Opinie: Studentendopen, wat en waarom?


Dit opiniestuk werd ingezonden door Kai De Cock, student filosofie en praeses van de Kring Moraal en Filosofie (KMF).

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/11/2018 – 17:08 door

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Kai De Cock

Wie de afgelopen twee weken door de Gentse strat­en, pleinen en parken dwaalde, werd er hoogst­waarschi­jn­lijk mee gecon­fron­teerd: stu­den­ten­dopen. Elk jaar in okto­ber wor­den doorheen het land duizen­den nieuwe stu­den­ten men­taal en psy­chisch gebro­ken om, na een jaar als “schacht” te dienen, deel uit te kun­nen mak­en van een exclusieve inner cir­cle van een stu­den­ten­v­erenig­ing. Deze prak­tijken wer­den de afgelopen jaren con­stant aangevallen in de media. Ikzelf ben prae­ses van de KMF (Kring Moraal en Filosofie), een Gentse fac­ul­taire stu­den­ten­v­erenig­ing die kiest om niet te dopen en dus geen schacht­en heeft. Na een maand de KMF te lei­den, begreep ik steeds min­der waarom andere stu­den­ten­v­erenigin­gen wel dopen. Dit lei­d­de tot de vol­gende vra­gen: wat is het doel van deze stu­den­ten­v­erenigin­gen nu pre­cies en wat is de plaats van het doop­pro­ces daarbin­nen?

In het acad­e­mie­jaar 2017–2018 schreven in Vlaan­deren bij­na 50.000 stu­den­ten zich voor de eerste keer in voor een hogere oplei­d­ing. Het is voor velen een grote stap om over te schake­len van de onder­tussen vertrouwde mid­del­bare school naar een gigan­tisch grote uni­ver­siteit of hoge school in een vaak onbek­ende stad. De moeil­ijkhei­ds­graad sti­jgt en boven­di­en is het uit­bouwen van een nieuw soci­aal netwerk niet voor iedereen even evi­dent. Gelukkig hebben de fac­ul­taire krin­gen deze taak op zich genomen. Aan de UGent zijn er 29 oplei­d­ings­ge­bon­den verenigin­gen die overkoe­peld wor­den door het Fac­ul­teit­enKon­vent (kort: FK). De oud­ste van deze krin­gen waren boven­di­en mede ver­ant­wo­ordelijk voor de verned­er­lands­ing van de uni­ver­siteit. De web­site van het FK vat mooi samen wat de filosofie van deze 29 verenigin­gen pre­cies is, of zou moeten zijn.

“Al deze verenigin­gen bieden een breed gam­ma aan activiteit­en aan en tra­cht­en zoveel mogelijk in te spe­len op de noden van de stu­den­ten. Acad­emis­che vorm­ing, soci­aal engage­ment en ontspan­ning gaan hand in hand bij de krin­gen en daar zijn wij oprecht trots op.”

Klinkt mooi, toch? Voor bij­na elke oplei­d­ing die u aan de UGent kan vol­gen, bestaat er een volledig team aan medestu­den­ten dat klaar staat om zo goed mogelijk al uw noden, die met het stu­den­ten­leven gepaard gaan, te vervullen. Dit geweldig ini­ti­atief telt vol­gens de web­site van het FK samen meer dan 20.000 leden. Maar waar­voor is dat dopen dan nodig?

De defin­i­tie van dopen die ik hanteer is de vol­gende: er zijn een aan­tal beproevin­gen die een nieuwe stu­dent moet doorstaan om een “schacht” te wor­den. Pas na het doorstaan van deze beproevin­gen kan je dus een vol­waardig lid wor­den van de stu­den­ten­v­erenig­ing.

De posi­tie van de schacht is ambigu omdat de schacht in principe de laag­ste in rang is bin­nen een stu­den­ten­v­erenig­ing, maar tegelijk ook bevoor­recht wordt door het kun­nen deel­ne­men aan een aan­tal activiteit­en die niet toe­ganke­lijk zijn voor niet-gedoopten.

Nu is het typ­isch antwo­ord dat je van gedoopten zal horen het vol­gende: “Iedereen die zich liet dopen deed dat op vri­jwillige basis en was op elk moment vrij om de doop te ver­lat­en. Deze leden hebben hun engage­ment voor de kring lat­en blijken en zijn trots om een schacht te zijn.” Dit is echter niet het prob­leem dat zich voor­doet bij het dopen. Het prob­leem is namelijk dat het doop­pro­ces voor een schei­d­ing zorgt bin­nen de groep eerste­jaars van een bepaalde richt­ing: dege­nen die zich berei­d­willig lat­en dopen en dege­nen die kiezen om dat niet te doen. We merken bij de KMF dat er bij onze leden nog steeds veel vooro­orde­len spe­len, louter omdat we een “stu­den­ten­v­erenig­ing” zijn. Dit ter­wi­jl we heel duidelijk mak­en dat wij niet mee­doen aan het doop- en schacht­sys­teem. Door deze vooro­orde­len wor­den veel stu­den­ten afgeschrikt en kun­nen zij dus niet ten volle geni­eten van wat wij voor hen kun­nen beteke­nen.

De meeste kri­tiek op het dopen draait rond de bru­tal­iteit van het dopen. De UGent ver­strengt dan ook om de paar jaar het “doopde­creet” om deze dopen op te vol­gen. Ik stel echter dat het dopen bij fac­ul­taire krin­gen een struc­tureel prob­leem is met als gevolg het afschrikken en indi­rect uit­sluiten van een grote groep eerste­jaars die, naar hun goed recht, het niet zien zit­ten om zo’n zware beproevin­gen te onder­gaan en omgevor­md te wor­den tot een, in de stu­den­ten­volksmond, “vuile schacht”. Nog prob­lema­tis­ch­er is echter dat het FK niet gevor­md wordt door de UGent maar door de stu­den­tenkrin­gen zelf. Vaak zijn deze echter afkom­stig uit diezelfde tra­di­tionele, grote en dopende stu­den­ten­v­erenigin­gen. Deze stu­den­ten zijn namelijk een prod­uct van datzelfde sys­teem dat ze in stand proberen te houden omdat ze het als een inte­graal onderdeel zien van het (lees: hun) stu­den­ten­leven.

Er zijn een aan­tal FK-verenigin­gen die vol trots naar de meer tra­di­tionele stu­den­ten­v­erenigin­gen (maar zo ook naar hun eigen leden) lat­en uitschi­j­nen dat ze een dopende kring zijn ter­wi­jl dit niet hele­maal het geval is. Deze krin­gen organ­is­eren ook ini­tiërende opdracht­en maar het ver­schil is ten eerste dat deze opdracht­en veel laag­drem­peliger zijn en ten tweede dat dit geen noodza­ke­lijke voor­waarde is om een vol­waardig lid van de kring te zijn. Het gebruik van de term “doop” vormt echter een groot prob­leem aangezien dit de echte doop­prak­tijken in stand houdt en kri­tiek op het dopen van bin­nenu­it onmo­gelijk wordt.

Elk jaar wordt kri­tiek van buite­naf door het FK gecoun­terd door het ima­go van de stu­den­ten­v­erenigin­gen op te proberen krikken. Ik kri­jg als prae­ses regel­matig op ver­gaderin­gen en in mails de bood­schap van het FK dat we aan de buiten­wereld moeten lat­en zien hoe leuk stu­den­ten­v­erenigin­gen wel niet zijn. Zolang ze enkel bezig zijn met het dopen mooier aan te kle­den, zal er niets veran­deren en zal de kri­tiek bli­jven bestaan. Als het FK echt zo bezorgd is om het ima­go van stu­den­ten­v­erenigin­gen, moeten ze er miss­chien eens voor zor­gen dat iedereen zich welkom kan voe­len bij hen, niet enkel een selecte groep die er vri­jwillig voor kiest om zich te lat­en verned­eren en breken door een bende oud­ere­jaars in een macht­sposi­tie.

Zolang dit sys­teem intern in stand wordt gehouden en extern getol­ereerd wordt, zal er elk jaar, in elke grote stad een groot aan­tal eerste­jaarsstu­den­ten zijn die zich uit vri­je keuze niet laat dopen. Onder­tussen stapt een ander deel vri­jwillig in datzelfde sys­teem en ontzegt hier­door de eerste groep de kans om te ont­dekken hoe geweldig een stu­den­ten­v­erenig­ing kan zijn.