Gat in uw cultuur


De gustibus et coloribus non est disputandum. Maar een goede raad op tijd en stond kan nooit kwaad. Deze week met tips van bekend Vlaanderen, omdat het de laatste Schamper van 2016 is!

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 14/12/2016 – 0:39 door

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

>URBANUS
> 67 JAAR
>KOMIEK, CABARETIER, ZANGER, GITARIST, STRIPAUTEUR & ACTEUR
 

Veel jonge mensen vin­den Woody Allen een zaag, een zeur en een oev­er­loze leuter­aar, maar ik heb er in het begin van mijn car­rière heel veel inspi­ratie uit gehaald! Zijn films gaan vaak over onmo­gelijke liefdes, maar telkens weet hij een nieuwe inval­shoek te vin­den, waar­door je telkens weer aan­ge­naam ver­rast wordt. In ‘Crimes and Mis­de­meanors’ heb je bijvoor­beeld twee par­al­lel lopende ver­halen die totaal niets met elka­ar te mak­en hebben, maar aan het eind blijken heel veel din­gen ver­w­even. Wan­neer het psy­chol­o­gisch gezwam wat begint tegen te steken, komt er alti­jd net op tijd een fan­tastis­che one­lin­er of een visuele grap. In 1983 waren de spe­cial effects bijlange nog niet zo vergevorderd, maar toch zag ik een frag­ment in ‘Zelig’ waar ik kei­hard om moest lachen. Die film gaat over iemand zon­der per­soon­lijkheid, een menselijke kameleon. Als hij een kwarti­er naast een zak cement staat, wordt hij zelf een zak cement. Zo komt hij in Duit­s­land terecht en plots ver­schi­j­nen er archief­beelden van Hitler en de nazi’s. Maar wie zit daar als jood tussen Hitler, Goebbels, Göring en Himm­ler? Nie­mand min­der dan Woody Allen him­self! Dat was voor die tijd een goed gepho­to­shopt truc­je, maar dat vond ik bij­zon­der gedurfd en grap­pig!

 

 

Foto Nena Driehui­jzen

>CAMILLE POLLIE
>26 JAAR
>COMMUNITYMANAGER VAN OPENVRT & MNM-DJ

Foto: Nena Driehui­jzen

Twee jaar gele­den begon ik met hard­lopen. Door een druk werkschema bleef het fit­ness­abon­nement onge­bruikt en ook de beurtenkaart bij de yoga bleef onbestem­peld. Daarom dacht ik: eens proberen of ik het zou vol­houden om ’s mor­gens voor het werk te gaan lopen. Een col­le­ga raadde me aan ‘What I Talk About When I Talk About Run­ning’ van Haru­ki Muraka­mi in huis te halen. Muraka­mi is bek­end van romans als ‘Kaf­ka op the Shore’ en ‘Nor­we­gian Wood’, boeken die je zek­er eens moet gelezen hebben. Maar wat ik niet wist, is dat hij ook een fanatiek hard­lop­er is. Hij begon met hard­lopen toen hij full­time schri­jver werd, nadat hij jaren­lang een club runde. Ter­wi­jl ik me een weg baande doorheen zijn boek, begon ik met lopen: eerst vijf kilo­me­ter (waar­na ik doo­dop was), daar­na lan­gere afs­tanden. Onder­tussen heb ik mijn eerste marathon gelopen en dat deed ik naast een meer dan full­time job. ‘What I Talk About When I Talk About Run­ning’ heeft me geleerd dat er naast werk ook plaats moet zijn voor andere din­gen in je hoofd. Die plaats creëer je door iets anders te doen dan in een bureaus­toel te zit­ten. Voor mij is dat lopen, voor een ander kan dit yoga zijn of een goed boek lezen. Maar als je één boek leest, laat het dan dit zijn!