“Intellectuals hate progress”


Met Steven Pinker haalde Nacht van de Vrijdenker een van ‘s werelds meest bekende intellectuelen naar Gent. Pinker wierp zich op als pleitbezorger van de Verlichting, maar het publiek in de Bijloke zag eerder een hogepriester dan een aanhanger van de Rede.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 19/11/2018 – 15:19 door Pieter­jan Schep­ens

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Steven Pinker ver­di­ende zijn sporen in de psy­cholin­guïstiek. De stelling die zijn omvan­grijke werk onder­bouwde, was de idee dat de menselijke aan­leg tot taal instinct­matig is. Als we willen begri­jpen hoe de mens taal aan­leert en gebruikt, moeten we bijgevolg reken­ing houden met hoe het menselijk brein is geëvolueerd en hoe het nu func­tion­eert. Een tekst is bijvoor­beeld goed geschreven niet omdat hij vol­doet aan arbi­traire regelt­jes, maar omdat hij beant­wo­ordt aan de noden van de menselijke psy­cholo­gie.

Gaan­deweg begaf Pinker zich op het poli­tieke ter­rein. In 2011 sco­orde hij met The Bet­ter Angels of Our Nature een best­seller. Het boek argu­menteert dat geweld doorheen de geschiede­nis over de hele wereld gedaald is, de indruk gewekt door de werel­door­logen en mod­erne jour­nal­istiek ten spi­jt. Dit jaar brei­dt hij in Enlight­en­ment Now zijn zaak uit: niet enkel geweld, maar zowat alles is er doorheen de geschiede­nis, en dan vooral de recente geschiede­nis, op vooruit­ge­gaan. De oorza­ak van het goede nieuws is de Ver­licht­ing, en Ver­licht is wat we moeten bli­jven.

Intel­lectue­len zijn gro­ten­deels uit­ges­loten geweest van de vooruit­gang die wordt gebracht door inge­nieurs en zak­en­mensen, aldus Pinker

Ik geloof in één Verlichting

Het was zodoende als apos­tel van de Ver­licht­ing dat Pinker zich aan een afge­laden Con­certza­al van de Bijloke pre­sen­teerde. De Bij­bel die hij bracht bestond uit een reeks sta­tistieken, die de ongelovi­gen moesten over­tu­igen dat alles erop was vooruit­ge­gaan in de laat­ste eeuwen. “Let’s look at the data”, luid­de het cre­do. Lev­ensverwacht­ing? Omhoog. Gezond­heid, voed­sel, wel­vaart? Grafiek zet pijl­snel koers naar de rechter­boven­hoek. Vrede, vri­jheid, recht­en? Uit­er­aard. Ken­nis, gelet­ter­d­heid, IQ-scores? Check, check, check. Lev­en­skwaliteit en geluk? Ja, zegt de sta­tistiek. “Progress is a demon­stra­ble fact of human his­to­ry”, velt Pinker zijn ein­do­ordeel.

Onder­tussen had de oningewi­jde met sti­j­gende ver­baz­ing vast­gesteld wat vol­gens Pinker alle­maal onder de Ver­licht­ing viel. Meer voed­sel voor de bevolk­ing? Ver­licht! Bak­ens van de Ver­licht­ing als de Volk­sre­pub­liek Chi­na zullen blij zijn het te horen. Sti­j­gende lev­ensverwacht­ing? De goede mensen van Oki­nawa ken­nen hun Voltaire en Diderot.

Gelukkig dat Hume, Kant en Rousseau geen intel­lectue­len waren, of we had­den nooit de Ver­licht­ing gek­end!

Ver­licht­ing, rede, vooruit­gang, weten­schap­pelijke rev­o­lu­tie: bij Pinker lijkt het alle­maal ongeveer het­zelfde. Zo luidt Pinkers defin­i­tie van ‘vooruit­gang’ “using knowl­edge to solve prob­lems”. En die arcane kun­st, het gebruiken van ken­nis om prob­le­men op te lossen, is “op de achter­grond verd­we­nen”. De reden? “Intel­lec­tu­als hate progress.

De meeste intel­lectue­len denken immers dat de Ver­licht­ing slecht was. Tij­dens het aanslui­tende inter­view door Johan Braeck­man bracht Pinker meer duid­ing. Intel­lectue­len hebben over het alge­meen een gebrek aan sta­tis­tis­che ken­nis. Hier­door trap­pen ze in de illusie, gewekt door de media, dat het slecht gaat met de wereld. Ook bestaat er een lange anti-Ver­licht­ingstra­di­tie in intel­lectuele krin­gen. De Romantiek, het exis­ten­tial­isme, de Frank­furter Schule, het post­mod­ernisme: alle­maal zouden ze de intel­lectueel met muni­tie ver­schaf­fen om laat­dunk­end te doen over de Ver­licht­ing. Dat het mensen als Rousseau en Niet­zsche per­fect mogelijk was zich bin­nen een ver­licht­ingstra­di­tie te kaderen en er tegelijk­er­ti­jd kri­tiek op te hebben, wordt volledig aan voor­bi­jge­gaan – ook door een onkri­tis­che Braeck­man. En uit­er­aard gaat het ook om de porte­mon­nee: intel­lectue­len zijn gro­ten­deels uit­ges­loten geweest van de vooruit­gang die wordt gebracht door inge­nieurs en zak­en­mensen. “Crit­i­ciz­ing the past is crit­i­ciz­ing your rivals”, wordt het dan. Gelukkig dat Hume, Kant en Rousseau geen intel­lectue­len waren, of we had­den nooit de Ver­licht­ing gek­end!

Schoenmaker blijf bij uw leest

Pinkers zaak had wel gevaren bij een helderder afbak­en­ing van zijn con­cepten. Miss­chien is de algemene trend van zijn betoog cor­rect, en is de wereld er op vooruit­ge­gaan. Hij heeft zijn kas­teel even­wel op los zand gebouwd in een poging alles terug te voeren op een clus­ter Ver­licht­ing-rede-vooruit­gang. Pinker zou wel varen bij een spec­trale ver­schi­jn­ing van zijn twintig jaar jon­gere zelf, en een herin­ner­ing aan wat hij toen over taal schreef: con­text telt.