My body as a commodity


Met lange botten kwam ze het podium op. Met een vlag met een watermeloen verdween ze weer. Anne-Laure Vandeputte stelde niet teleur: een avond vol absurditeit, kracht en onverwachte schoonheid.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 6/09/2025 – 10:28 door Leone Mattheus

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De syn­op­sis van het the­ater­stuk beloofde me een muzikale the­ater­voorstelling, een­t­je die de grens tussen de werke­lijkheid en ver­zon­nen waarheid zou doen rafe­len, een­t­je die het lichaam niet enkel toont maar ook inschri­jft in ver­halen. Laat ik maar meteen het tip­je van de sluier weg­ne­men: de belofte werd niet zomaar ingelost, ze werd zelfs uit­bundig overtrof­fen. Met ‘My body as a com­mod­i­ty’ werk­te the­ater­mak­er Anne-Lau­re Van­deputte een voorstelling uit die durft vernieuwen waar het the­ma eigen­lijk ver­sleten leek. Ze slaagt erin nieuw lev­en te blazen in een onder­w­erp dat al tal­loze keren werd uit­ge­molken.

Anne-Lau­re trekt een reeks huiden van per­son­ages aan en weer uit, alsof ze voort­durend probeert te bal­anceren tussen zichzelf en de stem­men die haar lichaam opeisen. Ze schuift aan tafel met een regis­seur en heeft tal­loze ont­moetin­gen met sek­swerk­er Roxy. Met stemver­vorm­ers roept ze een koor tot lev­en dat beurtel­ings het eige­naarschap over haar lijf claimt. Wat ontstaat is een parade van macht, toe-eigen­ing en wantrouwen, rauw en helaas soms pijn­lijk real­is­tisch.

Bon, als dit alles enkel in een lange monoloog gegoten was, had ik me al snel verveeld. Maar drie kwart van de tijd voelde ik me eerder op een con­cert dan in een the­aterza­al. Drum­mer Andrew van Ostade speelde alsof zijn lev­en van de drum­stok­jes af hing, ter­wi­jl Anne-Lau­re met haar zorgvuldig uit­gekozen woor­den het podi­um liet over­spoe­len. Gelukkig zijn die num­mers ner­gens op Spo­ti­fy terug te vin­den – mijn Spo­ti­fy Wrapped zou anders nog meer cursed ogen dan nu al het geval is. Het ene moment dre­unde de zaal op de mok­er­sla­gen van Van Ostade, hoof­den om me heen mee knikkend op de beat. Het vol­gende moment viel er een stilte, door­bro­ken door een buite­naards tim­bre van een instru­ment dat recht­streeks uit een sci­encefic­tion­film leek te zijn ontsnapt. 

Gelukkig zijn die num­mers ner­gens op Spo­ti­fy terug te vin­den – mijn Spo­ti­fy Wrapped zou anders nog meer cursed ogen dan nu al het geval is

Nor­maal gezien hou ik hele­maal niet van ver­halen waarin je de sym­bol­iek uit half ver­stopte lagen moet peuteren. Vaak voelt het dan alsof ik waan­beelden zie of juist blind bli­jf voor wat er eigen­lijk bedoeld was. Maar deze keer was het anders: over­al doem­den tekens en beelden op, of ze nu bewust geza­aid waren of niet, en voor het eerst liet ik me er met plezi­er door meeslepen. Het ver­haal zelf viel uiteen in twee beweg­in­gen: een lange beschri­jv­ing en het kan­tel­mo­ment. Dat ogen­blik waarop het hoofd­per­son­age inzag dat haar lichaam gebruikt was. Andrew ver­scheen als per­son­i­fi­catie van haar woede die in de drums tot lev­en kwam. Aan­vanke­lijk stond hij er haast ont­bloot en kwets­baar bij. Maar pre­cies bij haar inkeer verd­ween hij kort van het toneel, om terug te keren gehuld in een zware, deke­nachtige man­tel. Of een ander intiem, haast absurd mooi tafer­eel: Anne-Lau­re mid­den op het podi­um, met een spiege­lende dis­cobal­helm over haar hoofd en een piano waar enkel kat­ten­gelu­iden uitk­wa­men.  Het beeld had iets pot­sier­lijks, maar juist daar­door voelde het scherp: daar stond haar inner­lijke veer­tien­jarige, kwets­baar en lawaaierig, een kind dat bescher­md moest wor­den.

‘My body as a com­mod­i­ty’ is geen vri­jbli­jvend avond­je uit, maar een noodza­ke­lijke ervar­ing. Het amuseert je niet enkel, het schudt je wakker. Ter­wi­jl je lacht, kijkt, huiv­ert en geni­et, sluipt er ook iets anders bin­nen: nieuwe inzicht­en die je niet onopge­merkt kan lat­en.