Allemaal woordjes


  Een gekoes­ter­de herin­ner­ing uit mijn prille jeugd is het voor­leesmo­ment net voor het slapen­gaan. Afwis­se­lend namen mijn oud­ers zo goed als elke avond de tijd om mij – en mijn twee broers de jaren daar­voor – voor te lezen uit aller­hande boek­jes. Wat begon bij ‘Rinus rups’ eindigde bij de eerste ‘Har­ry Potter’-boeken. Een con­stante…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 18/12/2017 – 8:27 door Hen­drik Tael­man

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

 

Een gekoes­ter­de herin­ner­ing uit mijn prille jeugd is het voor­leesmo­ment net voor het slapen­gaan. Afwis­se­lend namen mijn oud­ers zo goed als elke avond de tijd om mij – en mijn twee broers de jaren daar­voor – voor te lezen uit aller­hande boek­jes. Wat begon bij ‘Rinus rups’ eindigde bij de eerste ‘Har­ry Potter’-boeken. Een con­stante in dat pro­ces was de vraag van mijn oud­ers of ik wel wist wat al die woor­den betek­enden. Na een tijd­je begon ik zelf ook, wan­neer ik iets niet begreep, naar de beteke­nis ervan te vra­gen. Wat ik toen als een nor­maal onderdeel van mijn slaapritueel beschouwde, bleek achter­af bekeken een bij­zon­der staalt­je ped­a­gogie van mijn oud­ers te zijn.

Het belang van taal kan en mag niet onder­schat wor­den. Taal is de sleu­tel om deel uit te mak­en van onze maatschap­pij en noodza­ke­lijk om een­der welke soort ken­nis te ver­garen. Het is broodnodig om een divers soci­aal lev­en te hebben. Taal is cru­ci­aal; daar is iedereen het over eens.

Taal is de sleu­tel om deel uit te mak­en van onze maatschap­pij en noodza­ke­lijk om een­der welke soort ken­nis te ver­garen

Net dat belang vormt de reden waarom de dis­cussie zo hoog opliep toen aangekondigd werd dat het gemeen­schap­son­der­wi­js nu ook andere tal­en dan het Ned­er­lands zou toe­lat­en op de speelplaats. Velen zien hierin een stap achteruit in het taal­beleid. Een taal­beleid dat er tot op van­daag niet afdoende in is ges­laagd om de taal­bar­rière weg te werken, wat pijn­lijk duidelijk wordt in ons hoger onder­wi­js. De tijd zal uitwi­jzen of deze maa­tregel al dan niet een stap in de goede richt­ing is. Ik denk dat nie­mand hier een pasklaar en over­tu­igend antwo­ord op heeft, ik weet dat ik er geen heb. 

Ik heb echter wel bedenkin­gen bij de argu­men­tatie die achter de besliss­ing schuil­gaat. ‘Ander­stal­ige jonge kinderen die hun eigen moed­er­taal gebruiken, voe­len zich beter op school’, zoals wordt beves­tigd door hopen onder­zoeken en gezond ver­stand. In deze sit­u­atie is die redener­ing echter mis­plaatst. Scholen, en onder­wi­js in het alge­meen, hebben tot doel om kinderen iets bij te bren­gen. En ja, daar­voor moet een kind, maar even goed u of ik, soms uit zijn com­fort­zone tre­den. Hier­van zijn tal­en het voor­beeld bij uit­stek, want het con­stante gebruik ervan is de enige manier ze effec­tief onder te knie te kri­j­gen. 

Laat ons zek­er niet uit het oog ver­liezen dat het moed en doorzettingsver­mo­gen vergt van het kind om zich uit te drukken in een taal die hij of zij niet vol­doende beheerst. Zow­el de school als de oud­ers moeten ervoor zor­gen dat er geen te grote last op de schoud­ers van het kind komt te liggen.

Geeft de school echter te weinig aanzet tot het spreken van Ned­er­lands op de speelplaats, dan wor­den ander­stal­ige leer­lin­gen er enkel mee gecon­fron­teerd in de klaslokalen. De input is dan onvol­doende om een taal aan te leren. Die aanzet wel geven is niet evi­dent, en een ver­bod op andere tal­en lijkt een zeer repressieve maa­tregel. Een beter alter­natief is er echter niet, en het is een aan­vaard­bare pri­js als je kijkt naar het resul­taat: een gen­er­atie kinderen die ondanks hun taalachter­grond toch taal­vaardig in de maatschap­pij staan.