Schamperlab


Eten, we doen het allemaal. Kakjes leggen, we doen het ook allemaal. Wat gebeurt er in je geliefde darmpjes tussen begin en einde? Een zeer grafische reconstructie. Als testvoedsel gebruiken we, assorti met de tijd van het jaar, een schachtenpapje.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 1/11/2016 – 22:13 door Marthe Thys­Ni­co­las Van Laere

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Zoals menig schacht­en­tem­mer en doop­meester wel kan bea­men, start een goede doop met een goede schacht­en­pap. Een sim­pel samen­raapsel van vochtig kat­ten­vo­er, droge brokken, wat mos­terd, een augurk­je, een zil­veruit­je en – vanzelf­sprek­end – enkele teen­t­jes look vor­mde onze basis. Met enkel en alleen sim­pele pro­ducten die in elke keuken te vin­den zijn, proberen we te tonen hoe een menselijk schachtelijk spi­jsver­t­er­ing­s­telsel pre­cies ineen zit.

De mond

De eerste stop voor onze pap is natu­urlijk de mond. Hier gebeuren twee zak­en: het voed­sel wordt in kleine stukken ver­morzeld – door het plebs wordt dit ook wel “kauwen” genoemd – en een sli­jmerig goed­je (“speek­sel”) mengt zich tussen de brokken door. Hoewel het speek­sel eigen­lijk wel een aan­tal stof­fen bevat die het eten afbreken (zoals de enzy­men lipase en amy­lase, die respec­tievelijk vet­ten en zetmeel afbreken), is het nut hier­van ten opzichte van het totaalplaat­je ver­waar­loos­baar: de belan­grijk­ste func­tie van speek­sel is de eten­sprop goed doen gli­j­den. Tot hier geen prob­le­men. Enkel de smaak­pa­pillen staan een beet­je in de weg. Hoe komt het dat we som­mige etenswaren niet lekker vin­den? Evo­lu­tion­air bepaald vin­den we zoet, zout en vet­tig eten lekkerder dan bit­ter of zuur voed­sel, aangezien zoetigheid vaak samen­gaat met voedza­amheid (denk maar aan fruit), ter­wi­jl zoute voed­ing veel essen­tiële min­eralen bevat. Vet lus­ten we dan weer liev­er door het hoge calo­riege­halte, wat vroeger noodza­ke­lijk was om te over­leven. Een bit­tere smaak komt vaak voor in planten die giftig zijn, waar­door ons over­lev­ingsin­stinct bepaalt dat bit­tere voed­ing schadelijk is. Hier­door zullen vele groen­ten niet smak­en bij kinderen, maar deze instinc­tieve afkeer kan afgeleerd wor­den. Ook schacht­en moeten maar even op hun tanden bijten, no pun intend­ed.

Slikken 

Na een geblafte “Slikken, schacht!”, en een ged­won­gen onder­drukking van de kokhal­sre­flex (nog iets dat afgeleerd kan wor­den door bepaalde stu­den­tikoze activiteit­en), daalt het voed­sel af naar de maag. Hier storten de par­ië­tale cellen voor­namelijk HCl uit, wat zorgt voor een flinke dal­ing van de pH-waarde. De func­tie van deze zure omgev­ing is de afbraak van voed­sel tot kleinere deelt­jes. Ook zorgt het maagzu­ur voor een verni­etig­ing van bac­ter­iën en zal het ervoor zor­gen dat eiwit en nucle­ïnezu­ur (je weet wel, DNA et cetera) afge­bro­ken wor­den. Deze verzur­ing valt gemakke­lijk te simuleren door een beet­je azi­jn toe te voe­gen aan ons mengsel. En met een beet­je bedoe­len we een halve liter. Ons reuko­r­gaan trekt zich terug. Peace out, bitch­es, I did not sign up for this.

“Ons reuko­r­gaan trekt zich terug.” 

Bij een doop gaat het eten dan meestal nog eens naar boven, kat­teneten is niet meteen iets dat soe­pel naar bin­nen gli­jdt zon­der dat ons lichaam schree­uwt: “KOTS HET UIT, TRUT, WE MOETEN HET NIET! 1‑eu­ro-lasagnes van den Aldi en af en toe een kwak­je sper­ma: dat kri­j­gen we nog bin­nen, maar kat­teneten?! Dat gaat te ver, sor­ry.” Zo komt de voed­sel­brij opnieuw langs de mond, op de grond terecht. Een korte omweg, maar op deze manier kan de schacht wat aarde tussen zijn eten steken voor het te laat is, wat zorgt voor een grondi­ge schu­urbeurt van de maag. Goed om die Heli­cobac­ter Pylori wat onder con­t­role te houden.

Basische bitches 

Na nog wat ste­vig kne­den – de maag bevat tenslotte drie spier­la­gen in zijn wand – is de voed­sel­brij klaar om door de maags­finc­ter te gaan en in de twaalfvin­gerige darm terecht te komen. Hier dumpen de lever en de pan­creas hun respec­tievelijke sap­pen op de voed­ingstof­fen. De pan­creas wordt ook wel ‘de omge­keerde maag’ genoemd, omdat pan­cre­as­s­ap in tegen­stelling tot maagzu­ur net heel basisch is (basic bitch­es yo). Het valt na te boot­sen door sim­pel­weg wat natri­umbi­car­bonaat (NaHCO3, oftewel bakpoed­er) met water te men­gen. Gal is wat moeil­ijk­er na te boot­sen: de voor­naam­ste werkzame stof­fen het­en ‘gal­zouten’, en dienen om vet­ten gemakke­lijk­er op te nemen. Ze bezor­gen ook de karak­ter­istieke bru­ine kleur aan onze uitwerpse­len, door­dat ze bestaan uit afbraakpro­ducten van rode bloed­cellen. We kap­pen dus wat koffiepoed­er in ons zak­je, et voilà! Gal­zouten.

Dunne en dikke darm

Ten slotte komen we aan de dunne en dikke darm. Hier wor­den nog de laat­ste stof­fen afge­bro­ken, niet alleen onder invloed van onze eigen darmwand maar ook door de vele bac­ter­iën die onze dar­men kolonis­eren (opnieuw, echt no pun intend­ed). Ver­vol­gens wor­den de nutriën­ten samen met water opgenomen in het bloed dankz­ij de selec­tief door­laat­bare epitheel­cellen, en na een paar uur vraagt de schacht of hij toch wel even naar het toi­let mag. Ok, der­tig keer pom­pen lijkt redelijk, dat moet lukken. Om al het vocht uit ons pap­je te kri­j­gen, duwen we het pré-drol­let­je door een paar panty’s. Selec­tieve opname is het niet, maar kom, roeien met de riemen die je hebt en zo. Er komt water uit en dat is het belan­grijk­ste. Na wat manuele peri­staltiek kri­j­gen we iets dat we toch wel een semi­ge­zond uitziende drol kun­nen noe­men. Wat, zoals elke gedoopte per­soon wel weet, niet overeenkomt met de realiteit. Is het exper­i­ment dan mis­lukt? Neen. Het is te goed gelukt. Vol­gende keer iets meer brakken en het komt in orde.

“Na wat manuele peri­staltiek kri­j­gen we iets dat we een semi­ge­zond uitziende drol kun­nen noe­men.”

Té goed geslaagd

Hoera! We weten hoe het menselijke spi­jsver­t­er­ingss­telsel werkt! Hoera! Schacht­en­pap die we niet zelf moeten ope­ten! Driew­erf hoera, we kun­nen onze eigen kaka mak­en! Buiten ons lichaam en zon­der dat het eten ver­standig benut wordt, want de voed­ingsstof­fen wor­den niet opgenomen. En dat ter­wi­jl de kind­jes in Afri­ka honger lij­den. We zijn eikels, sor­ry.