Leren protesteren


Occupy Wall Street, de Women's March, #jesuistheo … Protesten vullen bijna dagelijks vele krantenpagina’s. Toch verandert er schijnbaar weinig. De vraag rijst: is protest wel functioneel? En als dat niet het geval is, waar loopt het dan fout?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 21/02/2017 – 23:05 door Elis­a­beth Goethals­Max­im Lippeveld

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Jan Dumolyn

“Kom me maar even inter­viewen”, mailde pro­fes­sor Jan Dumolyn en met die gevleugelde woor­den bevon­den we ons een aan­tal uur lat­er bij de vak­groep Geschiede­nis. Omgeven door lijvige kro­nieken en stof­fige geschied­schri­jvin­gen gin­gen we met Dumolyn op zoek naar een verk­lar­ing op de vraag ‘Is protest wel zo nut­tig?’

Het protestillusie

“Er is doorheen de geschiede­nis eigen­lijk geen enkele soci­aal-economis­che veran­der­ing die door de mens zomaar ten goede werd gedaan. Alles is afged­won­gen door stri­jd”, vertelt Dumolyn. “Neem nu bijvoor­beeld het alge­meen stem­recht. Men vergeet dat er drie grote stakin­gen hebben plaats­gevon­den om dat alge­meen stem­recht af te dwin­gen, dat er mensen in die stri­jd het lev­en hebben gelat­en.” 
Geen enkele his­tori­cus zal het ontken­nen: stri­jd, in al zijn vari­anten, is één van de meest effec­tieve manieren om tot resul­tat­en te komen. 
Het tegen­deel lijkt echter waar te zijn. Met z’n allen verza­me­len we op straat, met z’n allen leggen we het ver­keer op belan­grijke kruis­pun­ten stil, met z’n allen nemen we trom­mels te hand om de uit­spraak ‘de maat is vol’ nog wat meer kracht bij te zetten. Maar veel resul­taat zien we niet. Hoe komt dat toch? Teren we col­lec­tief op een illusie van impact?

Syndicalisme in de vriezer

Jan Dumolyn

Dumolyn zoekt zijn verk­lar­ing in de huidi­ge trend van het anti­syn­di­cal­isme, een trend die vol­gens hem deels ontstond door de geschied­kundi­ge nalatigheid waar de jon­gere gen­er­aties geza­men­lijk last van hebben. Wat vak­bon­den ons ten goede hebben gebracht in het verleden, zijn we ver­geten. We zien het nut er niet van in. Vak­bon­den duiken wel vak­er op in de media, maar meer om pek en veren over hun protes­tac­ties heen te gieten dan om hun ver­wezen­lijkin­gen in de verf te zetten.

Deels ligt de schuld ook bij hen­zelf, laat Dumolyn ons weten. Vak­bon­den wor­den door de Y‑generatie beschouwd als een oud, in car­reaux gek­leed comité dat zijn dagen sli­jt rond ton­vu­urt­jes en zijn stem­ban­den door de zoveel­ste slo­gan aan flar­den heeft geschree­uwd. De vak­bon­den zijn zodanig opge­gaan in het protest dat ze ver­gat­en te mod­erniseren en daar lijdt hun ima­go onder. “Je mag namelijk niet ver­geten dat er ook nog iets is als de pub­lieke opinie. Daar moet je ook op voor­bereid zijn. Als de vak­bon­den van­daag één grote fout mak­en dan is het dat zij, in tegen­stelling tot de nieuwere, hip­pere protest­be­weg­in­gen, falen in mas­sacom­mu­ni­catie”, aldus Dumolyn. 

“Als de vak­bon­den van­daag één grote fout mak­en, dan is dat dat zij falen in mas­sacom­mu­ni­catie”

Vakbonden uit de kast

Maar vak­bon­den stellen pre­cies dat­gene voor wat de jon­gere gen­er­atie in z’n protesten mist: struc­tu­ur. Naast de duidelijke prob­le­men van een gebrek aan ide­olo­gie, lei­der­schap en een een­duidig doel tij­dens het protest, situeert het groot­ste prob­leem zich in wat er na het protest gebeurt. Soms eindigt een protest in een geweld­dadi­ge con­frontatie met de poli­tie en vak­er wel dan niet dooft de protest­be­weg­ing gewoon uit. Achter de scher­men van grote demon­straties schuilt er zelden een goed draaiende en meer per­ma­nente organ­isatie die zich met de opvol­ging bezighoudt. Een organ­isatie die ervoor zorgt dat de eisen van de demon­stran­ten zich een weg weten te banen doorheen de ingewikkelde en lang­dr­a­di­ge processen van de poli­tieke wereld om ver­vol­gens effec­tief een struc­turele veran­der­ing te bew­erk­stel­li­gen.

#slacktivism

Naast het fysieke aspect is protest in het heden ook onlos­make­lijk ver­bon­den met de kracht en reik­wi­jdte van het inter­net. Het is nooit makke­lijk­er geweest om je menin­gen te uiten en je gal te spuien richt­ing de rest van de wereld. Met een paar rake sla­gen op het toet­sen­bord of het opricht­en van een Face­book­groep kun je een protest starten. Deze vorm van protest wordt vaak bestem­peld als slack­tivisme: een vorm van activisme die weinig engage­ment vraagt van de ‘activist’. Een sim­pele klik op het inter­net gehuld in de anon­imiteit die ermee gepaard gaat, meer is er schi­jn­baar niet nodig om actie te onderne­men.

Het fenomeen slack­tivisme kan door iedereen gebruikt wor­den om snel een beweg­ing op poten te zetten voor een­der welk ini­ti­atief: één van rond de kerk­toren of met wereld­wi­jd bereik. Dat toonde Anders Cold­ing-Jør­gensen van de Uni­ver­siteit van Copen­hagen aan met zijn Stork Foun­tain exper­i­ment. In dit (qua method­ol­o­gis­che waarde betwi­jfel­bare) exper­i­ment slaagde hij erin om in twee weken 27.000 mensen te verza­me­len in een Face­book­groep die opgericht was om de afbraak van de Stork­fontein te voorkomen. Er was echter hele­maal geen plan om die fontein ooit af te breken, wat meteen het prob­leem van slack­tivisme blootlegt. De gemid­delde slack­tivist geeft min­der om het prob­leem zelf en meer om het sussen van zijn of haar geweten.

En toch hoeft activisme op het inter­net niet steeds gede­gradeerd te wor­den tot slack­tivisme. Web­sites als avaaz.org of change.org tonen het tegen­deel aan. Ze bieden een plat­form om een beweg­ing op poten te zetten en stellen iedereen die het wil daarmee in staat om aan te tonen dat ze een grote groep mede­standers achter zich hebben. Al moet die goed­nieuwsshow vaak ook met een kor­rel zout genomen wor­den. Slack­tivisme loert ook hier steeds om de hoek. “Het mag niet te vri­jbli­jvend, te gemakke­lijk wor­den”, meent Dumolyn. “Er moet fysiek gemo­biliseerd wor­den, men moet aan­wezig zijn. IRL, zoals dat dan heet.” Dat is tevens iets wat een blik op de vic­to­ries-pag­i­na van Avaaz beves­tigt. Zeven van de tien vol­gens hen meest suc­cesvolle en ges­te­unde acties bracht­en een protest op gang en maak­ten zo het ver­schil.

“De soft­ies ten spi­jt, een protest moest gevoeld wor­den”

Breek uit jezelf

Jan Dumolyn

… maar vooral uit je com­fort­zone, dat is de con­clusie. 
Wat lev­ert er echt resul­tat­en op? De boel afzetten. Pick­ets zetten, nie­mand door­lat­en, een kruis­punt blokkeren … kor­tom de con­frontatie aan­gaan.
“Dat betekent niet dat je met de poli­tie moet gaan vecht­en, dat is dom. Hou je gewoon bij de sim­pele din­gen: ambe­tant zijn, lastig zijn. Dat is iets dat doorheen de geschiede­nis voor de meerder­heid van de bevolk­ing iets heeft opge­bracht.” De soft­ies ten spi­jt, een protest moet gevoeld wor­den. Het is een kwest­ie van duidelijke organ­isatie, een duidelijke ide­olo­gie en het uit­sluiten van gra­tu­it geweld.