Proffen op zondag: Patrick De Baets


Wanneer hij de studenten burgerlijk ingenieur niet inwijdt in de wondere wereld van de werktuigkunde, kunt u hem 's middags misschien wel aantreffen aan het orgel van de Sint-Pieterskerk. We hebben het natuurlijk over professor Patrick De Baets.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/10/2017 – 15:48 door Kasper Van Parys

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Patrick De Baets

Hoe bent u begonnen met orgel­spe­len?

“Onder dwang van mijn oud­ers speelde ik piano en vol­gde ik noten­leer. Noten­leer deed ik graag, maar piano was niet echt mijn ding. Toen op mijn zes­de eens naar de mis ging, maak­ten ze me daar wijs dat er iets uit de pijpen van het orgel zou komen. En ik zat daar maar te kijken, ter­wi­jl er hele­maal niets uit kwam. Op de een of andere manier is het instru­ment mij toen toch begin­nen boeien, en heb ik mijn moed­er verteld dat ik orgel wilde spe­len. ‘Ge zijt gij zek­er zot, wij hebben geen orgel en waar gaat ge dat leren?’ was haar reac­tie. Niet­temin ben ik naar de acad­e­mie gegaan, en heb ik de oplei­d­ing afgerond toen ik nog stu­dent was.”

“Ge zijt gij zek­er zot?” – Moed­er De Baets 

Hoe vaak speelt u doorheen het jaar?

“Veel te weinig. Drie of vier uur per week probeer ik lit­er­atu­ur in te stud­eren, en af en toe spring ik bij tij­dens een mis­vier­ing. Het orgel in de Sint-Pieterskerk, mijn huiskerk, is mijn mid­da­gin­stru­ment. Ik kwam hier al oefe­nen toen ik nog stu­dent was. Par­ti­turen instud­eren doe ik thuis, en hier kom ik pas wan­neer ik het stuk beheers. Zo kan ik tij­dens het spe­len meer op schak­erin­gen en nuances let­ten: ik kan gebruik­mak­en van de acoustiek in de kerk, wat ik thuis niet kan.”

Speelt u vaak in eucharistievierin­gen of con­certen?

“Op mis­vierin­gen heb ik alti­jd veel gespeeld. Toen ik nog stu­dent was, is de organ­ist van mijn parochie eens ziek gevallen en moest ik elk week­end vijf mis­sen spe­len. Dan nam ik mijn cur­sussen mee en zat ik tussen het spe­len door mijn cur­sussen te leren op te pupiter. Zo ver­loor ik geen tijd in de exa­m­en­pe­ri­ode. Con­certen zijn heel wat lastiger. Je moet de stukken veel beter beheersen en een zekere rou­tine ontwikke­len. Ik kon maar één keer per jaar optre­den. Om een volledig uur muziek te vullen heb je immers een jaar de tijd nodig om te oefe­nen. Als je niet vaak genoeg speelt, begin je meer fouten te mak­en en doe je het niet meer graag.”

Zou u het orgel­spe­len aan­raden als hob­by?

“Absolu­ut. Ik heb ook een dochter die het speelt. Een orgel biedt zo veel mogelijkhe­den op vlak van klankkleuren. Alles komt uitein­delijk bij elka­ar in een spel van twee han­den en twee voeten. Wat wel een nadeel vormt, is het soli­taire aspect van het instru­ment. Je speelt alleen, je gaat alleen naar de kerk en je oefent alleen. Je moet niet met je orgel naar een bal pop­u­laire trekken, daar zullen ze je niet vra­gen. Je zit dus in een zek­er straat­je.”

Wat trekt u het meest aan in het orgel­spel?

Het geheel, denk ik. Het orgel heeft ook iets wat geen enkel ander instru­ment heeft: oneindigheid. Het kan miss­chien raar klinken, maar zolang ik mijn vingers op die toet­sen houd, is de klank oneindig lang. Bij elk ander instru­ment duurt dat slechts enkele sec­on­den. Wan­neer een organ­ist aan het einde van zijn stuk komt, houdt hij het laat­ste akko­ord ver­schrikke­lijk lang aan. De manier waarop dat akko­ord de kerk in trekt en het vol­ume van de ruimte met de echo-effecten vult, is wat mij zo aantrekt.

Gaat u nog de tijd vin­den om te spe­len als u deze week tot nieuwe decaan verkozen wordt? 

“Het zal niet een­voudig zijn, maar ik zal er natu­urlijk tijd voor moeten mak­en, zoals ik dat nu ook moet doen. Mijn vrouw zegt vaak dat het orgel mijn maîtresse is, en dat zij pas op de tweede plaats komt. Dat is wel een beet­je zo (lacht). Je moet tijd mak­en om orgel te spe­len, want het is enorm frus­tr­erend om achteruit te gaan door­dat je enkele weken niet gespeeld hebt.” (Intussen werd De Baets met een ruime meerder­heid verkozen tot decaan van de Fac­ul­teit Inge­nieur­sweten­schap­pen en Archi­tec­tu­ur, red.)

“Mijn vrouw zegt dat het orgel mijn maîtresse is”