De kunst van het ontsnappen


‘Is escapisme de nieuwe trend?’ Met de regelmaat van de klok prijkt deze kop boven een artikel. Louter een journalistieke tendens vanwege het hoge clickbaitgehalte of is er echt meer aan de hand?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 22/03/2017 – 23:43 door Lieselot Le Comte

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Een con­stante white noise op de achter­grond moet stu­den­ten hun beste been­t­je doen voorzetten. Anderen gaan stug door tot de mid­dag in de Over­poort. Som­mi­gen bin­gen dan weer de nieuw­ste Net­flix-exclu­sive. We zoeken aflei­d­ing, een plaats of een bezigheid die ons toe­laat het alle­maal even te ver­geten. Alles is beter dan de con­frontatie met de steeds dikker wor­dende stapel cur­sussen op de hoek. Toch mogen we escapisme niet over dezelfde kam scheren als pro­cras­ti­natie of ontspan­ning. Escapisme situeert zich op een dieper, meer exis­ten­tieel niveau. Vanu­it een diepge­wortelde afkeer van het dagelijkse lev­en wen­den mensen zich af van de realiteit, om weg te vlucht­en in wat ze zelf beschouwen als ‘aan­ge­namer’, ‘zin­voller’ of ‘echter’.

Vaak wordt de term gelinkt aan de huidi­ge presta­tiemaatschap­pij. Om niet te plooien onder de ein­de­loze stroom aan to-dolijst­jes en opge­heven vingert­jes, vin­den we cre­atieve manieren om aan de druk te ontsnap­pen. De meest extreme voor­beelden hier­van zijn allicht de hikiko­mori, Japanse gamers die maan­den­lang hun kamer niet uitkomen, zelfs niet om te eten met de fam­i­lie.

Een tijdloos fenomeen

De exclusieve link tussen de heden­daagse media­maatschap­pij en het toen­e­mende escapisme waar trend­watch­ers graag over prat­en, moeten we met een kor­rel zout nemen. Al sinds het begin van de vorige eeuw, in de jaren 30, hield­en aca­d­e­mi­ci vurige debat­ten over het (on)nut van escapisme. In de romantiek beklaag­den kun­ste­naars en filosofen met hun gevoelige zielt­jes dat het lev­en hen te hard viel. Alleen in een fan­tasiew­ereld of in een lang vervlo­gen en geïdealiseerd verleden kon­den ze hun cre­ativiteit beleven, aldus Friedrich, Delacroix, Keats en co. Schopen­hauer stelde in navol­ging van Kant dat de wereld zoals die zich aan ons voor­doet bedekt is met de ‘sluier van Maya’. Wat we waarne­men, zijn slechts ver­schi­jnse­len, ter­wi­jl het ware, het Ding an sich, ver­bor­gen ligt achter de sluier. Alleen de asceet kan zich los­mak­en en ontsnap­pen aan het aardse tra­nen­dal. Niet dat de man zijn eigen eigen filosofie vol­gde. Daar­voor was de Duitse keuken, rijke­lijk over­goten met Ries­ling, net iets te aantrekke­lijk. Een goede 1800 jaar eerder trok Cicero in zijn filosofis­che brief ‘over oud­er­dom’ al fel van leer tegen het escapisme van de jeugd. Hij spo­orde men­tale en fysieke inspan­ning aan en ver­foei­de de hedo­nis­tis­che lev­enssti­jl van zijn tijdgenoten. Op zijn oude dag trok de voor­ma­lige staats­man zich terug in zijn riante buiten­huis in Toscane, wat toch ook mooi staalt­je escapisme was. Een mooi voor­beeld van een tijds­geest waarin er paniek­erig naar een uit­laatk­lep werd gezocht, is de cri­sis van de jaren 30. Een ware shift in enter­tain­ment vond plaats. Mensen smulden van kome­dies en car­toons, zoals die van een jonge Walt Dis­ney, om te ver­geten dat de echte honger niet gestild kon wor­den. 

Godverdomse dagen op een godverdomse bol

Rest ons de vraag waarom mensen per se weg willen uit de realiteit. Uit de boven­staande voor­beelden blijkt dat escapisme piekt tij­dens moeil­ijke maatschap­pelijke peri­odes. Onzek­er­heid, snelle veran­der­ing en een gevoel van onvei­ligheid dra­gen er zek­er toe bij dat mensen zich col­lec­tief willen afwen­den van het mis­er­abele dagelijkse lev­en. Daar­naast vallen er in elke tijd en op elke plaats wel kleine groepen mensen te vin­den die absolu­ut niet aar­den in de samen­lev­ing en ver­vallen in extreme gewoontes. Meestal kri­j­gen ze het label van ‘excen­triekel­ing’ of ‘zot’ opgek­leefd. Marx gaf zijn eigen marx­is­tis­che draai aan het fenomeen. Escapisme is een symp­toom van het kap­i­tal­isme, een lap­mid­delt­je van de bezit­tende klasse, die liev­er het volk zoet houdt met enter­tain­ment dan effec­tief iets aan de lev­en­som­standighe­den te ver­beteren. Van­daar zijn uit­spraak ‘gods­di­enst is de opi­um van het volk’. 

Escapisme piekt tij­dens moeil­ijke maatschap­pelijke peri­odes

Vraag het aan Freud

Niet dat escapisme een­z­i­jdig negatief hoeft te zijn. J.R.R. Tolkien verdedigde in zijn essay ‘On Fairy-Sto­ries’ escapisme omdat het vol­gens hem een ele­ment van eman­ci­patie bevat­te. Door even weg te stap­pen uit de realiteit kun­nen we alter­natieve werelden verken­nen. De Noorse psy­choloog Frode Stenseng ontwikkelde een ‘escape scale’ om de twee polen van escapisme te meten tij­dens de favori­ete activiteit van proef­per­so­n­en. Daaruit bleek dat een­zelfde han­del­ing zow­el posi­tieve als negatieve betekenis­sen en gevol­gen kan hebben, afhanke­lijk van de moti­vatie van de proef­per­soon en de con­crete omstandighe­den waarin hij of zij zich bevond. Als we van onaan­ge­name gedacht­en of emoties willen wegren­nen, dus met andere woor­den ‘het zelf onder­drukken’, dan zal het escapisme vroeg of laat als een boe­merang in ons gezicht terug slaan. Anderz­i­jds kan escapisme ook ingezet wor­den om ‘het zelf te verken­nen’. Door activiteit­en te onderne­men die los staan van de dagelijkse sleur leren we nieuwe aspecten van onszelf ken­nen. De Duitse soci­aal psy­choloog Ernst Bloch beschreef hoe utopieën en escapis­tis­che beelden een aanzet zijn voor sociale veran­der­ing. Sociale recht­vaardigheid kan in zijn optiek niet gere­aliseerd wor­den zon­der de zak­en rad­i­caal anders aan te pakken. Escapisme is daar­bij het begin­punt, een “onvol­wassen, maar oprecht sur­ro­gaat voor rev­o­lu­tie”. 

Escapisme kan ook ingezet wor­den om alter­natieve werelden te verken­nen

Ver­schil­lende psy­cholo­gen stellen dat kun­st mak­en of con­sumeren alti­jd een vorm van escapisme is. Maar veel hangt af van de manier waarop je met kun­st omgaat. Je kunt ‘War of the Worlds’ van Orson Welles per­fect bek­ijken als een leuk sci­encefic­tion­ver­haalt­je en je hele­maal ver­liezen in de alter­natieve wereld. Of je kunt het bek­ijken als een snoei­harde kri­tiek op de maatschap­pij. En zolang je maar af en toe weer met bei­de voet­jes op de grond komt, is er niets mis met het ver­to­even in hogere sfer­en.