Atheïsme, het Zelf en waarheid


Julian Baggini is een Brits filosoof en schrijft voor een groot publiek over zaken zoals identiteit, atheïsme en rationaliteit. Dit jaar was hij te gast als spreker op de Nacht van de Vrijdenker.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 18/11/2018 – 17:50 door Linus Ver­meulen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het is miss­chien een beet­je iro­nisch om te vra­gen naar Baggini’s zelf­beeld als filosoof nog voor we weten wat een ‘zelf’ eigen­lijk is, maar ach, som­mige din­gen moeten nu een­maal aangenomen wor­den. “Ergens zie ik mezelf eerder als schri­jver en pas in de tweede plaats als filosoof. Maar als ik toch iets moet zeggen, dan zou ik zeggen dat ik eerder ver­schil­lende ideeën samen­breng in plaats van echt zelf nieuwe ideeën te bedenken. Als er orig­i­naliteit in mijn werk zit, dan zit die in de manier waarop ik zak­en com­bi­neer.”

Atheïsme met kleine a

Bag­gi­ni

Bag­gi­ni groei­de op in een zacht, chris­telijk gezin, ver­baz­ing­wekkend genoeg zon­der kruisigin­gen en kruis­tocht­en. Sinds zijn tiener­jaren is hij toch over­tu­igd atheïst. “Ik denk toch wel anders dan vele atheïsten die de laat­ste tijd pop­u­lair zijn gewor­den. Zij denken vaak dat religie sim­pel­weg non­sens is en dat we er zo snel mogelijk van af moeten. Ik ben geïn­ter­esseerd in religie als een prak­tis­che ethos voor het lev­en. Religie hoeft daar­voor niet let­ter­lijk waar te zijn. Er is zek­er iets waarde­vols aan religie dat we niet zomaar weg mogen gooien.”

“Atheïsme gaat om een nat­u­ral­is­tisch beeld van de wereld, het idee dat alles dat bestaat op een bepaalde manier deel is van de mater­iële wereld. Maar dit betekent niet noodza­ke­lijk dat er geen din­gen zijn die we niet kun­nen weten of meten. In zijn kern leunt atheïsme dicht aan bij een soort metafy­sisch agnos­ti­cisme à la Con­fu­cius, zek­er toegepast lijkt er niet echt zo‘n groot ver­schil te zijn. De meeste atheïsten zijn niet zozeer gebon­den aan het idee dat de natu­urlijke wereld alles is dat er is, atheïsten nemen de natu­urlijke wereld eerder als werkhy­pothese.”

“We bli­jven veran­der­ing zien als iets waar we con­t­role op hebben” ‑Bag­gi­ni

Maakt dit van atheïsme niet ook een religieuze posi­tie? “Ik denk van niet, of toch ten­min­ste niet in de klassieke zin van het woord. Atheïsme vraagt ons niet om een posi­tie in te nemen die op een bepaalde manier het bewi­js voor­bi­j­gaat. We moeten natu­urlijk sowieso iets aan­nemen waar geen bewi­js voor is, maar religie is meer dan dat, religie vraagt ons een posi­tie in te nemen die definieert hoe we de wereld ken­nen en leren ken­nen.” Hoe ‘een natu­urlijke wereld als werkhy­pothese’ dit niet doet is me een raad­sel, maar zoals het een filosoof betaamt zijn we hier om vra­gen te stellen, niet om ze te beant­wo­or­den.

Zelf met grote Z

Het ‘zelf’ is miss­chien wel de vaag­ste term die je van­daag zal lezen, maar dan ben je waarschi­jn­lijk ook geen pro­fes­sioneel filosoof. Filosofen houden namelijk van ein­de­loze dis­cussies over woor­den waar­van ze niet zek­er zijn of ze eigen­lijk wel iets willen zeggen. Bag­gi­ni is een van die mensen, en gaf er zelfs een TED-Talk over. Vol­gens Bag­gi­ni ben jij niet een wezen dat vanalles ervaart en denkt en voelt, maar ben jij je ervarin­gen, gedacht­en en gevoe­lens. “Vanu­it het gezond ver­stand gaan we vaak uit van een per­ma­nente, per­soon­lijke essen­tie, alsof er een rationele ik is die mijzelf kan vor­men in een­der wat ik wil zijn. Dit is een beeld dat voortkomt uit de Ver­licht­ing, maar ik denk dat dit langza­am aan het veran­deren is. Geen enkele neu­ro­bi­oloog of psy­choloog die met het zelf bezig is gelooft in het ‘zelf’ als per­ma­nente essen­tie.” In de plaats daar­van zijn we een grote, abstracte war­boel van con­stant veran­derende herin­ner­in­gen, gevoe­lens, gedacht­en en noem maar op.

“Atheïsten nemen de natu­urlijke wereld eerder als werkhy­pothese.” ‑Bag­gi­ni

Een beeld van een mediterende mon­nik ergens diep in het gebergte springt direct voor ogen. “Ik baseer me niet spec­i­fiek op het Boed­dhisme, maar wat inter­es­sant is, is dat dit idee ten min­ste drie onafhanke­lijke bron­nen heeft. Uit­er­aard het Boed­dhisme, maar ook John Locke en daar­na David Hume. Dit beeld is onder­tussen al redelijk main­stream gewor­den, maar hoewel we ver­ganke­lijkheid en veran­der­ing steeds meer en meer aan­vaar­den, bli­jft het dom­i­nante beeld er een van een vaste zelf. De reden hier­voor lijkt me juist te zijn dat we veran­der­ing bli­jven zien als iets waar we con­t­role over hebben. Ik ben oneindig flex­i­bel omdat ik de con­t­role heb, ik kan dus wor­den wat ik wil. Maar dat is zek­er niet hele­maal waar, er zijn gren­zen.”

Waarheid met korte ei

Na al deze Boed­dhis­tis­che ver­licht­ing en atheïstis­che uit­sprak­en zou men al bij­na ver­geten dat Baggini’s lez­ing op de Nacht van de Vri­j­denker eigen­lijk ging over waarheid. Meer spec­i­fiek houdt Bag­gi­ni zich bezig met de orig­ine van ons ‘post-truth’-tijd­perk. Iro­nisch genoeg lijkt het ‘post-truth’-tijd­perk voort te komen uit het suc­ces van de weten­schap. Het is niet zo dat we geloven dat er geen waarheid is, maar eerder dat we de mensen niet vertrouwen die ons proberen te vertellen wat die waarheid is. We zijn niet alleen kri­tisch, maar ook cynisch gewor­den tegen­over autoriteit. Denk bijvoor­beeld aan je favori­ete econoom ten tijde van de cri­sis in 2008, als ze zelfs de economis­che cri­sis niet kon­den voor­spellen, wat kun­nen ze dan wel? Dan ben je bij­na beter af met een set tarotkaarten.

“Het prob­leem is niet dat we niet meer weten wat de waarheid is, maar dat we mensen niet vertrouwen als ze bew­eren de waarheid te zeggen.” ‑Bag­gi­ni

“Vele mensen denken dat het een prob­leem is in ons vertrouwen in de waarheid, dat mensen denken dat er niet zoi­ets bestaat als waarheid. Maar ik denk niet dat het zo fun­da­menteel is. Ons begrip van waarheid is vaak zeer recht­doorzee, het prob­leem is gewoon dat die waarheid niet zo gemakke­lijk te achter­halen is, ook al is het ver­schil tussen fout en juist goed begrepen. Je kan dan ook aan alles twi­jfe­len, elk ration­eel of logisch sys­teem moet zich uitein­delijk baseren op iets dat niet aan­toon­baar is. Maar dat maakt ratio­naliteit niet per se dubieus, het zou eerder een zekere ned­erigheid moeten inspir­eren.” Het is echter onduidelijk waar onze zoek­tocht naar die duidelijke waarheid moet begin­nen, als alle aan­names irra­tion­eel zijn. Een mens zou er cynisch van wor­den.