Column: Harde Bolster


Onlangs werd mij gevraagd, ter gele­gen­heid van een spelavond, de per­soon links van mezelf een com­pli­ment te geven. Waar anderen zich miss­chien doel­be­wust zouden ver­gri­jpen aan het aldoor komis­che aspect van een dergelijke oppor­tu­niteit, besloot ik in een waas van enerz­i­jds rode wijn en anderz­i­jds een plots besef van exis­ten­tiële oprechtheid mijn waarheid te verkondi­gen.…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 23/04/2019 – 17:49 door Nathan Laroy

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Onlangs werd mij gevraagd, ter gele­gen­heid van een spelavond, de per­soon links van mezelf een com­pli­ment te geven. Waar anderen zich miss­chien doel­be­wust zouden ver­gri­jpen aan het aldoor komis­che aspect van een dergelijke oppor­tu­niteit, besloot ik in een waas van enerz­i­jds rode wijn en anderz­i­jds een plots besef van exis­ten­tiële oprechtheid mijn waarheid te verkondi­gen. Na dit in alle rust en ijlte gere­aliseerd te hebben, bleef de kamer stil. Er zin­derde iets … Er hing een aura van onge­woonte, doch appre­ci­atie in de lucht. Ik had me naar eigen aan­voe­len onge­bruike­lijk kwets­baar opgesteld – hoewel dit miss­chien niet als dus­danig buitenis­sig werd opgevat – en daar­bij mijn hart gelucht in een waan van eerlijkheid.

Na afloop van het spel was de tijd reeds verleden en het gezegde niet meer dan een ongeziene pas­sant op een koude dins­da­gavond. Bij mij bleef vooral hangen dat dat moment van ongeremde open­har­tigheid en onge­brei­deld wel­ge­meen een paar roes­tige sloten had openge­bro­ken. Ik vond mezelf lat­er die avond terug in de eetru­imte in een men­tale toe­s­tand waar­van ik meende voor­goed afscheid genomen te hebben. Ik bevond me wederom in een danig fragiele posi­tie, leek zowaar een façade uit een mid­del­matige film noir. Uitein­delijk was ik wel in staat mijn casus te rel­a­tiv­eren tot de werke­lijkheid en te her­ade­men. Menig psy­chol­o­gisch con­sult had dan toch enigszins toereik­end gebleken.

Het is een inter­es­sante gedachte te besef­fen dat je waar­lijk níet uniek bent.

Het weinig luchtige gesprek met de gediplomeerde ther­a­peut klinkt velen waarschi­jn­lijk bek­end in de oren. Op Can­vas loopt momenteel ook een pro­gram­ma, Ther­a­pie, dat deze dialoog prachtig hard in beeld brengt, de pijn­lijke realiteit bloot­gelegd aan de nietsver­moe­dende kijk­er. Er zijn er velen die net als ik ergens gedurende hun puber­jaren bij de psy­choloog beland zijn, ik ben hierin absolu­ut niet de enige. Het is een inter­es­sante gedachte te besef­fen dat je waar­lijk níet uniek bent in dat opzicht, ergens biedt het een zekere com­fort.

Nochtans, ik ga eerlijk zijn, ik heb over dit spec­i­fieke voor­val nog met nie­mand gespro­ken. Sim­pel­weg omdat ik niet weet hoe ik het zou moeten com­mu­niceren. Hypocri­et genoeg spreek ik hier­mee mijn eigen over­tuig­ing vol­sla­gen tegen: de kwintessens van com­mu­ni­catie tegen emo­tionele opkrop­ping. Ontel­baar veel mensen stru­ike­len over gelijkaardi­ge drem­pels in hun lev­en, gebeurtenis­sen die hun Zijn ver­wron­gen achter­lat­en met als resul­taat dat men spi­raliseert in zelfde­struc­tieve gedragin­gen. En tóch biedt deze ken­nis, het besef dat men niet alleen is, geen soe­laas. Men durft zijn prob­le­men niet te ver­balis­eren, slaagt er niet in zich te ont­trekken aan de stereotiepe respon­sen als ‘ça va wel’. Het is alge­meen geweten: dat wat onbe­spro­ken bli­jft, ettert na op de achter­grond. Maar is het wel een vraag van zich dur­ven uiten? Of eerder kun­nen?

Het gaat over de ken­nis een soci­aal kussen te hebben waarop men kan terug­vallen.

Als psy­choloog in spe en pro­pa­gan­dist van tal­ige wit, kan ik me er niet over zetten dat onze meest diepge­wortelde prob­lematieken in het ongewisse zullen bli­jven. Elo­quen­tie ad absur­dum schraapt immers niet meer dan het top­je van die beruchte ijs­berg, gesteld dat je dan toch tot con­ver­sa­tie komt. Onze woor­den schi­eten gewoon teko­rt. We spreken naast elka­ar, langs elka­ar, en deze trend wordt alleen maar hard­er gemaakt door uit­sprak­en als ‘men dient zich eróver te zetten’. Neen. Erover lost niets op. Erover schuift het prob­leem opz­ij. Men moet erdóor. Maar hoe?

Rationele vocab­u­laire ver­loochent emo­tion­aliteit. Het werkt tot op zekere hoogte, maar de dagdagelijkse sleur en depri­vatie vallen diep­gaan­der aan. We moeten dur­ven toegeven dat we teer en breek­baar zijn en hulp nodig hebben, en veeleer die emo­tionele grond­slag bezi­gen. Wie zegt dat liefde het bevoor­rechte patent mag hebben op onge­con­troleerd affect? De gedacht­en kun­nen niet naar buiten, dus laat de ander dan naar bin­nen kijken. Dit is een buiten­pro­por­tionele opgave, daar­van ben ik mij bewust. Maar het is de per­soon wiens sociale extrav­a­gantie ik van com­pli­ment had voorzien, die mij hierin geïn­spireerd heeft. Het gaat zelfs niet per se over het vin­den van een prak­tis­che oploss­ing, het gaat over de ken­nis een soci­aal kussen te hebben waarop men kan terug­vallen. Het gaat over het vin­den van een diepere emo­tionele con­nec­tie waar­door prag­matiek niet ver­loren raakt in woor­den die teko­rtsch­i­eten, maar aange­bo­den wordt in het bijz­i­jn van de figu­urlijke – of let­ter­lijke – feel good hug.

Het is een para­dox: kwets­baarheid met als doel zich te sterken.

Men­tale prob­lematieken zijn een groot issue in onze maatschap­pij en de meest voor de hand liggende oploss­ing jaagt ons het meest schrik aan. We vertrouwen elka­ar niet meer onze diep­ste scrupules te vri­jwaren van hoon en smaad. We lev­en in een tijd van smartelijke teko­rt aan kwets­baarheid. Ons sociale zijn is her­leid tot een dra­ma waarin we onszelf zo ide­al­is­tisch mogelijk tra­cht­en te pro­fil­eren. Sociale media katal­y­seren dit pro­ces der­mate: integriteit lijkt bij­na een ver­loren deugd. Het proza­ïsche idee van de vriend­schap die alles kan doorstaan zou een real­is­tis­che her­tal­ing moeten kri­j­gen opdat we ons niet langer isol­eren wan­neer we men­taal lij­den. Het is een para­dox: kwets­baarheid met als doel zich te sterken.

Het is immers nog steeds een vijandi­ge wereld waarin we lev­en. Woordelijke hulp pur sang is gebrekkig en ik vind deze befaamde emo­tionele con­nec­tie steeds min­der vaak terug. De harde bol­ster moet desin­te­gr­eren opdat de zachte kern kan bloot­gesteld wor­den aan betrouw­bare indi­viduen waarop je kan ste­unen en terug­vallen, maar bove­nal wiens aan­wezigheid reeds vol­doende is om wed­erz­i­jds begrip en accep­tatie te gener­eren. En dát is van onbe­grens­de waarde. Dat moment dat je beseft dat de wereld niet geheel ver­bouw­ereerd is, want er is iemand die jou waar­lijk begri­jpt.