“Het is mooi geweest”


Begin volgende maand gaat professor Herman Vincke op emeritaat. Naar aanleiding daarvan geeft de populaire hoogleraar een laatste interview waarin hij terugblikt op zijn universiteit, zijn studenten en de wijsheden die hij heeft opgedaan tijdens zijn lange carrière.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 19/10/2016 – 0:29 door Wouter De Rycke

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Buitenge­woon hoogler­aar Vroeg­mod­erne Engelse Let­terkunde Her­man Vincke is een veelbe­spro­ken figu­ur aan de let­teren­fac­ul­teit van de Uni­ver­siteit Gent. Sinds jaar en dag staat de man onder stu­den­ten immers bek­end als een van de warm­ste fig­uren onder het ler­arenko­rps, die zijn stu­den­ten steev­ast op de eerste plaats zette en alti­jd een deur had open­staan. Dat was deze keer niet anders toen we hem op kan­toor aantrof­fen: “Dear Mr. Vyncke, it is with great regret we must inform you that despite your dis­tin­guished career the Eng­lish fac­ul­ty at Mag­dalen Col­lege cur­rent­ly does not have any posi­tions vacant. This does not mean that …” Ja, ’t zal wel. Ge hebt niet eens mijn naam deftig geschreven. Geni­et van uwen Brex­it, onnoze­laar. (werpt envel­op met wapen­schild in prul­len­mand; steekt sigaret op; kijkt om; schrikt) God­ver­domme! Over onnoze­laars gespro­ken, een van mijn stu­den­ten. Dezelfde van de vorige keer zelfs. Hoe zijt gij hier opnieuw bin­nenger­aakt? Mijn sec­reta­resse? Hoe vaak moet ik het nog her­halen tegen dat mens: ‘Ocht­en­den zijn voor koffie en con­tem­platie, Chris­tine. Koffie en con­tem­platie.’ Bon. Nu dat ge hier toch zijt, voor wat is het? Een afschei­dsin­ter­view? Hah! Dat is schoon! Eerst mij buiten bon­jouren, en dan mij nog eens lat­en vertellen over hoe schoon het hier wel niet is. ‘k Hoor de decaan nog: ‘Geloof me, Vincke, als ’t aan mij lag, lag uw kop allang in een of ander café te ronken, maar de rec­tor is duidelijk. We moeten een posi­tief ver­haal bren­gen. Wat zat ge zelfs te denken? Uw ‘leesclubs’ met stu­dentes. Of was dat uw idee van pla­tonisch? Wees blij dat we u een schone uitweg bieden. En zorgt dat het deze keer op wat trekt.’ (Blaast.) Pla­tonisch, pla­tonisch. Hij mag blij zijn dat het niet pla­tonisch was. Wat die oude Griekse bok deed onder die oli­jf­boom. Enfin. Wat wilt ge deze keer horen? (Neemt fles whisky uit de kast.) Ook wat con­tem­platie in uw koffie trouwens? Neen? Natu­urlijk niet.” 

Overvolle auditoria

Pro­fes­sor Vincke blikt tevre­den terug op de over­volle audi­to­ria die zijn lessen ken­merk­ten: “Zwi­jg mij ervan, maat­je. Al die stre­vers. In een les van acht uur der­tig dan nog. In mijn tijd zat ik gans de dagen op café, werd ik nooit zon­der sigaret in de mond­hoek betrapt, en kreeg de eerste die mijn lief ver­keerd aan­keek een brood­je muilen­paté getrak­teerd. Dát. Dáár. Dán. Dáár dient de unief voor. En al zek­er een oplei­d­ing aan de Bland­i­jn. Om uw werkza­am bestaan vier jaar uit te stellen. En lief­st nog wat meer – van­daar mijn doc­tor­aat overi­gens. Niet om uw broek te ver­sli­jten. Toen ik prof werd, maak­te ik er een gewoonte van om er tij­dens het exa­m­en één uit te kiezen – lief­st een seut­je – waar­van ik wist dat ze onzek­er was over haar eerste jaar unief, en die mijn syl­labus wellicht beter kende dan ikzelf, osten­tatief over haar schoud­er te leunen, tot mijn grote afgri­jzen vast te stellen dat het weer mag­is­traal was, afkeurend ’tutu­tu’ te mom­pe­len en zon­der verder iets te zeggen voort te wan­de­len. De kleine pleziert­jes, he. (lange stilte) Weet je, het is één ding om te moeten con­stateren dat de gen­er­atie na jou achter­lijk­er, lelijk­er en vuil­er is dan de jouwe. Dat is van alle tij­den. Maar wat pas echt ver­schrikke­lijk is, is te moeten merken dat je op straat vies wordt aangekeken door de fitte, poli­tiek cor­recte, lev­er­roze en gluten­vri­je jeugd van van­daag. Enfin. Dat het hen blij moge mak­en. Vincke weet wan­neer zijn tijd voor­bij is. (steekt sigaret op) ’t Is mooi geweest.”