In gesprek met Céline Sciamma


Hoog bezoek op Film Fest Gent met regisseur Céline Sciamma. Ze toont er haar recentste film 'Petite maman', nadat ze eerder al het publiek betoverde met 'Portrait de la jeune fille en feu'. Wij praten met haar over tijdreizen, feminisme en afscheid.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 18/10/2022 – 15:05 door Judith Lam­bert

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Foto door Jeroen Willems

Welkom in Gent. Is het de eerste keer dat u hier bent? Wat vin­dt u van het fes­ti­val?

“Het is inder­daad mijn eerste keer. Ik ben gekomen omdat ik het fes­ti­val niet kende en het is een unieke kans om een dergelijk fes­ti­val te ont­dekken zon­der een film te moeten pro­moten. Zo is het hele­maal anders om een nieuwe plek te leren ken­nen, maar ook de plaat­selijke cul­tu­ur, de organ­isatie … Daarom ben ik hier dit jaar, en ik kijk er erg naar uit.”

“Het idee dat we nooit dezelfde per­soon bli­jven maar alti­jd verder groeien en trans­formeren, is net het boeiende aan het lev­en”

U heeft zelf film­school gevol­gd om sce­nar­ist te wor­den. Wat denkt u over het belang van filme­d­u­catie?

“Ik heb zelf belan­grijke herin­ner­in­gen aan ‘ciné­club’ in de mid­del­bare school. Die lessen hebben er zek­er toe bijge­dra­gen dat ik lat­er besloot om zelf in de filmw­ereld te stap­pen. Daar­na heeft de film­school verder het idee lat­en groeien dat ik dat kon in mijn lev­en. Die school­er­varin­gen hebben me tijd en ruimte gebo­den zodat ik me au sérieux bezig kon houden met film en de din­gen die me inter­esseer­den. Al geloof ik ook dat je films kan mak­en zon­der ervoor te stud­eren, dus voor stu­den­ten die ernaar streven die weg in te slaan maar geen film­school doen: het kan je ook lukken.”

Heeft u een goede raad voor de film­stu­den­ten van van­daag?

“Ik zou aan­raden om te prof­iteren van de stu­den­ten­ti­jd, te exper­i­menteren en zoveel mogelijk te werken met mensen van de eigen gen­er­atie. En miss­chien ook: steek nu tijd in din­gen neer­schri­jven, de struc­turen en ele­menten van je eigen lev­en om zo na te denken over de zak­en die je belan­grijk vin­dt. Ten­min­ste, als je er de tijd voor hebt (lacht).”

In uw film ‘Petite maman’ komt het hoofd­per­son­age Nel­ly haar moed­er tegen wan­neer die nog een meis­je is. Hoe zou u rea­geren mocht u van­daag uw twintig­jarige zelf uit uw stu­den­ten­ti­jd tegenkomen?

“Ik zou mezelf zoveel raad geven, al hangt dat natu­urlijk deels af van hoeveel tijd we zouden hebben. Ik zou mezelf bove­nal gerust­stellen dat alles goed komt: ‘Geen zor­gen, het zal wel gaan.’ Daar­naast zou ik ook willen zeggen dat het fijn is om oud­er te wor­den.”

Was dat een angst?

“Nee, eerder een ver­lan­gen. Tij­dens mijn kinder­ti­jd en ado­les­cen­tie had ik een drang naar meer onafhanke­lijkheid, dus wou ik snel opgroeien. Tegelijk is het idee dat we nooit dezelfde per­soon bli­jven maar alti­jd verder groeien en trans­formeren, ook uitda­gend. Uitein­delijk is dat net het boeiende van het lev­en.”

“Vrouwelijke per­spec­tieven lijken soms als een nieuwe toe­stroom, maar vrouwen hebben alti­jd films gemaakt”

Iets hele­maal anders: wat vin­dt u van het belang om sterke vrouwelijke stem­men te hebben in de heden­daagse fil­min­dus­trie?

“Ik vind het belan­grijk om over­al sterke fem­i­nis­tis­che stem­men te hebben. Als we kijken naar de filmw­ereld is het ongelooflijk hoe de aan­wezigheid van vrouwen zon­der ophouden gere­duceerd en weggeveegd werd. Het is dan ook over­duidelijk dat sterke stem­men een impact hebben en de wereld divers­er mak­en. Maar van­daag is de fil­min­dus­trie eerder een lei­der in het diver­si­fiëren van stem­men, bijvoor­beeld in vergelijk­ing met videospellen. In de fem­i­nis­tis­che en alter­natieve cin­e­ma moeten we vooral onze geschiede­nis her­win­nen. Vrouwelijke per­spec­tieven lijken soms als een nieuwe toe­stroom, maar vrouwen hebben alti­jd films gemaakt. Die con­tin­uïteit terugvin­den is heel belan­grijk. Het is essen­tieel om nieuwe stem­men te hebben, maar het is eve­neens belan­grijk om onze wegen te recon­strueren. Er zijn veel ‘oplossin­gen’ te vin­den in oude films die al lang bestaan, waaruit we kun­nen leren.”

De gen­res van ‘Por­trait de la jeune fille en feu’ en ‘Petite maman’ liggen ver uiteen. Van­waar komt deze ommes­lag?

“Ik zou nooit ‘Petite maman’ gemaakt hebben zon­der eerst ‘Por­trait de la jeune fille en feu’ gemaakt te hebben. Voor mij vol­gen de films elka­ar op een manier op, ze liggen poli­tiek dicht bij elka­ar. Ze gaan alle­bei op zoek naar gelijkheid tussen de per­son­ages en proberen bestaande hiërar­chieën te over­sti­j­gen, zoals die tussen oud­er en kind. Daar­naast hebben ze gemeen­schap­pelijk dat ze bei­de niet draaien rond een con­flict tussen de per­son­ages. Het zijn ook alle­bei films die een soort liefde ver­to­nen in een beperk­te tijd. Het is emo­tion­eel dat de per­son­ages afscheid moeten nemen omdat er geen tijd meer is.”

“Bei­de films gaan op zoek naar gelijkheid tussen de per­son­ages en proberen bestaande hiërar­chieën te over­sti­j­gen”

Is het ele­ment van ‘vaar­wel’ kun­nen zeggen belan­grijk voor u?

Dat zijn dra­matur­gisch min­i­mal­is­tis­che ele­menten die je rak­en omdat ze enorm herken­baar zijn. Het idee voor ‘Petite maman’ was ik al veel langer aan het ontwikke­len. Door de pan­demie kwam er een drin­gend gevoel om het te mak­en. Dat maak­te het the­ma en het gevoel achter de film heel actueel en uni­verseel, en gaf het een pointe. Veel mensen waren geschei­den van elka­ar, wat een heel exis­ten­tieel ver­haal iets dagdagelijks maak­te. Het ver­haal raak­te me vooral met het vol­gende idee: “arriv­er à se dire ‘au revoir’ ”, “toekomen om vaar­wel te kun­nen zeggen”.