Spelen zonder brood


Je kunt niet leven van de liefde, en van kunst nog minder. Het artistieke veld lijkt meer op een jungle waar werkloosheid en eindeloze administratie op de loer liggen. Gelukkig zijn er nog jonge waaghalzen die hun leven op het spel zetten voor eeuwige roem. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 29/11/2016 – 22:42 door Lieselot Le Comte

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Grafiek­jes zijn leuk, of toch buiten de les Sta­tistiek. Vorige week deed een opmerke­lijk dia­gram de ronde op sociale media onder de titel ‘Wie kan er lev­en van het werk in de artistieke sec­tor?’ De cijfers zijn koren op de molen van je papa die Kunst­weten­schap­pen toch niet zo’n goed idee vond. Blijk­baar is de Fac­ul­teit Economie een betere optie voor wie een brood­je zalm verki­est boven boter­ham­men met choco-van-den-Aldi, aangezien enkel de man­ag­er en de boekhoud­er kun­nen over­leven in het artistieke milieu. De grafiek is gebaseerd op een onder­zoek naar de socio-economis­che posi­tie van pro­fes­sionele kun­ste­naars in Vlaan­deren, op ini­ti­atief van een hele rits cul­turele organ­isaties. De resul­tat­en zijn niet echt een ver­rass­ing: kun­ste­naars moeten ver­schil­lende jobs com­bineren, vallen van tijdelijk con­tract in nog tijdelijk­er con­tract en werken in onsta­biele omstandighe­den. Uit liefde voor de kun­st ver­richt­en ze een hoop onbe­taald werk en dur­ven ze te weinig op hun strepen te staan wan­neer de fac­turen bin­nen­lopen. Het Kun­sten­de­creet dat enkele jaren gele­den in het lev­en werd geroepen om kun­ste­naars beter te onder­s­te­unen, blijkt een log juridisch vehikel waar begin­nende arti­esten amper hun weg in vin­den. Min­is­ter Sven Gatz beloofde alvast om werk te mak­en van een tax shel­ter voor podi­umkun­sten. Via zo’n tax shel­ter kun­nen par­ti­c­ulieren en bedri­jven die investeren in cul­tu­ur een belast­ingsvo­ordeel opstrijken. Daar­naast wil hij ook een ‘cul­tu­ur­bank’ in lev­en het roepen, die microkredi­eten en risi­cokap­i­taal zal ver­strekken aan de hele cul­tu­ur­sec­tor. Waar het geld van­daan moet komen, wordt ner­gens ver­meld. Geld groeit tenslotte niet aan de bomen, nog zo’n wijsheid van je papa.

Wie toch nog de lokroep van de Muze hoort en ‘iets artistieks’ op poten wil zetten, vol­gt best deze korte han­dlei­d­ing. En schaf een goede fiets aan, want de kans is groot dat je bij Deliv­eroo terecht komt.

1. Zoek een huis dat je onder zijn vleugels neemt

Het is bij­zon­der moeil­ijk om vanu­it je garage iets te ver­wezen­lijken, ten­z­ij je papa Coucke heet. Veel beter is om via een bestaande organ­isatie te werken. Zij zullen je niet finan­cieel kun­nen onder­s­te­unen (ze hebben zelf geen nagel om aan hun gat te krabben), maar wel mater­iële bij­s­tand ver­lenen. Een repeti­tieruimte is al een gods­geschenk voor jonge kun­ste­naars. Zo startte Marthe Thys, een jonge Gentse the­ater­maak­ster, bij MaTRaK, het stu­den­tenthe­ater van de Uni­ver­siteit Gent. Zij kri­j­gen een (zeer) kleine sub­si­die, waar­door de begin­nende regis­seur enige zek­er­heid heeft om zijn geld terug te zien. Want de kans zit er dik in dat je zelf startkap­i­taal moet voorzien. Een andere optie is Minus One, dat zichzelf omschri­jft als ‘cre­atief lab­o­ra­to­ri­um’. Wie de al te hippe site over­leeft, kan er terecht met een­der welke cre­atieve ingev­ing: muziek, film, the­ater, dans, foto, per­for­mance, expo, fes­ti­val, feest … Het fijne is dat een toon­mo­ment niet per se hoeft: je kri­jgt er ruimte om te exper­i­menteren en ideeën uit te werken.

Wie vanaf nul begint, moet een ste­vig spaar­boek­je hebben. Een vzw opricht­en kost je al gauw een paar dagen spaghetti’s opschep­pen in de brug. Zon­der die rechtsper­soon­lijkheid kun je helaas geen fac­turen ver­s­turen, geen mate­ri­aal ontle­nen en is het fluiten naar enige vorm van juridis­che bescherming.

 

2. Word vriendjes met een rechtenstudent

Sub­si­dies aan­vra­gen. De meeste kun­ste­naars drukken het lief­st nog maar eens op snooze bij de gedachte aan dit hatelijke kar­wei. Het is alles­be­halve een sinecure om uit te voge­len waar je recht op hebt. De Vlaamse over­heid is niet de enige mogelijkheid, ook Stad Gent biedt enige onder­s­te­un­ing. Dankz­ij de Alles Kan-sub­si­die kun­nen jon­geren tussen 14 en 30 jaar tot 3000 euro kri­j­gen voor cul­turele, sportieve en edu­catieve pro­jecten die ‘passen in de missie van de Stad Gent’. Wie van plan is om samen te werken met scholen kan beroep doen op dynamo3-sub­si­dies, al hebben de meeste onder­wi­jsin­stellin­gen hier zelf nog nooit van geho­ord. De sub­si­dies gaan volledig op aan mate­ri­aal. Lev­en van je artistieke exploten is nog verre toekom­st­muziek. Bereid je alvast voor op stapels papier­w­erk en hou een verk­larend woor­den­boek juridisch taal­ge­bruik bij de hand. En vraag aan je papa hoe je die ver­domde belast­ingsaangifte invult.

 

3. Zeg de unief vaarwel

In de les ver­schi­j­nen na de weke­lijkse vergadering/zuippartij van je stu­den­ten­v­erenig­ing is al een hele opgave, laat staan dat je een heel toneel­stuk moet regis­seren. Dankz­ij het kun­ste­naarsstatu­ut kun je dezelfde recht­en verkri­j­gen als werk­stu­den­ten, maar dan moet je wel een arbei­dsovereenkomst kun­nen voor­leggen. Geen optie dus voor mensen die zelf­s­tandig een project op touw zetten. Dj’s mak­en trouwens geen enkele aanspraak op dat statu­ut. Of je optreedt in het sport­paleis voor 5000 man of zat­te plaat­jes draait in de Over­poort, maakt daar­bij geen ver­schil. Net als bij de andere bij­zon­dere statuten aan de UGent bli­jft de afd­wing­baarheid een prob­leem: een eventuele uit­zon­der­ing hangt af van de good­will van de prof. In het eerste jaar moet je sowieso 60 studiepun­ten opne­men. De economis­che log­i­ca waar uni­ver­siteit­en onder gebukt gaan, eist immers dat de studie vooruit gaat. Verwacht je ook bij deze stap maar aan stapels doc­u­menten. Marthe: “Het is echt heel moeil­ijk om een oplei­d­ing te com­bineren met mijn the­ater­w­erk, onder andere daarom ben ik gestopt met stud­eren. Ik wil mijn pro­jecten niet lat­en varen voor school, want het is nu aan het boomen en dit is wat mij gelukkig maakt.”

 

4. Studeer je‑m’en-foutisme

Doorzettingsver­mo­gen en een megadoos kleenex zijn de wapens van de kun­ste­naar. Een troost: die peri­ode van zwarte sneeuw zal een inspi­ratiebron zijn voor je hele verdere car­rière. De groot­ste kun­st komt tenslotte voort uit het diep­ste lij­den, of zoi­ets. Marthe: “Je moet echt heel veel passie hebben en niet bang zijn om hulp te vra­gen. Je moet mensen aanspreken en geen schrik hebben. Anderen zullen zelf wel oorde­len of ze met je in zee willen. Sta achter wat je maakt. Zeg je m’en fous tegen al de rest. Een nee heb je, een ja kun je kri­j­gen.”

“Sta achter wat je maakt. Zeg je m’en fous tegen al de rest. Een nee heb je, een ja kun je kri­j­gen” – Marthe Thys