Droedelwoede


Teken jij ook zo graag de marges van je cursusblok helemaal vol? Wees dan op je hoede, want je ogenschijnlijk onschuldige stokventjes zouden weleens je donkerste onderbewuste verlangens kunnen blootleggen. Neem onze hand en laat je inleiden in de wereld van de grafologie!

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 23/10/2017 – 9:03 door Emi­lie Devreese

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Je mag je diep­ste dag­boekge­heimen dan nog zo goed achter slot, gren­del, drie matrassen en een laag gewapend beton ver­bor­gen hebben, toch ver­raden je alledaagse ‘open­bare’ hand­schrift en je onnozele krabbelt­jes in de kantli­jn van je cur­sus de donker­ste uit­wassen van je ziel aan al wie toe­val­lig naast jou komt zit­ten tij­dens je favori­ete hoor­col­lege. Dit althans vol­gens de grafolo­gie ofte schriftkunde, een pseudoweten­schap die beweert dat het hand­schrift en de beeld­taal van een per­soon ver­bon­den zijn met zijn of haar onder­be­wustz­i­jn. Vanaf de zeven­tiende eeuw (toen de kun­st van het analy­seren van ’s mans karak­ter aan de hand van zijn hand­schrift voor het eerst voorgesteld werd door een zekere Camil­lo Bal­di) tot de eerste helft van de twintig­ste eeuw, vor­mde de schriftkunde een pop­u­laire tool om mogelijke sol­lic­i­tan­ten te scree­nen en in de ziel van mis­dadi­gers te kijken.

Het spreekt voor zich dat grafolo­gie gelei­delijk aan steeds con­tro­ver­siëler werd. Kun­nen we uit iemands geschrift en/of tekenin­gen wel aflei­den wat er in zijn of haar hoofd omgaat? De mod­erne weten­schap stelt alleszins dat er geen bewi­js bestaat dat grafol­o­gis­che obser­vaties zouden overeen­stem­men met de werke­lijke psy­che van een per­soon.

ZOT

Hoewel grafolo­gie dus niet als vol­waardi­ge weten­schap beschouwd wordt, bli­jven som­mi­gen wel bew­eren dat je tekenin­gen en hand­schrift iets over jezelf kun­nen vertellen. Lat­en we de ‘droedels’ die je miss­chien wel dagelijks in de kantli­jn van je cur­sus­blok maakt als voor­beeld nemen. Ver­schil­lende vaak voorkomende tekeninget­jes die vele mensen mak­en, zouden immers een onderliggende beteke­nis kun­nen hebben. Enkele voor­beelden: streep­jes, fig­uren en geometrische fig­uren geven aan dat je een goede plan­ner en logis­che denker bent. Driehoeken en lad­ders zouden er ook op kun­nen wijzen dat je hogerop wil ger­ak­en.

Wie vaak mooie gezicht­en droedelt, zou dan weer opti­mistisch en soci­aal zijn, ter­wi­jl mensen die lelijke gezicht­en teke­nen juist onzek­er, scep­tisch en mogelijk agressief zouden zijn. Ster­ren wijzen dan weer op hoop en opti­misme en getek­ende ogen weer­spiege­len de ziel van de teke­naar. En zo kun­nen we nog wel even door­gaan. Achter elk schi­jn­baar onschuldig krabbelt­je schuilt wel een of andere diepere beteke­nis. Hoog tijd om dat eens uit te proberen. Welke duis­tere geheimen zouden achter de ZOT-man­net­jes van onze redac­tiele­den schuil­gaan?

Droedelvervalsing

Drie redac­tiele­den en een kotgenoot zijn zo onbaatzuchtig om zich als vri­jwillige proef­per­so­n­en aan te melden. Elk van hen vult een vra­gen­li­jst­je in, waarin aan de hand van hun eigen­schap­pen gepeild wordt naar de mate waarin ze chao­tisch, gestruc­tureerd of zelfzek­er zijn. Daar­naast werd hun gevraagd om geheel anon­iem enkele van hun eigen droedels door te sturen. Het invullen van de vra­gen­li­jst­jes ver­liep prob­leem­loos, het droede­len zelf bleek een grotere uitdag­ing. De proef­per­so­n­en droedelden zo goed als nooit. Som­mige mensen let­ten nu een­maal wel op in de les. Een van de proef­per­so­n­en liet haar buurvrouw vertellen wat ze moest teke­nen, wat de resul­tat­en niet hon­derd pro­cent oprecht maakt, maar goed. Een pseu­do-onder­zoek voor een pseudoweten­schap. De figu­urt­jes op haar blad beston­den vooral uit diert­jes (een olifant, een hond en een vis), wat vol­gens de grafolo­gie kan wijzen op ‘een gevoe­ligheid voor lev­ende wezens’. Een olifant zou ook spec­i­fiek staan voor dom­i­nantie en kracht. Verder zouden deze mensen vrolijk en een tik­je ondeu­gend zijn, wat beves­tigd wordt door de bloemet­jes, hart­jes, gekke gezicht­jes en het ZOT-man­net­je die ze getek­end had. De vrolijkheid van haar droedelt­jes kan liggen aan het feit dat ze geholpen werd door vriend­jes, wat dus dikke lol impliceert, maar dat zien we even door de vingers. Vin­dt deze per­soon zichzelf ook grap­pig en soci­aal? Toch wel: zij geeft zichzelf voor deze eigen­schap­pen de score ‘redelijk’, een 4 op 5. Zaak bewezen, dus.

Vogeltjes en existentiële crisissen

Cirkels tonen een ver­lan­gen om tot een sociale groep te behoren

Een andere proef­per­soon had last van ‘cre­atieve con­sti­patie’ en kreeg geen enkele doo­dle uit haar pen. “Maar het zou depri shit zijn”, verzek­ert ze me. Gaat alles wel goed met haar? “Ja joh”, lacht ze het weg. “Het is bij­na Hal­loween. Ik heb oog­jes gekocht voor mijn spin.” Okay. Dit Face­book-gesprek zegt al meer dan duizend beelden zouden kun­nen: de artistieke blokkade van deze proef­per­soon is te wijten aan een diepe, onderliggende onbeslis­theid. Zij kan niet voor zichzelf beslis­sen of zij nu bloemet­jes of streep­jes op haar blad neerzet. Zij zoekt naar de zin van het lev­en, maar ger­aakt er niet aan uit en komt zodoende volledig tot stil­stand.

Aan elke droedel valt wel een onderliggende beteke­nis te kop­pe­len

Over naar de vol­gende proef­per­soon die haar droedels eerder kun­stzin­nig aan­pakt. Bij haar zien we een zon die bestaat uit een abstracte cirkel met v‑achtige vor­men errond. Spi­raalachtige cirkels wijzen vol­gens de grafolo­gie op het ver­lan­gen om bij een groep te horen – wat beves­tigd wordt in het test­je: we hebben met een zeer sociale per­soon te mak­en – en op een scherpe, nadenk­ende geest.

“Ik teken eigen­lijk nooit” – alle proef­per­so­n­en

Bij onze laat­ste proef­per­soon vallen de kubus­jes op, aangezien mensen die onbe­wust dried­i­men­sion­ale fig­uren teke­nen goed zouden zijn in het zien van ver­schil­lende kan­ten aan ver­halen. Ook vallen er enkele veert­jes en een vogelt­je te bemerken. Hierover vind ik niet meteen een kant-en-klare verk­lar­ing, maar ik ver­moed zelf dat het een uit­ing van ver­do­ken vogelspotliefheb­ber­ij en een ver­lan­gen naar vri­jheid sym­bol­iseert. Zo, wat mij betre­ft bewi­jzen deze voor­beeld­jes toch wel de staal­harde, onon­tken­bare, pos­i­tivis­tis­che kracht van grafolo­gie. Hoog tijd om er weer een vol­waardi­ge psy­chol­o­gis­che dis­ci­pline van te mak­en, zeg ik u!

Driehoeken en lad­ders wijzen op ambitie