Kort


Ik ben gestopt met wacht­en. Ik heb een hele dag lang enkelvoudig gewacht, en er is hele­maal niets gebeurd. Mijn onder­bu­ur kan nog steeds geen gitaar spe­len, maar hij kan er ook nog alti­jd geen afs­tand van doen. Ik hoor hem vloek­end het ding de trap op en af zeulen, waar hij ook naar­toe gaat.…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 6/11/2017 – 8:58 door Ele­na De Bac­quer

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ik ben gestopt met wacht­en. Ik heb een hele dag lang enkelvoudig gewacht, en er is hele­maal niets gebeurd. Mijn onder­bu­ur kan nog steeds geen gitaar spe­len, maar hij kan er ook nog alti­jd geen afs­tand van doen. Ik hoor hem vloek­end het ding de trap op en af zeulen, waar hij ook naar­toe gaat. Oefent hij voor de Karaoke Goliarde (Vlaamse Tech­nis­che Kring, 13/11)? Het gebouw tegen­over mij is nog steeds bewoond, en dezelfde dromerige jonge­man die zijn cac­tussen laat ster­ven op het ter­ras, ligt zoals alti­jd door zijn dakraam te kijken. Het kop­pel op het gelijkvlo­ers bli­jft zich luid­keels amuseren, het kop­pel naast mij net te weinig. De oude vrouw hier recht tegen­over heeft wederom door dat zij niet de enige is die haar raam als tele­visie gebruikt en kijkt me kwaad aan ter­wi­jl ze de lichtroze gordi­j­nen sluit. Haar enige verzet kwi­jt. Alweer. Ze was voor enter­tain­ment beter naar de Kaas- en wij­navond (Vlaamse Bio­medis­che Kring, 09/11) gegaan.

Onder haar is een meis­je opnieuw haar verza­mel­ing aan het aan­vullen in een groot schrift. Zij verza­melt com­pli­men­t­jes. De beste, vin­dt ze, zijn degene die over haar gaan. De man die naast haar woont, tra­cht de leegte van zijn alco­ho­lafhanke­lijkheid met een nieuwe gokver­slav­ing aan te vullen. Hij is alvast naar de Pok­er­avond (Geo­log­i­ca, 07/11) gegaan. Naast mij klinkt zoals alti­jd het gelu­id van een vrien­den­bende die zich over­dreven kostelijk amuseert, zichzelf kostelijk amu­sant vin­dt en wil dat iedereen weet hoe er daar kostelijk gea­museerd wordt. Gelukkig hebben ze me niet uitgen­odigd voor de Jen­ev­er­voet­bal (Geo­log­i­ca, 15/11). Als een stu­dent op zijn kot zit, maar er nie­mand is die hem kan horen, is hij er dan wel? Ik heb nog steeds honger. Het weer is nog alti­jd slecht. IJs­beren bli­jven aan de lopende band ster­ven ter­wi­jl de economie slabakt en film­se­quels gepro­duceerd wor­den waar nie­mand om gevraagd heeft. Langza­am wordt het donkerder, de ven­sters helderder. Maar, zoals ik al zei, stopte ik met wacht­en. Ik begon deze kort te schri­jven en bedacht dat niet wacht­en ook wacht­en is. En anders is er mor­gen nog tijd zat.