Waarom studenten zo (lock)down zijn


Het leven in lockdown is niet altijd een pretje. Dat beseft ook de UGent die een groot onderzoek naar mentaal welzijn in deze tijden lanceerde. We brengen u de resultaten, mét duiding.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 7/05/2020 – 17:36 door Keanu Col­paert­Collin Car­don

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Je voelt je als stu­dent waarschi­jn­lijk niet opti­maal. Zo niet: hoera! Al voel je je waarschi­jn­lijk nog steeds min­der goed dan de oud­ere gen­er­aties. De fac­ul­teit Poli­tieke en Sociale Weten­schap­pen en de fac­ul­teit Recht en Crim­i­nolo­gie deden namelijk een grootschalig onder­zoek bij 2889 per­so­n­en, waaron­der 774 stu­den­ten. Hieruit bleek dat stu­den­ten zich een­za­mer voe­len dan mensen in andere werk­si­t­u­aties. Verder rap­porteren stu­den­ten meer angst en depressieve gevoe­lens. Ook relatiestress en ver­bale agressie zijn in grotere mate aan­wezig bij stu­den­ten. Ten slotte mag het ook niet ver­bazen dat stud­iestress en het ver­lies van de studiecon­cen­tratie aan­wezig zijn bij de stu­den­ten. Stud­iestress komt in dat geval vooral voor bij vrouwen. Tegen­over dit alles staat echter wel dat stu­den­ten zich min­der zor­gen lijken te mak­en om besmet te rak­en.

Always on my mind

Is dit nu eigen­lijk bij­zon­der? Hebben stu­den­ten niet alti­jd meer last van negatieve gevoe­lens? Pro­fes­sor Koen Pon­net verk­laart: “Op basis van de ‘Gezond­hei­d­sen­quête 2018’ weten we dat angst en depressieve gevoe­lens vak­er voorkomen bij de leefti­jds­groep 35–55 jaar. Uit ver­schil­lende andere stud­ies blijkt boven­di­en dat vooral oud­eren last hebben van een­za­amheid.” Waarom dat zo anders is tij­dens een lock­down, kan pro­fes­sor Pon­net ook verk­laren: “Mensen zijn sociale dieren en hebben nood aan soci­aal con­tact. Het is voor­namelijk in de leefti­jdspe­ri­ode van 16–24 jaar dat we veel sociale con­tacten leggen, die vaak bli­jven bestaan voor de rest van ons lev­en.” Zoals iedereen die wel eens een ocht­end in een vreemd bed is wakker gewor­den kan getu­igen, zijn deze con­tacten vaak van vluchtige aard. Het is pas lat­er, als stu­den­ten begin­nen werken, dat die vluchtigheid min­dert en con­tacten ste­viger wor­den. Daar­naast bevin­den jon­geren zich tegen­wo­ordig ook in min­der evi­dente sit­u­aties, om het mooi te benoe­men. Laat ons zeggen dat opges­loten zit­ten met je part­ner of kinderen een heel ander gevoel is dan opges­loten zit­ten met je oud­ers. 

Iedere blandi­no kan natu­urlijk getu­igen dat het lev­en na je stud­ies een grote, onzekere zwarte vlek is

“Jongvol­wasse­nen hebben ook, meer dan oud­eren, het gevoel dat hun toekomst nog niet vastligt en dat ze alle kan­ten uit kun­nen”, vertelt Pon­net. Iedere blandi­no kan natu­urlijk getu­igen dat het lev­en na je stud­ies een grote, onzekere zwarte vlek is, waar je best niet te lang bij stil­staat. Dat een medis­che en een daar­bij horende economis­che cri­sis niet echt bevorder­lijk zijn voor deze onzek­er­heid, is vrij vanzelf­sprek­end.

Een zomer zonder?

De groot­ste langeter­mi­jngevol­gen voor de stu­den­ten zijn er voor de eerste­jaarsstu­den­ten en de stu­den­ten in het laat­ste jaar: “Het eerste jaar is een kan­tel­mo­ment omdat alles nieuw is: je leert nieuwe vrien­den ken­nen, je kri­jgt grote hoeveel­he­den leer­stof te ver­w­erken en je wordt gecon­fron­teerd met veel vri­jheid. Ter­wi­jl je in het mid­del­baar elke les aan­wezig moest zijn, heb je aan de uni­ver­siteit vaak de keuze om een les al dan niet te vol­gen.” En voor de laat­ste­jaars: “Je weet dat je na de uni­ver­siteit je vrien­den niet meer zoveel zal zien, je vraagt je af wat de toekomst je zal bieden, of je maakt je miss­chien zor­gen of je al dan niet op je poot­jes zal terecht komen.” Pro­fes­sor Pon­net vertrouwt ons echter bemoedi­gend toe dat mensen zeer veerkrachtig zijn: “Het kan nooit bli­jven rege­nen. De zon komt alti­jd weer schi­j­nen.”

Het gevoel van con­t­role te hebben over je toekom­st­plan­nen is belan­grijk

Een grot­er onge­mak is echter de onwe­tend­heid voor de vakantieplan­nen: het strand van Blanken­berge ligt sym­bol­isch even ver als bergvakanties in Zuid-Ameri­ka en scout­skam­p­en in de verre onbek­ende Lim­burgse vlak­tes: “Een belan­grijke fac­tor is of de ver­soe­pelde maa­trege­len stand zullen houden. Stel dat je over drie weken te horen kri­jgt dat je toch op vakantie of op scout­skamp kan, maar dat een paar weken lat­er deze maa­tregel noodged­won­gen teruggeschroefd wordt, dan is dat een serieuze dom­per. Het gevoel van con­t­role te hebben over je toekom­st­plan­nen is belan­grijk.”

Waarom onderzoeken we dit eigenlijk?

Wat is nu het nut van zulk onder­zoek? Als stu­dent vraag je je miss­chien af waarom de UGent zoveel moeite heeft met onder­wi­js in lock­down. Dat komt omdat de sit­u­atie onvoorzien is voor iedereen: zow­el voor stu­den­ten als voor onder­wi­jsper­son­eel. Dit soort onder­zoek toont aan waar de pijn­pun­ten liggen en welke fac­toren pre­cies een invloed hebben op onze gezond­heid. “Zo kun­nen we pri­or­iteit­en stellen, en aan­bevelin­gen doen op welke zak­en er eerst ingezet moet wor­den”, aldus pro­fes­sor Pon­net. Elke hogeschool en uni­ver­siteit heeft hier dus baat bij, net als de regering. Zo zie je maar dat het loont om even vijf min­u­ut­jes te nemen om een sur­vey in te vullen!