Recensie: Martin Eden


Ruim een eeuw na het verschijnen van het gelijknamige boek van Jack London, vond deze alternatieve verfilming van 'Martin Eden' zijn weg naar het witte doek. Ook deze film baande zich een weg langs de officiële selectieprocedure voor competitiefilms dit jaar op Film Fest Gent. Een synopsis van een staaltje typische Italiaanse cinema.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 12/10/2019 – 10:27 door Vin­cence De Gols

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

‘Mar­tin Eden’ ademt het 20ste-eeuwse Ital­ië uit. In de buurt van Napels leert Mar­tin (Luca Marinel­li) de bloed­mooie Ele­na (Jes­si­ca Cressy) ken­nen en valt als een blok voor haar diep­gaande intel­li­gen­tie. Hij, een arme arbei­der, wil niets liev­er dan een toekomst opbouwen met haar, dochter van een rijke mid­den­klasse­fam­i­lie. Maar om dat te doen, moet Mar­tin eerst aanzien ver­w­er­ven. En dus stort hij zich halsoverkop in een tur­bu­lent lev­en als schri­jver, in de hoop ooit Elena’s hart te kun­nen verov­eren.

Mar­tin maakt een enorme evo­lu­tie door, door de diepe dalen en over de ons­tu­imige hoogtes van het schri­jvers­beroep. De dolver­liefde, onwe­tende en zorgeloze ado­les­cent van in het begin leert al snel de donker­gri­jze zone van het lev­en ken­nen. Zo speelt de film zich af te mid­den van de opmars van het social­isme bin­nen de arbei­der­sklasse. Hoewel Jack Lon­don zelf een enorme voor­stander was, provo­ceert Mar­tin in de film meer­maals de opge­hit­ste menigte met zijn opgedane lit­eraire ken­nis over dit onder­w­erp. Hier­door zet hij niet alleen bij de social­is­ten kwaad bloed, maar stu­it hij ook Ele­na en haar mid­den­klasse­fam­i­lie tegen de borst. Een opmerke­lijk detail doorheen de film is ook het pianospel op de achter­grond, dat eerst de tonen van ein­de­loze hart­stocht laat weerklinken wan­neer Ele­na thuis speelt voor Mar­tin. Maar gelei­delijk aan gaat de melodie echter crescen­do naar een kako­fonie in mineur, die de gigan­tis­che chaos in Mar­tins hoofd naar het einde toe mooi weer­spiegelt.

Dit en een hele resem andere fac­toren gedurende zijn lev­ensloop mak­en van Eden op den duur een onu­it­staan­bare vent, die in zijn stri­jd om Ele­na voor zich te win­nen zichzelf ver­loren is. Zijn minacht­ing ten opzichte van vrouwen is ver­w­er­pelijk en medeli­j­den valt soms ver te zoeken. Dat velen daar­door een afkeer hebben van het per­son­age en daar­door ook de ver­haal­li­jn, is best logisch. Maar dat Marinel­li deze rol mag­ni­fiek uiteen­zet in al haar facetten, hoe ted­er of desas­treus die ook zijn, maakt zijn Cop­pa Volpi voor beste acteur op het Film­fes­ti­val van Venetië zéér terecht. 

De film baadt in de clichés van Ital­i­aanse cin­e­ma: het ver­haal kruipt traag maar ges­taag richt­ing plot, de film barst van de fla­grante karak­terkop­pen en het man­nelijke machis­mo is nooit ver weg. Love it or hate it, maar wie fan is van dit genre films, vin­dt in ‘Mar­tin Eden’ wat hij zoekt. Voor de beelden maak­ten Alessan­dro Abate en Francesco Di Gia­co­mo gebruik van 16mm-cin­e­matografie en niet van de gebruike­lijke breed­beeld­cin­e­ma, waar­door de kijk­er des te meer meegesleurd wordt in die 20ste eeuwse sfeer. Kos­tu­ums, gemoedelijke achter­grond­muziek en dat tikkelt­je sim­pele abstrac­tie, lat­en ‘Mar­tin Eden’ uitein­delijk aan­voe­len als een doorde­weekse Ital­i­aanse kwaliteits­film. Een­voudig op het eerste gezicht, maar hoe meer je ernaar kijkt, des te duidelijk­er het sterke cin­e­maw­erk wordt.