De Wanderlust van Alicja Gescinska


Voor haar debuutroman ‘Een soort van liefde’ mocht filosofe Alicja Gescinska onlangs de Debuutprijs in ontvangst nemen. Ondertussen loopt het tweede seizoen van haar documentaire 'Wanderlust' op Canvas. “Ik hoop ooit wel rust te vinden in mijn hoofd”, geeft ze toe.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 23/10/2017 – 9:03 door Lau­ra Mas­sa

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Als kind van Poolse migranten kwam Gescin­s­ka naar Bel­gië, studeerde en doc­toreerde ze in Gent en doceerde ze ver­vol­gens in de VS. Door haar debu­utro­man keerde ze terug naar Bel­gië om zich te wij­den aan het schri­jver­schap. Toen Can­vas haar vroeg om een pro­gram­ma te mak­en dat alle erk­ende reli­gies zou verte­gen­wo­ordi­gen, voelde ze zich aange­spro­ken. “Het project paste bij mijn per­soon­lijkheid. Mijn vrien­denkring is ook heel divers. De meesten omrin­gen zich met gelijkgezin­den, en dat is ontzettend jam­mer, want je sni­jdt jezelf af van een grote bron van ken­nis. Soms is het water dieper bij iemand van de eigen vijver, dan met iemand van een totaal ander geloof.” Ook in de acad­emis­che wereld zijn mensen kud­dedieren. “Daarom is het goed om als aca­d­e­mi­cus af en toe van plaats te veran­deren. Het sys­teem in het buiten­land vind ik daarom ook beter: de bach­e­lor in één uni­ver­siteit, de mas­ter ergens anders en ide­aliter dat doc­tor­aat ook nog ergens anders. Als ik één ding zou veran­deren, is het nooit op dezelfde plaats mijn PhD starten.” 

Identiteitscrisis

Door haar ervar­ing met migratie beseft ze dat iden­titeit een tijdelijk gegeven is. “Mensen klam­p­en zich te veel vast aan iden­titeit, aan een posi­tie die ze op dat moment hebben. Maar werk kan je ver­liezen, en het kan zijn dat Bel­gië splitst en je jezelf niet langer Belg kan noe­men, maar Vlam­ing. Voor som­mige mensen zal ik nooit een echte Belg zijn. Iemand die Mohammed heet en hier geboren is ook niet. Als je het daar­ente­gen open­trekt zoals in Ameri­ka, doet het er niet toe of je Ierse of Poolse roots hebt. Dat land is gebouwd op migratie, en mensen zijn daar trots op.  Let wel, nationale iden­titeit hoeft hele­maal niet vies te zijn. Er hangen ook recht­en en plicht­en aan vast. Ik vind het bij­na arro­gant om niet over iden­titeit na te denken. Enkel iemand die er nog nooit over heeft moeten nadenken, kan zich dat per­mit­teren. Niet iedereen heeft de luxe om in één land­je geboren te wor­den en daarin oud te wor­den. Velen zijn con­tinu onder­weg en moeten zich herdefiniëren, zoals ook ik gedaan heb.”

 

“Wij hebben liev­er iemand die zich links noemt, dan iemand die links is”

 

Mancipatie

 

“Het is heel moeil­ijk om als vrouw in onze maatschap­pij als intel­lectueel ern­stig genomen te wor­den. Ik moet er dus con­stant stààn.” Debatlei­ders en opiniemak­ers zijn hoofdza­ke­lijk man­nen, en dat heeft een weerkaats­ing op het pub­lieke debat. Ik heb onlangs mijn medew­erk­ing afgezegd omdat ik de enige vrouw was in een pan­el. Ik kon daar uit­er­aard naar­toe gaan, maar dat veran­dert niets struc­tureels aan die organ­isatie. Onze linkse rakkers doen het niet, hé. Zij kun­nen ook spreken. Wij hebben liev­er iemand die zich links noemt, dan iemand die links is. We moeten meer naar de daden kijken, dan naar de woor­den. Anders zal het nooit veran­deren.” Gescin­s­ka geeft nog een ander voor­beeld: “De denk­tank Lib­erales komt vaak op voor vrouwen­recht­en, maar nodigde de voor­bi­je jaren alleen man­nen uit voor een pres­tigieuze lezin­gen­reeks. Toen ze mij vroe­gen om een artikel te schri­jven over vrouwelijke denkers, heb ik daar toch over moeten nadenken. Ik heb van Dirk Ver­hof­s­tadt geëist dat hij het jaar daarop wel vrouwelijke sprek­ers zou uitn­odi­gen.” Toch zou ze zichzelf niet direct een fem­i­niste noe­men. “Het is een con­tainer­be­grip gewor­den. Ik heb een hekel aan de stro­ming fem­i­nis­ten die de vrouw belan­grijk­er vin­den dan de man of die de ver­schillen tussen man­nen en vrouwen com­pleet willen weg­denken. Als je zulke din­gen zegt, streef je gelijkheid voor­bij. Het is in se geen fem­i­niene zaak, maar een humane.”

 

“Ik heb een hekel aan fem­i­nis­ten die de vrouw belan­grijk­er vin­den dan de man.”

 

Ohne Musik wäre das Leben ein Irrtum 

 

Van de noodza­ak van kun­st moet Alic­ja niet over­tu­igd wor­den. Gescin­s­ka geeft wel toe dat de kun­st en de human­i­ties onder druk staan. “Alles wat niet past in een kwan­tificeer­baar kad­er lijkt bij­na over­bod­i­ge luxe, ter­wi­jl het de essen­tie is van alles. Zon­der kun­st, lit­er­atu­ur en muziek is het lev­en bij­na niet de moeite waard om geleefd te wor­den. Wij mensen hebben aan meer nood dan een warme maalti­jd en cen­ten op onze reken­ing, of cen­trale ver­warm­ing.” Of ze zelf een instru­ment beoe­fent? “Ik speel piano, maar dat is puur privé, ik ben geen muzikaal tal­ent, maar toch vind ik het belan­grijk om het te bli­jven doen, omdat het mij bij­na een (denkt na) exis­ten­tieel genot ver­schaft. Als ik het niet doe, word ik heel ongelukkig.”

 

Pleidooi tegen luiheid

“Soms wil ik ook een vis zijn, maar ik heb nu een­maal een brein”

Wat doet iemand die een plei­dooi tegen de lui­heid heeft geschreven ter ontspan­ning? Ze geeft toe dat ze nooit op vakantie gaat en zichzelf niet vaak ontspan­ning gunt. “Mijn plei­dooi tegen de lui­heid moet natu­urlijk wel cor­rect begrepen wor­den. Ik heb niets tegen ontspan­ning. Waar ik tegen ben, is ver­lum­mel­ing van de tijd. Iemand die zoals het per­son­age van Camus heel zijn lev­en erwt­jes van de ene pan naar de andere brengt, heen en terug: dat is zin­loos. Je kan op datzelfde moment iets doen voor een ander. We kun­nen ons niet terugtrekken van de men­sheid; we hebben morele ver­ant­wo­ordelijkhe­den. Soms wil ik ook een vis zijn, maar ik heb nu een­maal een brein. Dat is totaal iets anders dan dat ik tegen ontspan­ning zou zijn.” Toch is ze ook scep­tisch over de hoeveel­heid ontspan­ning die een mens nodig heeft. “Een boswan­del­ing of een dag­je uit is voor mij meer dan genoeg. Als je geen psy­chis­che of fysieke prob­le­men hebt, hoef je geen twee weken op Mal­lor­ca uit te rusten. Voor mij is dat hor­ror.” Hoewel het van buite­naf soms lijkt alsof ze alles voor elka­ar heeft, wil de zelf­s­tandi­ge filosofe nog niet op haar lauw­eren rusten. “Het voelt nog steeds alsof ik aan het begin van alles sta. Ik heb alles­be­halve het gevoel dat ik al iets groots heb gedaan. Elke dag opnieuw als ik mijn lap­top open doe, lijkt het nieuw. Het is ook niet omdat ik nu een boek heb geschreven, dat mensen mij gaan bli­jven lezen.”