Openingscollege wordt debat


Het is traditie dat het openingscollege politicologie van UGent-politicoloog Carl Devos in een academiejaar met verkiezingen meerdere gasten trekt. Dit jaar gingen de voorzitters van de grootste linkse en rechtse partijen met elkaar in debat.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/10/2023 – 12:27 door Jasper Mou­ton

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Nadat alle trapzit­ters uit de zaal waren gezet of zich tussen twee medestu­den­ten had­den gewur­md, kon­den de vier ster­ren van de voormid­dag het audi­to­ri­um betre­den. Bart De Wev­er en Tom Van Grieken strak in het pak, Raoul Hede­bouw in blaz­er en Con­ner Rousseau in T‑shirt.

Tij­dens het open­ingscol­lege wordt er vaak voor gekozen om de actu­aliteit uit de weg te gaan en het alleen over belan­grijke poli­tieke thema’s te hebben. Paul Mag­nette had het twee jaar gele­den over het kli­maat en afgelopen edi­tie besprak Alexan­der De Croo het poli­tiek vertrouwen en de poli­tieke samen­werk­ing. Het col­lege, of dan eerder het debat, draaide dit jaar om het vertrouwen in de poli­tiek. Devos en mede-les­gev­er Nico­las Boute­ca begonnen de les met een grafiek om aan te geven hoe laag het vertrouwen in ver­schei­dene open­bare instellin­gen geza­kt is. Het dieptepunt bleek het vertrouwen in de par­ti­jen te zijn, maar 4 % van de Vlamin­gen lijkt ze te vertrouwen. Meer dan genoeg voer voor dis­cussie dus.

Rousseau zag de oploss­ing in een poli­tiek die min­der op de man speelt. Iro­nisch genoeg was hij de laat­ste maan­den zelf geregeld onder­w­erp van kri­tiek. Eerst in de vorm van een ver­meend zeden­schan­daal en recent nog voor ver­denkin­gen van racisme en cen­su­ur. De enige die hierover begon, was Rousseau zelf. Hij spo­orde de andere voorzit­ters aan om alle per­soon­lijke aan­vallen over de recente con­tro­verse in het begin te lanceren, om er zo vanaf te zijn. Zijn poging om de kri­tiek voor te zijn, viel echter in het water toen Hede­bouw duidelijk maak­te dat hij geen pun­ten tegen Rousseau voor­bereid had.

Rousseau zag de oploss­ing in een poli­tiek die min­der op de man speelt

Hede­bouw vond dat het sta­tis­che par­ti­j­land­schap de schuldige is. Hij zag in zijn par­tij een alter­natief voor de gefrus­treerde kiez­er. Hij bestem­pelde zichzelf ook niet als  extreem. Dit stand­punt is, net als De Wev­ers oproep om een grote cen­trum­rechtse par­tij te vor­men, niets nieuws en zal het komende jaar nog vaak her­haald wor­den. De verkiez­ings­men­tal­iteit was te merken. Van Grieken ver­weet Hede­bouw ervan dat zijn par­tij ook anti­de­moc­ra­tisch is en het cor­don san­i­tair bepleit. Hij zag mas­sami­gratie als het grote prob­leem en achtte een finan­ciële beer­put ver­ant­wo­ordelijk voor de koop­kracht­dal­ing. Ook niets nieuws dus. De pogin­gen van Hede­bouw en Van Grieken om de PVDA als een gewone par­tij te bestem­pe­len, waren echter tev­ergeefs toen De Wev­er hen over dezelfde kam schoor als extrem­is­ten. Hierop barstte de aula in applaus uit. Ook Rousseau wou alleen maar toegeven aan samen­werk­ing in Zelzate tij­dens de voor­bi­je leg­is­latu­urpe­ri­ode.

Een college of een cafédiscussie?

Toen het onder­w­erp ver­schoof naar de par­ti­j­fi­nancier­ing werd het pas écht een debat à la Belge. Iedereen zag een andere oploss­ing en een andere schuldige. De dis­cussies liepen al snel door elka­ar en het ver­schil met een cafédis­cussie was soms moeil­ijk te vin­den. Boute­ca moest vaak tussenkomen om de sprek­ers het zwi­j­gen op te leggen, wat vaak stuitte op onbe­grip. Dit toont aan dat debat­ten soms eerder enter­tain­ment dan een intel­lectuele ver­rijk­ing zijn. Pun­ten die allang op sociale media en in de kran­ten staan, wor­den nog­maals her­haald. Alleen was het nu op een aan­val­lende toon en gericht op een tegen­stander waarmee ze bin­nen enkele maan­den toch opnieuw mee in de ver­gaderza­al zullen zit­ten.

Op de vraag of er een staat­sher­vorm­ing nodig was waren de antwo­or­den ook gevarieerd. Van Grieken betreurde het ver­lies van gebied, namelijk Brus­sel en de faciliteit­enge­meen­ten, en geld richt­ing Wal­lonië. Hede­bouw bracht de bel­gi­cist in zich naar boven en gebruik­te zijn eigen par­tij als voor­beeld. De PVDA is namelijk de enige par­tij die in alle gewest­en opkomt en heet eigen­lijk PVDA/PTB (Par­tij van de Arbeid/Parti du Tra­vail de Bel­gique, red.). Rousseau zag heil in een milde herfed­er­alis­er­ing van bijvoor­beeld de bevoegdhe­den rond kli­maat, maar zag geen nut in een volledig uni­tair Bel­gië. De Wev­er had het vooral over de meer en meer ingewikkelde staat­sher­vormin­gen die lei­d­den tot Scan­di­navis­che belastin­gen met mediter­rane resul­tat­en. Hij legde een pijn­lijke, doch accu­rate, vinger op de wonde toen hij de pro­fes­soren politi­colo­gie vertelde dat zelfs zij de pre­cieze tak­en­verdel­ing niet van­buiten ken­nen.

Voor de stelling dat poli­tiek te hard is en dat politi­ci geen respect meer kri­j­gen, was er weinig begrip. Hede­bouw nodigde de twee politi­colo­gen uit om eens mee te draaien in de fab­riek en De Wev­er zei dat het een deel van de job was. Van Grieken vond dat de realiteit net omge­keerd was en dat politi­ci geen respect meer hebben voor de kiez­er, met Sam­my Mah­di’s recente tv-optre­den als dragqueen en het cor­don san­i­tair als voor­beelden. Hier­na nam De Wev­er zijn kans om naar Vlaams Belang uit te halen. Hij zei dragqueens te verkiezen boven op de koffie gaan met Gouden Dagen­raad en Assad. Dit was, na ver­wi­jzin­gen naar de Weimar­repub­liek, niet de eerste en ook niet laat­ste aan­val op extreem­rechts.

Niet alleen politici aan het woord

Het debat werd gevol­gd door een vra­gen­ronde. Bij pan­els en debat­ten is dit vaak een kans voor aller­hande poli­tieke stu­den­tev­erenigin­gen om uit te halen naar politi­ci met een state­ment ver­momd als vraag. Deze keer bleef het pub­liek echter rustig. De vraag kwam op of de N‑VA na 2024 in een coal­i­tie zou stap­pen met Vlaams Belang. Hieruit vol­gde de groot­ste dis­cussie tussen Van Grieken en De Wev­er, die doorheen het debat de groot­ste criti­cus was van extreem­rechts. Hij zei niet samen te willen werken met het Vlaams Belang in haar huidi­ge vorm en ver­wees daar­voor onder andere naar de aan­vallen op Face­book. De maat was nu vol bij Van Grieken, die nog­maals het al te bek­ende pal­jas-inci­dent en aan­haalde hoe De Wev­er recent het Vlaams belang had vergeleken met huid­kanker. De Wev­er antwo­ordde dat dit niets was tegen­over de “stilis­tisch en inhoudelijk lelijke” Face­book­posts van Vlaams belang en zei zelf geen prob­leem te hebben met zijn state­ments. Een uit­gesto­ken hand zit er dus niet meteen in.

Rik Van de Walle kon zich niet inhouden

Het moment suprême moest echter nog komen. Toen het the­ma ‘onder­fi­nancier­ing van het hoger onder­wi­js’ ter sprake kwam, begon Bart De Wev­er aan een klassiek­er: “de reken­ing moet klop­pen en je kan niet gewoon met geld rond­strooien als makke­lijke kies­mag­neet.” Rec­tor Rik Van de Walle kon zich niet inhouden en begon door de rede­vo­er­ing te prat­en. Toen hij de micro­foon kreeg maak­te hij duidelijk dat de vijf Vlaamse rec­toren niet om meer geld vra­gen, maar sim­pel­weg om de navol­ging van een decreet waar de Vlaamse Regering akko­ord mee was gegaan. Vrij iro­nisch in een debat rond poli­tiek vertrouwen. Het groot­ste applaus van de voormid­dag bul­derde ver­vol­gens door de zaal. Ivan De Vad­der noemde het ontsierend, maar onder eigen stu­den­ten kon de ‘Rik­tor’ zich weer even een held wanen. Ontsierend kan het moeil­ijk zijn als het debat zelf al weinig sier met zich mee­draagt.

Raoul Hede­bouw bespeelde charis­ma­tisch het pub­liek, maar kon niet geac­cepteerd wor­den door zijn linkse col­le­ga. Con­ner Rousseau bleek niet hele­maal opge­wassen tegen zijn collega’s en leed merk­baar onder de stress van het moment. Bart De Wev­er bewees nog­maals waarom hij al bij­na twee decen­ni­alang voorzit­ter van de N‑VA is en Tom Van Grieken verkocht vooral de slachtof­fer­rol van zijn par­tij aan eigen pub­liek. Het vertrouwen in de poli­tiek is nog niet her­steld.