De beiaardier achter de Beiaardcantus


De naam Kenneth Theunissen klinkt wellicht weinig studenten bekend in de oren. Toch verzorgt hij, als zijnde stadsbeiaardier van Gent, ook dit jaar de muzikale begeleiding voor de jaarlijkse Beiaardcantus.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 19/10/2022 – 11:10 door Hele­na Noppe

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Nog voor stu­den­ten het jaar­lijkse zing- en drank­feest in de schaduw van het Belfort op gang trap­pen, bek­lom­men wij de vijfen­negentig meter hoge toren. Een gesprek, hoog ver­heven boven de stad. 

Hoe ben je beiaardier gewor­den?

“Op mijn veer­tiende liep ik met mijn vad­er rond in Has­selt, op Open Mon­u­mentendag. De deur van het beiaard­mu­se­um stond open, dus besloten we naar boven te gaan voor het uitzicht vanu­it de beiaard­kamer. Daar vroeg de beiaardier of ik een lied­je met hem wilde spe­len. Hij begelei­d­de me door mijn hand vast te pakken, maar kon die op een gegeven moment lossen. Hij voelde dat ik de moto­riek en beweg­in­gen snel beet had, al lag dat waarschi­jn­lijk aan mijn jaren­lange piano- en drumer­var­ing. Al lachend zei de beiaardier dat hij nog een opvol­ger zocht en dat ik best al naar de beiaard­school kon gaan. Ik heb mij lat­er effec­tief ingeschreven aan de Konin­klijke Beiaard­school in Meche­len. Met mijn beiaard­diplo­ma op zak werd ik, na een the­o­rie- en prak­tijkex­a­m­en, uitein­delijk ges­e­lecteerd als Gentse stads­beiaardier.”

Wat trekt je pre­cies aan in de beiaard­cul­tu­ur?

“De locatie, hier in het his­torische cen­trum van Gent, is echt uniek met het uitzicht over al die ver­schil­lende pleinen en gebouwen. Ook de mensen die vol ver­won­der­ing langskomen in het Belfort, dat vind ik elke keer weer spe­ci­aal. Voor mij draait het dus om meer dan de job alleen.”

Hoe ben je betrokken ger­aakt bij de Beiaard­can­tus?

“Als stads­beiaardier ger­aak je vanzelf betrokken bij de Beiaard­can­tus. Zo speelden ook mijn voor­gangers de can­tus in 2011 en 2012. Het jaar daarop kreeg ik mijn doop. Sinds­di­en heb ik ze alle­maal gespeeld, telkens van 17u tot 22u. Dat is lang, maar ik speel daarom ook enkel de melodie mee met de kleinere klokken. Dat maakt het haal­baar om vijf uur te spe­len.”

“Op de Beiaard­can­tus kan je de jeugd warm mak­en voor de beiaard”

Wat maakt de Beiaard­can­tus voor jou zo leuk?

“Het is in de eerste plaats leuk omdat het tra­di­tie is. Jon­geren vin­den de beiaard miss­chien wat oubol­lig, maar op de Beiaard­can­tus kan je de jeugd echt wel warm mak­en voor de beiaard. Noem het gerust reclame, maar op zo’n avond bereik je duizen­den stu­den­ten die via een groot scherm eens kun­nen zien wat een beiaard is.”

Als beiaardier speel je steev­ast voor een groot pub­liek. Brengt dat de nodi­ge stress met zich mee?

“De stress doet mij door­gaans eigen­lijk niets, ten­z­ij ik slecht voor­bereid ben natu­urlijk. Ik moet vooral streng zijn voor mezelf zodat ik mijn num­mers vol­doende beheers voor­dat ik ze hier kom spe­len. Het voordeel is dat ik thuis een beiaard­klavier heb. Dat geeft me de kans om te spe­len alsof ik in mijn cab­ine zit. Eerlijk gezegd, een num­mer als ‘Mia’ gaat er intussen gemakke­lijk in, maar voor andere num­mers moet ik langer stud­eren. Zo speelde ik onlangs een con­cert met Koen Crucke. Als zo iemand hier dan komt zin­gen, moet ik mijn zaak goed ken­nen. Dan heerst er een gezonde span­ning, en dat vind ik net leuk.”

“Momenteel zit ik dan weer in een peri­ode die min­der gericht is op een spec­i­fiek the­ma. Ten­z­ij Will Tura mor­gen sterft natu­urlijk.”

Kri­jg je wel eens ver­zoeken voor bepaalde num­mers?

“Ja, ver­schil­lende buren vra­gen wel eens om een bepaald num­mer te spe­len. Zo vroe­gen buren ooit om ‘Per­fect day’ te spe­len voor hun trouw. Ze zijn goeie vrien­den, dus daar heb ik niet over getwi­jfeld. De buren zullen ook de eerste zijn om een bericht­je te sturen wan­neer er op een abnor­maal uur num­mers wor­den gespeeld. Zij vol­gen het dus echt wel op de voet.”

Welk num­mer speel je zelf het lief­st?

“Een num­mer dat ik graag speel, zou ik iedere week willen spe­len. Dan zou ik mijn ‘favori­ete’ num­mer toch wel snel beu ger­ak­en, net als de buurt­be­won­ers (lacht). Eerlijk gezegd hangt mijn favori­ete num­mer vooral af van het moment zelf. Ik herin­ner mij bijvoor­beeld nog de dag dat Luc De Vos stierf. Als je dan num­mers als ‘Mia’ speelt, voel je echt die waarder­ing van het pub­liek. Wel wist ik vooraf niet wat op mij zou afkomen. Onder­weg hin­gen VTM en VRT al aan de lijn, en dan ston­den nog eens 400 man bene­den aan de toren te wacht­en.”

“In Gent speel ik vaak ‘inter­na­tionale’ num­mers, zoals de ‘Für Elise’. Daar­naast speel ik vooral tijdge­bon­den. Zo zijn er de typ­is­che num­mers die ik speel voor Sin­terk­laas of Ker­st­mis. Momenteel zit ik dan weer in een peri­ode die min­der gericht is op een spec­i­fiek the­ma. Ten­z­ij Will Tura mor­gen sterft natu­urlijk.”