All the small things


Sofie Psy­chisch lij­den is naar aan­lei­d­ing van Rode Neuzen Dag een hot top­ic in Vlaamse con­treien om het the­ma bespreek­baar te mak­en. We kun­nen ons enkele vra­gen stellen bij de manier waarop de doorsnee mens de dag van van­daag in het lev­en staat en hoeveel ruimte er is om te vertellen hoe het met je gaat. Het…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 28/11/2016 – 11:34 door Sofie S.

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Sofie

Psy­chisch lij­den is naar aan­lei­d­ing van Rode Neuzen Dag een hot top­ic in Vlaamse con­treien om het the­ma bespreek­baar te mak­en. We kun­nen ons enkele vra­gen stellen bij de manier waarop de doorsnee mens de dag van van­daag in het lev­en staat en hoeveel ruimte er is om te vertellen hoe het met je gaat. Het moet gezegd, we zijn met veel die deze bol bewan­de­len. Begin 2016 waren we met 7.39 mil­jard en elke dag komen er zo’n 209.000 zie­len bij. We voe­len het alle­maal, er is gewoon steeds min­der plaats. Op straat, in het ver­keer, in de winkel en je moet je als fietser in Gent door het ver­keer en de mensen­mas­sa wur­men. Boven­di­en is er ook steeds min­der plaats in ons hoofd. Stil­staan bij de zak­en van alledag en reflecteren over waar je op dat moment mee bezig bent, is zo moeil­ijk gewor­den. Alles moet vooruit­gaan en men wil slechts wacht­en als men er tijd voor heeft. Daaren­boven lijkt het alsof alles wat we doen dan ook nog eens ‘super ’ of ‘top­pie’  moet zijn voor we iets de moeite waard vin­den om te vertellen en we onszelf ver­vol­gens wijs­mak­en dat we goed bezig zijn. Maar is dat wel zo? We gedi­jen zoet­je­saan op een roze wolk van verwachtin­gen en wan­neer deze niet stro­ken met de vaak o zo gri­jze realiteit wor­den we over­spoeld door emoties en gevoe­lens. “En dan? Wat nu gedaan?” Moest het alreeds vin­tage gegeven van ‘betrokken­heid op elka­ar’ nog steeds allom aan­wezig zijn, zouden we het veel min­der lastig hebben om ons goed in ons vel te voe­len. Het idee dat je je buur kan aanspreken over het feit dat je net een rotdag achter de rug hebt of je miss­chien wel een lastige peri­ode door­maakt, omdat je hond net gestor­ven is. Uit­zon­der­lijk.

“Daaren­boven lijkt het alsof alles wat we doen dan ook nog eens ‘super ’ of ‘top­pie’  moet zijn voor we iets de moeite waard vin­den om te vertellen”

Op open­bare plekken voel je ’t zek­er, een stilzwi­j­gend gegeven waar­bij je aan­voelt dat je best je lip­pen op elka­ar houdt, omdat je anders de ‘social weirdo’ bent. We zijn er: de ongeschreven regels in de maatschap­pij die ons eraan herin­neren dat we indi­vid­u­al­is­tis­che wezens (gewor­den) zijn. Op de trein: “lief­st niet naast mij komen zit­ten als er nog andere zit­jes vrij zijn, mer­ci.” In de lift: een alle­gaart­je vreem­den die enkele verdiepin­gen naast elka­ar staan en staren naar de deur die elk moment kan open­gaan, wat wel een een eeuwigheid lijkt te duren: “awk­ward”. Op toi­let: “niet in het kot­je naast mij komen zit­ten, ik wacht wel met pipi doen tot je weg bent” #schaamtelijkpro­t­jeoptwc. We rij­den nog liev­er naar de nachtwinkel dan een beet­je koffie bij de buren te gaan halen, “hulp vragen…wie doet da nu? ” Gentlemen’s agree­ment, mijn gat! ’T is zo jam­mer, denk ik dan, want wat kan het fijn zijn een willekeurige per­soon gewoon “goeiemor­gen” te wensen op de fiets. Helaas wordt de altruïst steeds een­za­mer en een­za­mer. En wat met de kleine geneugten des lev­ens? Het Amélie Poulain-gewi­js breken van de suik­er­laag van de crème brûlée met je petite cuil­lère, het opmerken van de straat­muzikant en hem bewon­deren om zijn durf en kunde en belo­nen met wat nikke­len klut­ters. We lev­en zo jam­mer­lijk weinig in het hier en nu, dat wat we nog moeten doen, neemt echter steeds de boven­hand en zorgt voor bér­gen stress. Tip: probeer eens op te staan en al gewoon blij te wezen dat het zon­net­je schi­jnt. Het zou ons lev­en zoveel rijk­er mak­en: ‘All the small things’, de man­nen van Blink-182 wis­ten het immers al in het jaar 2000.