, enkel de beste zal het mogen doen.’ ”

“Zo werkt weten­schap niet”, meent Wij­nen­daele. “François Englert, de Bel­gis­che weten­schap­per die mee het Hig­gs Boson­deelt­je ont­dek­te, beweerde ooit zijn pub­li­caties op twee han­den te kun­nen tellen. Als hij zich con­stant moest bezighouden met financier­ing ophalen, had hij nooit zo’n baan­brek­end onder­zoek kun­nen doen.” Moeten we dan meer mid­de­len geven aan het FWO? “Neen,” aldus Wij­nen­daele, “er zijn zeer veel onder­zoeksmid­de­len in Vlaan­deren, ze wor­den gewoon op een kafkaëske manier uitbesteed.”

“Het financier­ingssys­teem is scheefgetrokken”

“In het aan­vraag­for­muli­er voor het FWO is bijvoor­beeld ruimte voorzien voor pub­lieke dien­stver­len­ing,” vertelt Wij­nen­daele. “Ik weet niet in hoev­erre men daar reken­ing mee houdt, ik heb daar geen zicht op, ik zit niet in die com­missies. Je kent mijn col­le­ga Koen Aerts miss­chien van zijn can­vas­reeks ‘Kinderen van de col­lab­o­ratie’. Als je het dan toch hebt over impact, en dat is natu­urlijk een van die mod­e­wo­ord­jes, die reeks heeft ongelofe­lijk veel mensen bereikt. Zet dat maar eens in je dossier. ‘Ik heb geen twee A1-pub­li­caties gepub­liceerd, want ik heb deze doc­u­men­taire gemaakt’. Het sys­teem is scheefgetrokken, want Aerts heeft een veel belan­grijkere rol gespeeld voor de maatschap­pij.”

Geen Peter Pan

Of we dan flex­i­bel­er moeten omsprin­gen met taakverdelin­gen? “Ook daar moeten we eerlijk in zijn, iedereen heeft zijn of haar tal­en­ten”, stelt Wij­nen­daele. “Het ver­schil tussen begin­nen met deze job als je mid­den de twintig bent, tegen­over wan­neer je begin de der­tig bent, is enorm. Dat hoor ik maar al te vaak van col­le­ga-post­docs, vooral van vrouwelijke col­le­ga’s. Je lev­en ziet er dan anders uit.” Heel wat onder­zoek­ers split­sen daarom hun onder­zoek­sre­sul­tat­en op in kleinere artikels. “Er treedt een latent cynisme op,” meent Wij­nen­daele, “omdat je weet dat dit is wat je moet doen om te bli­jven func­tioneren in het veld. De vraag is echter of dit de gezonde manier is.”

“Er treedt al snel latent cynisme op”

Vol­gens Wij­nen­daele is het zeldza­am dat aca­d­e­mi­ci zow­el in onder­wi­js, in onder­zoek als in dien­stver­len­ing uit­blinken: “Ik doe ze per­soon­lijk alle drie wel graag, maar er moet een bal­ans zijn. Aca­d­e­mi­ci zijn niet als Peter Pan, ze wor­den ook oud­er. Op een gegeven moment in je car­rière kan je uit­gekeken zijn op je onder­zoek, en een andere verdel­ing nodig hebben.” Meer flex­i­bele en meer geper­son­aliseerde verdeel­sleu­tels dus, maar toch moeten we waakza­am bli­jven: “Ik zou zeer voorzichtig zijn om onder­wi­js en onder­zoek volledig van elka­ar los te kop­pe­len. In Ned­er­land bestaat zo’n tweesporen­pad wel, als ik me niet ver­gis, maar ik ben ervan over­tu­igd dat bei­de elka­ar ver­sterken.” 

Groener gras?

“Op Twit­ter reageerde iemand: ‘dan moet je maar naar de Duit­stal­ige wereld gaan, daar is wel nog geld voor onder­zoek”, vertelt Wij­nen­daele. “Maar zoals ik vaak ook zeg aan buiten­landse col­le­ga’s: Vlamin­gen zijn een beet­je als hob­bits, they love their Shire, they rarely go on an adven­ture.” In het buiten­land is het niet meteen beter, ook in Duit­s­land ondervin­den aca­d­e­mi­ci heel wat con­cur­ren­tie. “Als je doc­toreert in de Angel­sak­sis­che wereld, ben je finan­cieel gezien een stu­dent met miss­chien een beet­je extra zakgeld op het einde van de week. Ik heb ook even in dat pre­cari­aat gezeten”, geeft hij toe. Ook relaties en een acad­emis­che car­rière zijn vaak een moeil­ijke com­bi­natie: “Het is bij momenten echt een tan­ta­luskwelling. Probeer maar eens een relatie te onder­houden als je om de zoveel tijd een peri­ode in het buiten­land door­brengt.”

“Vlamin­gen zijn een beet­je als hob­bits”

“We hebben het in Vlaan­deren echt wel goed. Ik kan vaak niet aan buiten­landse collega’s uit­leggen dat post­docs bijvoor­beeld een huis kun­nen kopen in Vlaan­deren. Het idee dat je als jonge aca­d­e­mi­cus je eigen huis zou kun­nen bezit­ten, gaat er niet in”, getu­igt Wij­nen­daele nog. Even­wel ziet hij in het buiten­land een andere onder­zoeks­cul­tu­ur, die min­der druk legt op jonge aca­d­e­mi­ci. Ook struc­tureel ziet Wij­nen­daele voorde­len in som­mige buiten­landse mod­ellen: “Toen ik doc­toreerde in Ier­land was er slechts één pro­fes­sor bin­nen mijn vak­groep, de rest droeg de titel van docent. Ook bij ons had je tot in de jaren 90 mensen die de titel van ‘navors­er’ droe­gen.” Hij ver­duidelijkt: “Dat waren mensen die een vaste func­tie had­den, en bij­na alle tak­en kon­den doen die een prof deed, weliswaar zon­der de titel of de erken­ning van een pro­fes­sor. Som­mige navorsers wer­den echt uit­ge­buit, maar er valt wel wat te zeggen voor een soort mid­den­veld van onder­zoek­ers-docen­ten.”

“Mocht je me zeggen: ‘Je kan je huidi­ge func­tie voor onbepaalde duur doen’, ik teken direct. Zelfs al moet ik daar twee keer zo veel les voor geven”, ver­vol­gt hij. “Bij som­mige vak­groepen is er natu­urlijk een prangend teko­rt aan pro­fes­soren. Je zou kun­nen zeggen dat je gewoon meer mensen pro­fes­sor moet mak­en. Dat gaat wat kosten, maar gezien wat er verwacht wordt van die mensen is dat ergens ook logisch.” 

“De dis­crepantie is ner­gens grot­er dan in Vlaan­deren”

“De realiteit is echter: in Vlaan­deren is de dis­crepantie tussen aca­d­e­mi­ci in tijdelijke dienst en die in vaste dienst grot­er dan in een­der welke West-Europese regio. We hebben een beperkt aan­tal pro­fes­soren, en massa’s doc­tor­an­di en post­docs”, aldus Wij­nen­daele. Hij vreest dat veel exper­tise ver­loren gaat wan­neer mensen na jaren vertrekken naar de niet-acad­emis­che arbei­ds­markt. Of zo’n mid­denkad­er dan geen extra wachtkamer wordt voor post­docs? “Het is een moeil­ijke kwest­ie, maar met zo’n mid­denkad­er kan je nog steeds een ver­schil behouden tussen prof­fen en post­docs. Pro­fes­soren spe­len een rol bij het indi­enen van pro­jecten, of de begelei­d­ing van doc­tor­an­di, ter­wi­jl post­docs hun job kun­nen doen en de exper­tise die ze hebben kun­nen verderzetten.”