Het nieuwe doopdecreet


Hoera, een nieuw doopdecreet! Lees hier hoe je rechten als deelnemer aan een doop dit academiejaar zijn veranderd, of welke regelgeving je als vereniging dient na te leven.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 7/10/2022 – 11:43 door Anaïs Vanass­che

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Foto door Nathan Pel­grims

Het doopde­creet is een tekst die op ini­ti­atief van de kon­ven­ten en in samen­werk­ing met de hogeron­der­wi­jsin­stellin­gen en Stad Gent is geschreven om het doopge­beuren in de ruime zin in goede banen te lei­den. Alle erk­ende Gentse verenigin­gen hebben inspraak via de kon­ven­ten en zijn ver­plicht zich te houden aan dit regle­ment. Aan niet-nalev­ing zijn sanc­ties ver­bon­den en er is een con­trol­erende instantie ingericht die hierop toezi­et. Het doc­u­ment kri­jgt in principe elk jaar een update. Onlangs werd de edi­tie 2022–2023 bek­endge­maakt nadat een werk­groep van stu­den­ten en experts de tekst onder han­den had genomen. Wat is er dit jaar alle­maal veran­derd?

Het voor­wo­ord is flink uit­ge­breid tegen­over dat van het vorige decreet en legt op die manier extra accen­ten. De tekst bek­lem­toont nu nog meer dat een groeps­gevoel aan­wakkeren het doel van een doop is. Er wordt een duidelijk ver­schil gemaakt tussen groeps­gevoel en groeps­druk. Groeps­druk, in die zin dat het doop­comité druk uitoe­fent om over je per­soon­lijke gren­zen te gaan, wordt tegen­over groeps­gevoel gezet, een gevoel van samen­horigheid dat bij­draagt tot de voltooi­ing van de opdracht­en.

Rechten en vrijheden

Artikel 2 omschri­jft het recht op uit­tred­ing. Voorheen stond hier dat wan­neer een schacht zon­der gefun­deerde reden weigert een proef te onder­gaan, de verenig­ing het recht heeft om de doop voor die per­soon stop te zetten. De schacht loopt dan sowieso de recht­en mis die voor­be­houden zijn aan gedoopten. Dit ver­lies van recht­en gebeurt niet meer automa­tisch, maar zal telkens afhangen van de beo­ordel­ing van de verening­ing in die con­crete sit­u­atie.

Het artikel over het recht op inzage van de medis­che doop­fiche bevat een nieuwe alin­ea. Voorheen stond er al dat de vertrouwelijke infor­matie enkel mag ingekeken wor­den door de per­soon in kwest­ie en enkel indi­en strikt noodza­ke­lijk, ook de doop­meesters. Het nieuwe decreet bepaalt dat de medis­che doop­fich­es con­form de Europese pri­va­cybescher­mingswet moeten wor­den behan­deld. Deze wet houdt in dat het doop­comité enkel wat medisch rel­e­vant is, mag bijhouden en dat de gegevens uit­slui­tend in het kad­er van de doop mogen wor­den gebruikt. Een andere rel­e­vante vernieuwing met betrekking tot de medis­che doop­fiche is het vol­gende: “Een samen­vat­ting ervan met de belan­grijk­ste zak­en, moet steeds duidelijk zicht­baar zijn op de schacht of op iets dat de schacht met zich mee­draagt (bijvoor­beeld, een flu­o­hes­je of doop­kaart­je).”

Groeps­druk wordt tegen­over groeps­gevoel gezet, een gevoel van samen­horigheid dat bij­draagt tot de voltooi­ing van de opdracht­en

Het recht op het vol­gen van lessen is grondig her­vor­md. De oude tekst stelt dat  de verenig­ing moet proberen de doop zo goed mogelijk in te plan­nen zodat er geen over­lap is met de lesmo­menten. De vernieuwde tekst ver­plicht verenigin­gen om stu­den­ten de mogelijkheid te geven alle onder­wi­js­ac­tiviteit­en bij te wonen of op gepaste wijze in te halen. Louter lesnoti­ties ter beschikking stellen is dus niet vol­doende.

Verboden praktijken

Ook het ver­bod op dronken­schap is hele­maal anders aangepakt. De idee dat vroeger enkel de doop­meesters nuchter moesten bli­jven, en dan nog enkel tij­dens de bui­ten­doop, is nu opengetrokken tot een totaal alco­holver­bod voor de organ­isatoren, de ver­ant­wo­ordelijken en de toezichthoud­ers. Boven­di­en geldt dit alco­holver­bod nu voor de gehele doop. In dit artikel zit nóg een hele belan­grijke wijzig­ing. In de ver­sie van 2019–2020 stond dat schacht­en niet ged­won­gen mogen wor­den tot over­dreven inname van dranken, al dan niet alco­holisch. Nu staat er dat schacht­en gewoon­weg niet ged­won­gen mogen wor­den tot inname van alco­hol. Iets verder, in alin­ea vier van dit artikel, stond dat er geen sterke dranken aan min­der­jari­gen mogen gegeven wor­den. Nu is er bepaald dat de verenig­ing aan nie­mand, ook niet aan meerder­jari­gen, sterke drank mag geven. Ook nieuw is het totaalver­bod op alco­hol voor bui­ten­dopen.

Nu is er bepaald dat de verenig­ing aan nie­mand, ook niet aan meerder­jari­gen, sterke drank mag geven

Deel­ne­mers naakt lat­en rond­lopen in het open­baar was in het vorige decreet al ver­bo­den. Uit­er­aard omdat dit open­bare zeden­schen­nis vormt en bijgevolg sowieso al door het Bel­gisch recht wordt bestraft. Daar zat meteen ook een klein achter­poort­je, want naakt rond­lopen in een afges­loten ruimte is niet wet­telijk ver­bo­den. In de nieuwe tekst is daar een mouw aan gepast.

Een vol­gend artikel omspant de thema’s voed­sel, bloed en lev­ende dieren. Nieuw is dat de verenig­ing ver­ant­wo­ordelijk is voor het cor­rect omgaan met aangekochte voed­ingsmid­de­len. Ook moeten ze gepast bewaard wor­den. Verder in het artikel stond vroeger dat lev­ende gew­ervelde dieren betrekken bij een doop niet mag. Dit is niet veran­derd. Nu is het ook niet toege­lat­en om lev­ende niet-gew­ervelde dieren tij­dens een doop te gebruiken, indi­en ze een gevaar kun­nen inhouden voor de deel­ne­mers. Wat dus wel mag, is ongevaar­lijke lev­ende niet-gew­ervelde dieren gebruiken tij­dens de doop. Zo kan de verenig­ing de schacht­en insecten lat­en eten voor zover die zijn gekocht in een voed­ingswinkel en hier­van een bewi­js is. In het artikel over het ver­bod op gevaar­lijke pro­ducten is toegevoegd dat de verenig­ing erop moet toezien dat er voorzichtig wordt omge­gaan met pro­ducten die op zichzelf veilig zijn, maar gevaar­lijk kun­nen zijn in geval van over­matige con­sump­tie. Spec­i­fiek wijst het decreet op het gevaar van water­in­tox­i­catie.

Foto door Patrick Hen­ry

Artikel 13 gaat over over­dreven verned­er­ing en ongewen­ste intimiteit­en. Vrij opval­lend is de vol­gende vernieuwing: “Tij­dens het doopritueel kan van de deel­ne­mers wor­den gevraagd zich ned­erig op te stellen ten aanzien van het doop­comité.” Verder wordt gesteld dat de verenig­ing hierin de redelijke gren­zen moet bewak­en. Het artikel benadrukt nu dat indi­vidu­ele verned­er­ing op basis van dis­crim­i­na­toire ver­schillen uit den boze is. Het nieuwe doopde­creet intro­duceert daar­naast een nieuw con­cept: de vertrouwensper­soon, bij wie deel­ne­mers gedurende de volledi­ge doop terechtkun­nen. Deze vertrouwensper­so­n­en wor­den naar voren geschoven door de con­trol­erende instantie.

Het ver­bod op ongeoor­loofd con­tact met buiten­staan­ders is iets anders inge­vuld. De oude tekst was een beet­je vreemd geschreven. In de oude tekst staat hierover: “Vaak hebben deze mensen totaal geen doopverleden en kun­nen ze de ver­schil­lende gebruiken moeil­ijk in een juist kad­er plaat­sen, wat tot grote frus­tratie kan lei­den.” Dit is ver­van­gen door: “Een gebrek aan ervar­ing met het doopge­beuren kan tot mis­in­ter­pre­tatie lei­den.”

Diverse bepalingen

De plan­ning van de doop­plechtigheid is veel dwin­gen­der bepaald. Het oude doc­u­ment bepaalde dat doopactiviteit­en in het eerste semes­ter dienen door te gaan. Nu wor­den spec­i­fieke maan­den genoemd, zijnde okto­ber-novem­ber en maart-mei. De verenig­ing kan een uit­zon­der­ing verkri­j­gen in samen­spraak met de con­trol­erende instantie. In geval van extreme weer­som­standighe­den kan de con­trol­erende instantie doopactiviteit­en uit­stellen. Vroeger moest enkel de datum van de activiteit­en vooraf wor­den gecom­mu­niceerd aan de con­trol­erende instantie, nu dient ook de locatie en de aard van de doopactiviteit te wor­den ver­meld. Daar­naast is het doopge­heim min­der geheim gewor­den. Vanaf nu moeten geïn­ter­esseer­den in die mate wor­den ingelicht dat ze kun­nen inschat­ten of het iets voor hen is.

Daar­naast is het doopge­heim min­der geheim gewor­den

Het artikel rond de con­tro­ver­siële schacht­en­verkoop is prak­tisch volledig her­schreven. Het decreet omschri­jft nu beter wat het inhoudt. De tekst benadrukt ook: “De verkoop is een ludieke activiteit en er kan geen­szins eigen­dom van een per­soon wor­den verkre­gen.” Op alle aspecten van de schacht­en­verkoop is het decreet van toepass­ing, en ook hier is er een vertrouwensper­soon. Iets verder staat dat bij voorkeur tij­dens het adop­tiemo­ment de schacht­en zelf aangeven welke opdracht­en ze voor hun peter of meter willen doen. Dit is eerder een aan­bevel­ing, de verenig­ing kiest dus zelf of dit gebeurt.

Tot slot is het rel­e­vant om te wijzen op artikel 21. De con­trol­erende instantie heeft op basis van dit artikel de bevoegdheid om de verenigin­gen te advis­eren. Dit is belan­grijk, aangezien de wijzigin­gen van dit jaar voor­namelijk gestoeld zijn op deze gesprekken. De bevoegdheid tot adviesver­len­ing heeft een stok achter de deur gekre­gen door de toevoeg­ing van dit jaar, namelijk dat de con­trol­erende instantie eigen aan­vullin­gen op het doopde­creet mag opleggen aan verenigin­gen. Dit gebeurde al in de prak­tijk. Zo hand­haaft de con­trol­erende instantie al enkele jaren het ver­bod op alco­hol bij bui­ten­dopen.