Retorica op het internet


Discussies op het internet zijn een beetje zoals Temptation Island: we verklaren het voor gek, kijken tegelijk geamuseerd toe en alleen wie zot genoeg is, neemt eraan deel.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 9/03/2017 – 13:10 door Lieselot Le Com­te­O­livi­er Van­der Bauwede

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Maarten Boudry

Een heer­lijk lus­to­ord. Zacht­jes kabbe­lende gesprekken. Een intel­lectuele dis­cussie onder gelijkgestemde geesten. Tot plots. Een storm steekt op. De ontspan­nen con­ver­sa­tie ontaardt in een woest steek­spel. Er wordt met mod­der gegooid, op de man gespeeld. Dodelijke one­lin­ers ver­van­gen de ver­heven taal. Hoe over­leef je de aan­val? Hoe kun je de Waarheid lat­en zegevieren? Of beter: hoe over­tu­ig je anderen van jouw Grote Gelijk? Enkele tips van filosoof Maarten Boudry, zelf geen onbek­ende in virtuele are­na’s.

Online oorlog

Inter­net­dis­cussies wor­den meestal als iets negatiefs beschouwd. Zijn er ook inher­ent posi­tieve aspecten?

Maarten Boudry

“Zelfs als je je volledig opsluit in je eigen cocon kom je toch in aan­rak­ing met mensen die com­pleet anders denken dan jij. Wat voor mij ook posi­tief is, is dat je, in tegen­stelling tot een mon­delinge debat, geen dis­cussie hebt over wat er al dan niet gezegd is, wat in het beste geval lei­dt tot een vlot­ter debat. Een negatief aspect is dat mensen veel min­der geremd zijn om zwaarder uit te halen, ook ad hominem. Wan­neer mensen achter hun lap­top zit­ten, zien ze gewoon namen, geen mensen met wie ze per­soon­lijk con­tact hebben. Ver­schil­lende tv-programma’s hebben dit getest, door mensen te bellen die racis­tis­che reac­ties online posten. Som­mi­gen hield­en voet bij stuk, maar velen gaven toch toe ‘dat het zo niet bedoeld was’. Een ander negatief aspect is niet zozeer de dis­cussie zelf, maar wel dat er een negatieve sfeer ontstaat rond de dis­cussie. Er is de meeste aan­dacht voor de meest negatieve zak­en, want die sprin­gen in het oog. Heftige reac­ties die vroeger vervlucht­ten aan de café­toog, wor­den nu als rotte kersen geplukt en ver­spreid. Maar ik zou zek­er niet zeggen dat het een een­z­i­jdig negatief ver­haal is. Voor alle nieuwe tech­nolo­gieën geldt dat het enige tijd duurt voor er een deon­tol­o­gis­che code ontwikkeld wordt, het is niet zo dat mensen dat op een bepaald moment afspreken.”

Knack heeft op een bepaald moment de com­mentaren onder artikels hele­maal uitgezet.Wat vin­dt u daar­van?

Maarten Boudry

“Je kunt het zien als een wapen­wed­loop tussen mod­er­a­toren en trolls. Trolls wor­den steeds beter in het ver­sprei­den van racis­tis­che bood­schap­pen, pro­pa­gan­da of zelfs reclame. Ze hebben een dis­pro­por­tion­eel grote impact en als je dat alle­maal z’n beloop zou lat­en gaan, zouden alle dis­cussiefo­ra over­spoeld wor­den door bag­ger. Dat ont­moedigt natu­urlijk de mensen die wel willen rea­geren. Het volledi­ge dis­cussiefo­rum afs­luiten lijkt me niet wenselijk, maar ik kan wel begri­jpen dat het mod­er­eren van een forum heel wat moeite kost en dat een krant de afweg­ing maakt om dat niet te doen.

“Trolls hebben een dis­pro­por­tion­eel grote impact”

Wat De Stan­daard doet, is heel strik­te regels opstellen; er mogen bijvoor­beeld geen links in de com­mentaren staan, er is een max­i­mum­lengte … Ik weet echter liev­er dat ook de meest racis­tis­che com­mentaren bestaan, want als ik nu kijk naar reac­ties onder artikels van De Stan­daard bli­jven enkel de meest hof­fe­lijke reac­ties over. Mensen zoeken alti­jd wel een uit­laatk­lep en het feit dat ze niet mogen rea­geren zorgt voor frus­traties. Boven­di­en is een krant ver­ant­wo­ordelijk voor de inhoud van de artikels zelf, dus miss­chien is een dis­claimer een beter idee. Maar er moet miss­chien niet al te veel aan­dacht besteed wor­den aan de reageerders eron­der. De mensen die het meest gen­u­anceerd zijn, zullen zich niet geroepen voe­len om hele dagen reac­ties te posten. Mensen die echt de moeite doen om hun punt te uiten, zullen nog alti­jd wel een lez­ers­brief sturen. Als ik iets schri­jf voor Knack.be en mensen rea­geren er ver­vol­gens op, dan steek ik daar zelf vaak iets van op. Niet dat dat rep­re­sen­tatief is voor de bevolk­ing, maar het lev­ert heel wat infor­matie op.”

Omdat ik het zeg, daarom

Dro­gre­de­nen bestaan al sinds de antieke oud­heid en toch ont­gaat het mensen dat er zoi­ets bestaat als ‘ad hominem’. Hoe ga je daarmee om? Is het goed om mensen daarop te wijzen of eerder con­trapro­duc­tief?

“De ter­men ad hominem of dro­gre­den mak­en weinig indruk. Als mensen per se iemand zwart willen mak­en, dan doen ze dat wel. Daaren­boven, net omdat het zo’n hand­i­ge etiket­ten zijn, wor­den ze heel gemakke­lijk mis­bruikt. Als je bijvoor­beeld kunt argu­menteren waarom iemand hypocri­et is, is dat niet ad hominem. Zek­er in poli­tieke dis­cussies of in rechtza­k­en is het heel vaak rel­e­vant om op een per­soon in te gaan. Om een getu­ige te wreken moet je op de per­soon ingaan. Het ad hominem-argu­ment is dan toe­laat­baar, zelfs noodza­ke­lijk. Daar­bij, het is onmo­gelijk om alti­jd zelf alle infor­matie te con­trol­eren, dus tot op zek­er hoogte moet je vertrouwen kun­nen stellen in de per­soon die de argu­menten aan­brengt. Weten dat een per­soon een bepaalde achter­grond heeft, is dan rel­e­vant om de infor­matie te beo­orde­len.

Ondervin­dt u zelf dat u min­der dis­cussies in het echt voert dan vroeger het geval was?

“Ik denk het wel. Ik heb al vak­er lange, heftige dis­cussies gevo­erd met vrien­den die zich voor­namelijk op Face­book afspe­len. Het zijn com­mu­nicerende vat­en: hoe meer je op Face­book bespreekt, hoe min­der je de nood voelt er in het echt over te spreken. In bepaalde con­tex­ten is het weliswaar nut­tiger om iemand voor je te hebben, maar ook aan het gespro­ken woord zijn nade­len ver­bon­den. Het is enorm vluchtig en voor je het weet begin je een metadis­cussie te voeren over wat er al dan niet gezegd is. Wan­neer je spreekt, heb je geen tijd om na te denken, er zijn geen ref­er­en­ties die je bij de hand hebt. Een mon­del­ing debat is voor een deel vulling. Een radioin­t­er­view lul ik meestal zoveel mogelijk vol. Zek­er in een poli­tiek debat, is alles beter dan met je mond vol tanden te zit­ten. Het voordeel van het geschreven woord is dat je even kunt nadenken over de struc­tu­ur en de inhoud van je antwo­ord en eventueel lat­er kunt terugver­wi­jzen.”

“Een radioin­t­er­view lul ik meestal zoveel mogelijk vol”

Lepe truc­jes? Moi?

In mijnen tijd 

Zijn we er als samen­lev­ing dan op vooruit gegaan of geldt het cre­do ‘vroeger was alles beter’?

“De oude Grieken waren natu­urlijk veel beter in het mem­o­ris­eren van tek­sten omdat hun brein daarop was ingesteld. Het was de enige manier om zak­en in herin­ner­ing te houden. We hebben de kun­st van het rede­vo­eren miss­chien wat ver­loren. Toch is goed dat er van­daag een diver­siteit aan opties is.”

Heeft u tips om een inter­net­dis­cussie te win­nen?

“Een leep truc­je dat ik soms toepas om dis­cussies af te sluiten, is door aan te kondi­gen: “Dit is mijn laat­ste antwo­ord.” Dat laat in feite het laat­ste woord over aan de ander en para­dox­aal genoeg zorgt net dat ervoor dat de ander niet goed weet of hij nog tegen iemand aan het prat­en is. Dus de fac­to geef je het laat­ste woord aan jezelf.”