Kaalhoofdigheid en boze dromen


Een­za­amheid, verveling, krak­ende radio’s, een hard­horige vad­er en hoof­den zon­der haar is wat de uitzicht­loze dagen ken­merkt. Frits van Egters, het hoofd­per­son­age van ‘De avon­den’, start zijn ocht­en­den sloom na nacht­en vol boze dromen die druipen van het absur­disme. Op deze nachtelijke beelden vol­gt een ont­bi­jt met zijn oud­ers, met wie hij samen­woont in een…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 27/10/2020 – 17:44 door Daphne Lox

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Een­za­amheid, verveling, krak­ende radio’s, een hard­horige vad­er en hoof­den zon­der haar is wat de uitzicht­loze dagen ken­merkt. Frits van Egters, het hoofd­per­son­age van ‘De avon­den’, start zijn ocht­en­den sloom na nacht­en vol boze dromen die druipen van het absur­disme. Op deze nachtelijke beelden vol­gt een ont­bi­jt met zijn oud­ers, met wie hij samen­woont in een Ams­ter­dams huis. Niet alti­jd even gemakke­lijk, want hij erg­ert zich rot aan zijn vad­er. Daar­na vertrekt hij naar zijn werk als kan­toorklerk. ’s Avonds zijn er de gebruike­lijke escapades met vrien­den. Deze repeti­tieve ken­teke­nen werken de neer­slachtigheid van het hoofd­per­son­age in de hand. De verveling is groot en maakt hem ver­moeid en zelfs een beet­je krankzin­nig.

Hoewel Frits zijn avon­den spendeert bij vrien­den, is zijn lev­en geken­merkt door een soci­aal isole­ment. De gesprek­son­der­w­er­pen zijn leeg, niet­szeggend en snel zoek. Frits probeert deze op te vullen en laat donkere en cynis­che humor aan het woord of heeft het over de haren op het hoofd van zijn vrien­den­groep en raakt hier­door alleen opper­vlakkige gesprek­son­der­w­er­pen aan. De kaal­hoofdigheid van zijn leefti­jdsgenoten, God, de dood en lugu­bere ver­halen zijn onder­w­er­pen die uit­ge­molken wor­den.

Deze lichtzin­nige con­ver­sa­ties storen niet, want de afs­tandelijkheid die hier­mee tot uitge­drukking komt, geeft prachtig en zeer scher­pzin­nig weer hoe de stem­ming van het volk was na de oor­log. De stroeve dialo­gen zijn ken­merk­end voor deze peri­ode: nie­mand heeft iets zin­nigs te zeggen. De moede­loosheid en het proberen opvullen van leegtes in deze neergeschreven woor­den mak­en die din­gen juist los bij de lez­er.

Reve schri­jft dit boek met een blik van buite­naf, of dat lijkt althans zo. Zijn sti­jl is reg­istr­erend en beschri­jvend, eerder dan diepzin­nig en met emotie. Dit maakt het moeil­ijk­er om zich in te lev­en in het karak­ter van Frits, maar zorgt er wel voor dat elk bijkomend per­son­age gekaderd wordt en een per­soon­lijkheid toegeschreven kri­jgt op zichzelf, niet te veel afhangend van het humeur van Frits. De karak­ters zijn meer dan een naam. Jam­mer genoeg zorgt deze beschri­jvende sti­jl ook voor moeite in het lezen van de con­ver­sa­ties. De inhoud mag dan wel bol staan van de goede vond­sten, de schri­jf­sti­jl maakt het vol­gen moeil­ijk. Ook de con­ver­sa­ties die hij met zichzelf voert, zijn niet alti­jd even duidelijk.

De gesprek­son­der­w­er­pen zijn leeg, niet­szeggend en snel zoek

‘De avon­den’ is de debu­utro­man van Reve, geschreven op 24-jarige leefti­jd. Twee jaar na de Tweede Werel­door­log pent hij, op aan­raden van zijn psy­chi­ater, acht dagen uit het lev­en van Frits van Etgers neer. Van 22 decem­ber 1946 tot oude­jaarsnacht vol­gen we de stap­pen van het hoofd­per­son­age. Deze psy­chol­o­gis­che roman mag als fic­tie bedoeld zijn, maar ken­merkt zich als een sleutel­ro­man, waar­bij schuil­na­men en ver­war­rende gebeurtenis­sen de auto­bi­ografis­che ken­merken ver­hullen. Ver­sch­enen in 1947, is dit boek een voor­bode op de klassiek­ers die lat­er zouden vol­gen. Als eerste van de gen­er­atie ado­les­cen­ten die zich ontwikkelden in deze naoor­logse peri­ode, tekent hij het gevoel van deze tijd op, waar­door dit een betrouw­baar boek is met lev­enser­var­ing. Har­ry Mullisch, Willem Her­mans, Jona Ober­s­ki en Anna Bla­man zijn net als Reve de schri­jvers van het ontluis­terend real­isme waarin de desil­lusie van de ado­les­cent op de voor­grond treedt en de rauwe werke­lijkheid wordt weer­spiegeld met afwezigheid van ide­al­isme.

Het boek past bin­nen de con­text van het jaar 2020. Veel ado­les­cen­ten kam­p­en nu met een hoge vervelings­graad, een diepe een­za­amheid en de nood om stiltes op te vullen met con­ver­sa­ties waar­bij onder­w­er­pen uit de lucht zijn geplukt. Deze roman bli­jft actueel. Het 23-jarige hoofd­per­son­age en zijn vrien­den sluimeren door de peri­ode, zoals de jon­geren zich nu worste­len door het gegeven van coro­na. De erg­ernissen, onbe­spro­ken weliswaar, tussen oud­ers en kind en de oud­ers onder­ling zijn zow­el in het boek als in de werke­lijkheid een ken­merk van verveling en soci­aal isole­ment. Het erg­eren aan niets­doen en het niet weten wat nu, in dit boek weer­spiegeld door het aan- en uitzetten van de radio, is iets wat deze gen­er­atie begin­nende vol­wassen ongetwi­jfeld bezighoudt.