Ik GIT, dus ik ben


In de afgelopen academiejaren kregen verschillende faculteiten visitatiecommissies op bezoek om de kwaliteit van de opleidingen na te gaan. In het licht van die visitaties werden bepaalde bacheloropleidingen grondig hervormd. Maar wat vinden de studenten daarvan? 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 18/10/2016 – 23:46 door

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Aan een aan­tal fac­ul­teit­en werd het nodig geacht om her­vormin­gen door te voeren, met oog op het ver­beteren van de oplei­d­ing. Aan de Fac­ul­teit Rechts­geleerd­heid wer­den de her­vormin­gen bijvoor­beeld gebaseerd op vorige vis­i­tatier­ap­porten, stu­den­teneval­u­aties, alum­nibevragin­gen, gesprekken in focus­groepen en met top­stu­den­ten, studi­eti­jd­metin­gen en een analyse van de programma’s van de bach­e­loro­plei­din­gen Rechts­geleerd­heid aan andere Bel­gis­che en Ned­er­landse uni­ver­siteit­en. In de meeste gevallen ver­liep de over­gang van het oude sys­teem naar het nieuwe vlot en wer­den er geen prob­le­men gemeld. De her­vormin­gen wer­den dan ook uit­gevo­erd door een team waar zow­el acad­emisch per­son­eel, tra­ject­begelei­ders en stu­den­ten in verte­gen­wo­ordigd zijn. 

“Er zullen alti­jd slachtof­fers vallen bij her­vormin­gen” 

Ook wer­den de her­vormin­gen niet van het ene op het andere acad­e­mie­jaar geïm­ple­menteerd. Een voor­beeld hier­van is de oplei­d­ing Han­del­sweten­schap­pen aan de Fac­ul­teit Economie en Bedri­jf­skunde. “Het nieuwe pro­gram­ma van de bach­e­lor in de Han­del­sweten­schap­pen is ges­tart in acad­e­mie­jaar 2015–2016 met een gefaseerde invo­er. Dat wil zeggen dat het sys­teem mod­el­tra­jec­t­jaar na mod­el­tra­jec­t­jaar wordt ingevo­erd, waar­bij het oude oplei­d­ing­spro­gram­ma par­al­lel daarmee wordt afge­bouwd,” zegt Dirk Bol­laerts van het Mon­i­toraat aan die fac­ul­teit. “Bij de opstart van ieder nieuw mod­el­tra­jec­t­jaar wordt er ook nog één jaar het oude pro­gram­ma van datzelfde mod­el­tra­jec­t­jaar aange­bo­den. Stu­den­ten die niet ges­laagd zijn voor één of meerdere vakken kri­j­gen, indi­en ze al vol­doende gevorderd zijn in hun tra­ject, nog een jaar de kans om cred­its te ver­w­er­ven in het oude pro­gram­ma.”

Aan de fac­ul­teit Poli­tieke en Sociale Weten­schap­pen werd in de eerste bach­e­lor een extra vak toegevoegd, waar­door eerste­jaars elf in plaats van tien vakken hebben. Elke stu­dent die niet (volledig) ges­laagd is in de eerste bach­e­lor (dus niet alle cred­its heeft behaald), gaat meteen over naar het nieuwe pro­gram­ma met de nieuwe studiepun­ten­telling (ook voor de ges­laagde vakken) en moet dus het bijgekomen elfde vak meteen ook mee­doen. Wel wordt er een belan­grijke uit­zon­der­ing gemaakt voor stu­den­ten die in aan­merk­ing komen voor een com­bi-GIT tussen het eerste en het tweede jaar, en deze werke­lijk ook zo opne­men. Zij hoeven het nieuwe oplei­d­ing­son­derdeel in het eerste jaar even­wel niet te vol­gen en hoeven dit extra vak dus ook niet mee te nemen naar hun tweede bach­e­lor.

Niet overal rozengeur en maneschijn

Hoewel er veel inspan­nin­gen wer­den geleverd om een zachte land­ing te voorzien, glipten een aan­tal stu­den­ten door de mazen van het net. Vaak waren het stu­den­ten die een geïn­di­vid­u­aliseerd tra­ject (GIT) vol­gen en dus vakken uit ver­schil­lende jaren com­bineren. Zo kre­gen som­mi­gen te horen dat ze een keuze­vak dat zij in een eerder jaar had­den opgenomen opnieuw moesten afleggen, of telden bepaalde vakken uit het oude sys­teem voor min­der studiepun­ten dan in het nieuwe.

Dit laat­ste overk­wam onder andere enkele recht­en­stu­den­ten. Zo beston­den som­mige vakken sim­pel­weg niet meer in het nieuwe sys­teem. Daar­door kun­nen stu­den­ten die niet slaag­den, deze niet opnieuw doen. Ook bij de Han­del­sweten­schap­pers zijn er groeip­i­j­nen: “Door­dat ik mijn tweede jaar niet goed heb gedaan, ben ik in het nieuwe sys­teem terecht­gekomen. Daarom was ik ver­plicht om een derde taal op te nemen. Ook zijn er een aan­tal vakken van zes studiepun­ten naar vier à vijf gegaan”, aldus een stu­dent Han­del­sweten­schap­pen die anon­iem wenst te bli­jven. 

Kan men dan stellen dat de over­gangs­maa­trege­len aan de fac­ul­teit Rechts­geleerd­heid slordig uit­gew­erkt zijn? Niet echt, vol­gens Dylan Couck, Fac­ul­tair Stu­den­ten­verte­gen­wo­ordi­ger en bestu­urslid voor Onder­wi­js bij de Gentse Stu­den­ten­raad: “Het is moeil­ijk voor de cur­ricu­lum­com­missie om voor elk indi­vidueel geval op voor­hand een tra­ject uit te stip­pe­len bij het opstellen van een nieuw pro­gram­ma.” Bij som­mige stu­den­ten horen we dat de com­mu­ni­catie vanu­it de fac­ul­teit soms niet per­fect ver­loopt. Couck: “Stu­den­ten die met hun GIT prob­le­men ondervin­den, kun­nen alti­jd bij de tra­ject­begelei­ders langs­gaan om infor­matie te kri­j­gen.” De hiat­en in de over­gangspe­ri­ode zijn vol­gens Couck logisch. Vol­gens hem kun­nen er alti­jd nieuwe sit­u­aties opduiken waar nog niet over nagedacht is. “In die gevallen moet er gekeken wor­den welke regels toegepast kun­nen wor­den. Dat is soms moeil­ijk, maar in de cur­ricu­lum­com­missie wor­den de Onder­wi­js­di­recteur, de voorzit­ter van de oplei­d­ingscom­missie en stu­den­ten­verte­gen­wo­ordi­gers door de trajectbegeleider(s) onder­s­te­und”, aldus Couck.

Trajectbegeleiders zitten op hun tandvlees

Naast de onduidelijkheid over de over­gangs­maa­trege­len tre­f­fen stu­den­ten soms tra­ject­begelei­ders die het werk nauwelijks aankun­nen. Zo zijn er te weinig tra­ject­begelei­ders om alle GIT-ers indi­vidueel te begelei­den. En dat lei­dt soms tot sit­u­aties waar­bij een tra­ject­begelei­der in een mail toegeeft dat de sit­u­atie “onduidelijk is omdat er zoveel mogelijke scenario’s zijn.” Intuïtief lijkt het wenselijk om het aan­tal tra­ject­begelei­ders te ver­hogen, of een team vanu­it de cen­trale admin­is­tratie als onder­s­te­un­ing op te sturen. Maar dat is vol­gens Couck niet evi­dent: “Een team vanu­it de cen­trale admin­is­tratie inschake­len zou niet werken, omdat tra­ject­begelei­ders de oplei­d­ing en de inhoud van haar vakken door en door moeten ken­nen.” Ook is de optie om extra mensen aan te nemen als louter tra­ject­begelei­ders geen goed idee: “Stu­den­ten doen door­gaans voor­namelijk op bepaalde momenten in het acad­e­mie­jaar beroep op de tra­ject­begelei­der, en niet het hele jaar door. Je zou mensen tijdelijk kun­nen aan­nemen, maar ook van die mensen moet je verwacht­en dat ze de oplei­d­ing bin­nen­ste­buiten ken­nen. Extra medew­erk­ers bin­nen de FDO in het alge­meen zouden wel een meer­waarde zijn. Van­daag helpen zow­el het per­son­eel van de FSA (Fac­ul­taire Stu­den­te­nad­min­is­tratie, red.) als de studiebegelei­ders om de grote golf van werk op te van­gen,” aldus Couck.  

“Het is jam­mer dat de over­gang niet goed is” 

 “Op zich is het nieuwe sys­teem wel een goed. Het is alleen jam­mer dat de over­gang niet goed is. De tra­ject­begelei­ders doen hun best wel, maar toch merk je dat het een romp­slomp is”, laat de stu­dent Han­del­sweten­schap­pen nog weten. “Dat is een beet­je het prob­leem als je een pro­gramma­her­vorm­ing doet. Er zullen sowieso slachtof­fers zijn, en dat is bij­na onver­mi­jdelijk. Dat is een logisch gevolg van een pro­gramma­her­vorm­ing die uni­ver­siteit­en door­vo­eren om de oplei­d­ing te ver­beteren”, besluit Couck.