Don’t do plagiarism, kids


Als er iéts is waar de academicus allergisch aan is, dan is het wel plagiaat. Wie al eens een paper heeft geschreven, weet dat er streng wordt omgegaan met de mogelijkheid tot diefstal van andermans ideeën. Hoe kijken proffen dat precies na? Met Ephorus, natuurlijk!

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/02/2018 – 9:12 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De eerste wet van de UGent luidt: ‘De uni­ver­siteit gebruikt alti­jd meer computerprogramma’s dan je denkt.’ In het licht van deze wet ver­baast het waarschi­jn­lijk weini­gen dat de uni­ver­siteit sinds enkele jaren gebruik maakt van de externe pla­giaat­de­tec­tiesoft­ware Epho­rus. Het gebruik van Epho­rus is wijd­ver­spreid over de meeste fac­ul­teit­en, maar toch lijken de stu­den­ten niet echt op de hoogte te zijn van deze dig­i­tale speurhond.

Recen­telijk zijn enkele van Epho­rus’ gebreken echter boven water gekomen, en dat roept vra­gen op. Wat houden die gebreken pre­cies in? Toon Van Hoecke en Patrick Cool van de ICT-afdel­ing van de UGent geven graag antwo­ord op deze vraag.

“Ik weet dat ik niks weet” ~Ik

Aangezien de meesten wellicht niet vertrouwd zijn met de soft­ware, is het nut­tig om eerst eens uit te leggen wat Epho­rus pre­cies inhoudt. Epho­rus is een voor­beeld van pla­giaat­de­tec­tiesoft­ware, een com­put­er­pro­gram­ma dat spe­ci­aal ont­wor­pen is om de meeste vor­men van pla­giaat te kun­nen herken­nen. Als je een doc­u­ment naar de site zendt, zal hij dat via een algo­ritme vergelijken met een data­base van aller­lei ver­schil­lende tek­sten. Uitein­delijk stu­urt hij je een bepaalde score van je doc­u­ment terug waarop ver­wezen wordt naar bepaalde prob­lema­tis­che pas­sages en de bron­nen die wor­den geplagieerd.

“Van de exacte fouten­marge van het sys­teem hebben wij ook niet echt een goed idee” – Cool

“Wat er pre­cies gebeurt wan­neer we het doc­u­ment hebben opges­tu­urd, weten we niet goed”, vertelt Patrick Cool, ver­ant­wo­ordelijke voor de tech­nis­che aspecten van Epho­rus aan de UGent. “Het algo­ritme dat gebruikt wordt, is een pub­liek geheim. Van­daar dat we ook weleens spreken van een black box. Dat is niet onge­bruike­lijk in de ICT-wereld, want als het algo­ritme alge­meen bek­end was, zouden andere bedri­jven hen uit­er­aard zelf kun­nen plag­iëren. Coca-Cola staat ook niet te wap­peren met het geheime recept. We kun­nen dus enkel raden naar de manier waarop het sys­teem werkt. Van de exacte fouten­marge van het sys­teem hebben wij dus zelf geen goed idee, maar het is zek­er niet zo dat het pro­gram­ma twee tek­sten let­ter­lijk met elka­ar vergelijkt. Waarschi­jn­lijk heeft het meer te mak­en met de aan­wezigheid van ver­schil­lende opval­lende woor­den die dicht bij elka­ar wor­den geplaatst. Een lichte vari­atie op een­zelfde zin zal de soft­ware waarschi­jn­lijk ont­dekken.”

“Ken jezelf” ~Ikzelf

Cool

Hoewel de spec­i­fieke werk­ing van het sys­teem ver­huld is in een black box, zijn we wel in staat naar een deel van de werk­ing te raden door mid­del van de fouten die in het sys­teem ont­dekt wor­den. Zo is recen­telijk nog eens gebleken dat – in tegen­stelling tot Epho­rus van Cyme, naar wie het pro­gram­ma ver­noemd is – de soft­ware niet beschikt over een indruk­wekkende tal­enken­nis. Een stu­dent aan de Fac­ul­teit Recht en Crim­i­nolo­gie was er immers in ges­laagd een paper in te dienen die een vri­jwel let­ter­lijke ver­tal­ing bleek te zijn van een hoofd­stuk in een boek. Een duidelijk geval van pla­giaat dat ken­nelijk niet werd opgepikt door het sys­teem. Naar ver­lu­idt is dit geen alleen­staand geval.

“Het is geen magie, hè”, lacht Van Hoecke ons toe. “We hebben hier niet te mak­en met arti­fi­ciële intel­li­gen­tie die leert uit eerder gemaak­te fouten, maar met een klassiek pro­gram­ma. We verwacht­en te veel als we ervan uit­gaan dat zo’n pro­gram­ma kan omgaan met de com­plex­iteit van ver­taalop­dracht­en. Als een stu­dent de schri­jf­sti­jl van de orig­inele tekst sterk zou veran­deren of een obscure tekst zou plag­iëren die niet aan­wezig is in Epho­rus’ data­base, zou dit aan het pro­gram­ma kun­nen ontsnap­pen. De soft­ware is zichzelf wel con­tinu aan het ver­beteren. Als een les­gev­er een vorm van pla­giaat ont­dekt die onder de radar geglipt was, zal die meestal een sig­naal zen­den naar Epho­rus die dit geval dan zal opne­men in de data­base. Op die manier wordt pla­giaat steeds moeil­ijk­er. Ver­taal­fouten mogen dan wel moeil­ijk zijn voor Epho­rus, maar uit ervar­ing blijkt dat deze meestal snel opgepikt wor­den door de les­gev­ers zelf.”

“Het is geen magie, hè” – Van Hoecke

De vraag is natu­urlijk of Epho­rus plan­nen maakt om de stap te zetten naar arti­fi­ciële intel­li­gen­tie, een besliss­ing die de slagkracht van het pro­gram­ma sterk zou doen toen­e­men. Hier­mee zouden beperkin­gen met betrekking tot ver­taal­fouten en wis­se­lende schri­jf­sti­jlen kun­nen wor­den opgelost. Er zijn echter twee fac­toren die dit afrem­men, zoals Cool aangeeft. “Epho­rus heeft in het verleden waarschi­jn­lijk al vaak zijn algo­ritme aangepast, maar wij hebben geen zicht op de fouten die zij proberen weg te werken. Een soft­warebedri­jf maakt natu­urlijk geen reclame met een wasli­jst aan fouten. ‘Kijk eens: deze fout zat in ons sys­teem, maar nu is die weg, hoor!’ Dat klinkt uit­er­aard niet goed.”

“Epho­rus is voor de uni­ver­siteit eerder een noodza­ke­lijk kwaad” – Van Hoecke

Epho­rus mist vooral de economis­che aans­poring om zich te gaan ver­beteren. “Vroeger waren er drie grote spel­ers op de markt en was Epho­rus daar één van”, legt Van Hoecke uit. “Nu zijn er nog maar twee. De mark­tlei­der Tur­nitin heeft enkele jaren gele­den Epho­rus opges­lokt en nu hebben zij tot op zekere hoogte een monop­o­lie over de hele markt. Er zijn een paar kleinere uitdagers, maar uit­er­aard beschikt nie­mand over een data­base aan tek­sten die kan con­cur­reren met die van Tur­nitin en Epho­rus.”

“I’m only human after all” ~I

Na de analyse van onze speurhond wordt het toch eens tijd om onze metafoor een beet­je bij te schaven. “Epho­rus is eerder te vergelijken met een flitspaal. Een hele hoop weg­pi­rat­en wor­den gevat door de tech­nolo­gie, maar net als de agen­ten zijn ook de prof­fen ervan op de hoogte dat het groot­ste deel van de plagieerders een weg omheen het sys­teem kan vin­den. Belan­grijk is dat Epho­rus nooit als meer dan een tool gebruikt mag wor­den. Het is een hand­ig mid­delt­je om doc­u­menten snel eens na te kijken, maar op het einde van de dag vertrouwen we vooral op de exper­tise van de pro­fes­soren zelf om alle papers en essays na te kijken. Pla­giaat­de­tec­tiesoft­ware is voor een uni­ver­siteit eerder een soort noodza­ke­lijk kwaad. Het werkt hele­maal niet zo goed als we zouden willen en in feite is het nog steeds de les­gev­er die zelf het meeste werk moet ver­richt­en. En toch is het iets wat iedere uni­ver­siteit moet hebben. De UGent zou er ongetwi­jfeld op wor­den aange­spro­ken mocht er geen dergelijke soft­ware wor­den gebruikt.”

“Ik was aan­ge­naam ver­rast dat er zo weinig gevallen van pla­giaat waren” – Cool

“Die bood­schap geven we ook alti­jd mee aan de les­gev­ers”, vult Cool aan. “Het is niet omdat iemand een score van twintig behaalt op Epho­rus, dat het werk meteen moet wor­den afgedaan als pla­giaat. Bij een score van één hebben we niet zon­der twi­jfel te mak­en met een orig­inele tekst. Het kan zijn dat de eerste stu­dent meer citat­en heeft gebruikt of vak­er naar zichzelf ver­wezen heeft, ter­wi­jl de tweede miss­chien een hele pas­sage gekopieerd heeft die slechts één keer gereg­istreerd werd door het sys­teem. Elk jaar nemen de gevallen van pla­giaat af; recen­telijk heb ik de cijfers nog eens te zien gekre­gen en was ik aan­ge­naam ver­rast dat er zo weinig gevallen van pla­giaat waren.” Hoe die cijfers eruitzien? Dat wou Cool niet meegeven.

Miss­chien hebben we dan toch niet te mak­en met een dig­i­tale speurhond, maar met een erg hand­i­ge flitspaal. Eén ding is echter zek­er: het kat-en-muis­spel tussen Epho­rus en de plagieerders is nog lang niet ten einde.