De Fiere Vlaamse Bever


Vlamin­gen lopen hoog op met hun leeuw. Zij dicht­en hem won­der­baar­lijke kwaliteit­en toe, zoals de gave van ontem­baarheid en onon­tk­lauw­baarheid, zolang een Vlam­ing leeft. Ik geloof niet­temin dat de keuze voor de leeuw mis­plaatst was. Om te begin­nen is de leeuw een uitheemse dier­soort, maar belan­grijk­er is dat de leeuw niet bij de Vlaamse volk­saard…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/02/2018 – 9:12 door Pieter­jan Schep­ens

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Vlamin­gen lopen hoog op met hun leeuw. Zij dicht­en hem won­der­baar­lijke kwaliteit­en toe, zoals de gave van ontem­baarheid en onon­tk­lauw­baarheid, zolang een Vlam­ing leeft. Ik geloof niet­temin dat de keuze voor de leeuw mis­plaatst was. Om te begin­nen is de leeuw een uitheemse dier­soort, maar belan­grijk­er is dat de leeuw niet bij de Vlaamse volk­saard past. De leeuw is een pronkerig beest, die zichzelf konin­klijke titels aan­meet, edoch in werke­lijkheid een lui wezen is. Zo is de Vlam­ing niet. De Vlam­ing arbei­dt. Zon­der pre­ten­tie.
Daarom stel ik een nieuw dier voor om de Vlam­ing te ver­per­soon­lijken: de bev­er.

De bev­er, het dient als eerste te wor­den ver­meld, houdt het bos schoon. Hij verza­melt takken, twi­j­gen en bladeren. Ook de Vlam­ing houdt zijn omgev­ing graag prop­er. Hij kuist op.

De bev­er kuist even­wel niet doel­loos op: hij gebruikt de oogst van zijn opkuis om dammen te bouwen. De dam houdt niet alleen het ongewen­ste buiten – de uitheemse bev­er, die zou prof­iteren van zijn werk -: hij houdt ook het gewen­ste bin­nen. De dam laat toe dat ook de kleine bev­ert­jes steeds in het­zelfde water kun­nen bli­jven zwem­men. En dat is belan­grijk, tra­di­tie. Ook voor de Vlam­ing.

Het huis van de bev­er wordt een burcht geheten. Zo is het ook voor de Vlam­ing: de Vlam­ing bouwt zijn eigen huis, en bewaakt zijn huis ver­vol­gens tot hij dood neer­valt en zijn burcht zijn kinderen kan bescher­men. Een loy­auteit, een toekom­st­gerichtheid die wij in het dieren­rijk enkel onder de bev­ers aantr­e­f­fen.

De bev­er weet wat werken is. Dri­est knaagt hij de boom om. De boom die dik is, met een omtrek die met bev­er­poot­jes niet te omvat­ten is. Wan­neer de bev­er voor zo een boom wordt geplaatst, wan­hoopt hij niet. Andere volk­eren zouden denken in dergelijke gevallen de hand aan zichzelf te slaan, maar dat doet de bev­er niet. De bev­er werkt door, en knaagt en knaagt tot de boom omvalt. Eens omgevallen, ver­plaatst hij zijn gek­naag naar een nieuwe boom. Zo is het ook met de Vlam­ing. De Vlam­ing neemt genoe­gen met niets anders dan met de boom.

Het moge duidelijk zijn, dat grote gelijkenis­sen bestaan tussen de Vlam­ing en tussen de bev­er. Laat mij daarom mijn betoog afs­luiten met een voors­tel tot een nieuw Vlaams volk­slied: