Recl-amen


"What you call love was invented by guys like me … to sell nylons." Don Draper, de reclamebaas uit Mad Men, verwoordt zeer treffend wat vandaag nog steeds relevant is. Reclameboys komen met alles weg. Blijkbaar hebben vooral jonge mensen het daar moeilijk mee.  “The only thing worse than being talked about, is not being talked…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/10/2016 – 16:08 Suc­cès de scan­dale door Nico­las Van Laere­Lieselot Le Comte

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Kinder­spel

Nieuw onder­zoek heeft aange­toond dat kinderen tussen zeven en twaalf nieuwe vor­men van reclame vaak niet herken­nen. Het gaat over de reclamevor­men die geper­son­aliseerd, inter­ac­tief en enter­tainend zijn, waar­door het posi­tieve gevoel dat kinderen kri­j­gen bij het spe­len met bijvoor­beeld een app, spon­taan wordt overge­dra­gen naar het merk, de game of de organ­isatie waar reclame voor gemaakt wordt. Daarom hebben Vlaamse weten­schap­pers van UGent, VUB, UA en KU Leu­ven het AdLit-project opges­tart. AdLit staat voor ‘adver­tis­ing lit­er­a­cy’ of in het Ned­er­lands ‘reclamewi­jsheid’.

Reclamewi­jsheid is belan­grijk, omdat kinderen reclame moeten herken­nen en begri­jpen wat de inten­tie is van reclame en bewust leren nadenken over adver­ten­ties. Kinderen herken­nen het beste tele­visiespot­jes als reclame, maar advergames zijn het moeil­ijk­ste te detecteren. Wan­neer die kleine mon­stert­jes niet besef­fen dat ze naar reclame aan het kijken zijn, zullen ze impulsief koopge­drag ver­to­nen (herken­baar), en dus veel zagen bij de oud­ers (waarom willen mensen kinderen?).

Hoe pakt het AdL­it­pro­ject dit spec­i­fiek aan, vraagt u? In samen­werk­ing met Medi­aw­i­js hebben ze een game ontwikkeld om kinderen meer reclamewi­js te mak­en. Je kiest je per­son­age, je locatie, en dan kan je een minigame kiezen. In een van de minigames kun je je eigen cam­pagne mak­en. Hier spron­gen wij, cre­atievelin­gen, natu­urlijk meteen op. We ont­wor­pen een zeer inno­vatieve inspir­erende reclame­cam­pagne voor ons prod­uct ‘Poes­jeshoed­je’, met als slo­gan: “Een hoed­je voor jouw poes­je, miauwz­ers.” 

We zijn zeer orig­i­neel en hebben hier heel veel tijd in gesto­ken. Vanaf nu te koop op www.poezenwillenookhoedjes.be voor €49,99. Het spel helpt omdat je bewust moet kiezen voor welke doel­groep je je reclame­cam­pagne maakt en welke strate­gieën je gebruikt om je prod­uct aan deze doel­groep te verkopen. Ons prod­uct is gericht op gepen­sioneer­den, aangezien deze sub­pop­u­latie de meeste poes­jes bin­nen onze bevolk­ing hebben. En zek­er die poes­jes hebben het meeste nood aan hoed­jes. Hier zit veel research achter. Een alert redac­tielid merkt echter op dat de naam Poes­jeshoed­jen enigszins mis­lei­dend is en ook betrekking kan hebben op een soort anti-Don­ald Trump mid­del. 

Sex sells, baby

Om te begri­jpen hoe reclame ons koopge­drag kan beïn­vloe­den, moeten we kijken naar de sociale psy­cholo­gie. Hoe reageert je brein wan­neer je naar een adver­ten­tie kijkt? Dat gebeurt op drie ver­schil­lende manieren: je hebt je emo­tionele reac­tie (de affec­tieve com­po­nent), de rationele reac­tie (de cog­ni­tieve com­po­nent) en uitein­delijk je manier van waarne­men en of je al dan niet actie zal willen onderne­men (de gedragscom­po­nent). De emo­tionele reac­tie kan bijvoor­beeld opwind­ing zijn wan­neer je een half­naak­te deerne bij een auto ziet staan. De rationele reac­tie kan zijn: deze auto is snel (ik weet niets over auto’s). De gedragscom­po­nent kan inhouden of jij als per­soon al dan niet autori­j­den leuk vin­dt. Ik haat autori­j­den, dus mij doen autoreclame­cam­pagnes niets. Ik zie auto’s veeleer als bewe­gende doo­d­skisten. Ik heb een heel angstig bestaan. Maar mijn papa is wel fan van auto’s, dus voor hem zou zo’n cam­pagne wel werken. Kud­de­schaap.

Natu­urlijk weten bedri­jven per­fect hoe ze moeten inspe­len op deze ver­schil­lende com­po­nen­ten. De meeste cam­pagnes spe­len dan ook in op de emo­tionele reac­tie. Voed­sel en drank zullen gevoe­lens van geluk, groeps­gevoel en fam­i­lieband proberen uit te lokken (ja, fuck jul­lie Joy­valle) aangezien we eten en drinken asso­ciëren met het sociale lev­en en ontspan­ning. Reclame­cam­pagnes voor par­fum en andere schoonhei­d­spro­ducten proberen vaak een lust­gevoel uit te lokken, omdat jezelf opmak­en geas­so­cieerd wordt met seks en liefde (dank u, Chanel).

De cog­ni­tieve com­po­nent is moeil­ijk­er te bein­vloe­den – no sur­prise, mensen denken niet graag na. De cam­pagne moet de con­sument lat­en inzien dat hij of zij dit prod­uct nodig heeft en dat het prod­uct een impact zal hebben op het dagelijkse lev­en, en dit aan de hand van goede argu­menten. Saai. Denk maar eens aan reclames voor tand­pas­ta: waar spe­len zij op in? Kwaliteit, goedgekeurd door tan­dart­sen … En wij vallen daar alle­maal voor. Ik gebruik ook Oral‑B omdat 98% van de tan­dart­sen Oral‑B verki­est. Ik ben ook een kud­de­schaap. Het was een moeil­ijk pro­ces, maar ein­delijk durf ik het toe te geven. Ein­delijk kan ik mezelf zijn. Mèèèèèèh. 

We moeten toegeven: mul­ti­m­iljon­airs zijn slim­mer dan wij. Behalve Trump. Fuck die ker­el. We wer­den alle­maal ooit al beïn­vloed door reclame. Zelfken­nis is het begin van alle reclamewi­jsheid, zeggen ze wel eens. Wie ‘ze’ zijn, weet ik niet, maar dat doet er niet toe. En som­mige reclame­cam­pagnes zijn ook gewoon echt de shit. Hoe maakt u het? Met Gam­ma?  Neen, met doorzettingsver­mo­gen en een gezonde por­tie vals zelfvertrouwen.

Manet: de kans is vrij klein dat we de naam Manet zouden ken­nen mocht zijn Déje­uner sur l’herbe’ in 1863 wel aan­vaard zijn door de pres­tigieuze Par­i­jse Salon. De jury vond het schilder­ij met daarop een naak­te dame tussen heren in pak – een niet mis te ver­stane ver­wi­jz­ing naar de sek­suele escapades van de beau monde – een ramp voor de goede zeden. Manet richtte dan maar doo­dleuk aan de overkant van de straat zijn eigen Salon des Refusés op. Gevolg: heel Par­i­js kwam kijken naar de artistieke peepshow en het jaar daarop hoopten kun­ste­naars geweigerd te wor­den door de Académie, om zo meer pub­liciteit te kri­j­gen.

Dovy Keukens: Afgezien van die prof­fen die Scham­per lezen uit heimwee naar hun eigen stu­den­ten­ti­jd, is de kans vrij klein dat je al eens een keuken kocht. Toch ken je ongetwi­jfeld één keuken­merk: Dovy. De reclamespot met in de hoof­drol een West-Vlam­ing die probeert Alge­meen Ned­er­lands te spreken en en pas­sant de taal van Molière verkracht is zo tenenkrul­lend slecht, dat het aan­lei­d­ing gaf voor heel wat par­o­dieën. Die van Jeroen Meus is trouwens een aan­rad­er. Gevolg: Dovy is wereld­beroemd in Bel­gië.

Gos­sip Girl: “Ladies, you can give your tiny brains a rest. Once again the world has proven that any­thing you can do, I can do bet­ter”, dix­it Blair Wal­dorf, onze groot­ste bron van inspi­ratie sinds 2007. Amerikaanse oud­ers waren min­der opgezet met de exploten van de steen­rijke New Yorkse tieners die als los­ges­la­gen pro­jec­tie­len zuipen, sek­sen en wraak­plan­nen sme­den. Op inter­net­fo­ra en in recen­sies regende het beledigin­gen en veront­waardigde reac­ties. De pr-afdel­ing van Gos­sip Girl bleef er siberisch koud bij en plaat­ste com­mentaren als ‘every parent’s night­mare’ en ‘a nasty piece of work’  doo­dleuk als slo­gan boven de expli­ci­ete cam­pag­neposters. Gevolg: een volledi­ge gen­er­atie ver­pest. Mil­lenials zijn niet voor niets hedo­nis­tis­che aan­dacht­shoeren.