175 jaar Gentse Feesten


We zijn enkele dagen in de Gentse Feesten gevorderd. Toen je vanochtend om vijf uur op de Vlasmarkt stond met een glazige blik op de opkomende zon drong het misschien niet tot je door, maar dit gebeuren is dit jaar 175 jaar oud.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 18/07/2018 – 13:03 door Nicky Van­degh­in­ste

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ter gele­gen­heid van de 175ste ver­jaardag van de Gentse Feesten werd op ini­ti­atief van enkele stads­di­en­sten de opdracht gegeven een boek uit te geven. Het schetst een gevarieerd beeld, met onder meer hoofd­stukken over het Gentse dialect, de geschiede­nis van de Gentse feesten en hoe het er in de toekomst uit zou kun­nen zien. Dankz­ij de fotografie van een gulle stads­fo­tograaf, Patrick Hen­ry, is het ook een par­elt­je om naar te kijken. Bart D’Hondt schreef mee aan het stuk over de his­to­riek en staat ons te woord in het Lib­er­aal Archief. Meer info over het boek vind je op www.gentsefeesten175.be

Er was eens…

Bart D’hondt weet ons te vertellen dat 175 jaar behoor­lijk lang is. “De con­text waarbin­nen de feesten zich afspe­len veran­dert con­tinu. Dus 175 jaar gele­den, dat is een beet­je folk­lore, een beet­je mytholo­gie.” Hij vertelt het ver­haal van de Gentse indus­tri­es­tad van 1843. De tex­tielin­dus­trie nam er een hoge vlucht en er werd veel gefeest. “Voor de werkgev­ers was dat een beet­je verve­lend, want de ene week was het feest in de Muide en ging iedereen daar­naar­toe, de week erna op de Koren­markt en dan gin­gen ze daar een glas drinken. Op die manier waren er toch wel veel feesten.” U en ik zien miss­chien het prob­leem niet, maar de werkgev­ers von­den dat niet zo leuk, schi­jnt het. Van­daar wer­den die wijk­feesten gecom­bi­neerd in één groot feest.

175 jaar gele­den, dat is een beet­je folk­lore, een beet­je mytholo­gie.

Uit­er­aard is de groei sinds­di­en niet alti­jd even vlekkeloos lin­eair gelopen. De Eerste Werel­door­log gooide bijvoor­beeld roet in het eten. “Dan probeert men zo nog een stuk­je te her­pakken met een feest hier, feest daar, vuur­w­erk of braderie hier en een markt daar. Maar dat bloedt dan een beet­je dood bij gebrek aan vernieuwing. Wan­neer de Tweede Werel­door­log uit­breekt zijn er nog alti­jd Gentse Feesten en ook in de peri­ode erna is de affiche nog alti­jd het­zelfde. Een tri­col­ore kaderke, je moet al goed kijken naar het jaar­tal om te zien dat het om een nieuwe affiche gaat.”

Chaos

Eind de jaren 60 komt de volk­sheld Wal­ter De Buck op het toneel, die vanu­it Tre­f­punt de feesten terug lev­en inblaast. En van­daar werd het alleen maar grot­er. Bart D’Hondt vertelt over de chaos die de feesten met zich mee­bracht­en: “Je kri­jgt een uitzw­erming van feesten waar­door de feesten­zone alti­jd iets grot­er wordt. Zo komt het dat die uit­brei­dt en dat er steeds nieuwe activiteit­en bijkomen. Toch ste­unt die nog alti­jd op heel veel lokale ini­ti­atieven. Het aan­tal vri­jwilligers op de Gentse Feesten wil je niet tellen, dat is gigan­tisch groot. Het is niet zo dat de stad zegt ‘We gaan elk jaar een feest organ­is­eren’. Het zijn alle­maal verenigin­gen en mensen uit de stad zelf die eigen­lijk beslist hebben om verder te feesten.”

Maar grot­er wor­den lukt niet voor eeuwig. Begin jaren 2000 wer­den meer dan twee miljoen bezoek­ers gelokt. “Dat is te veel,” zegt Bart: “Dat is te groot voor iedereen. Dan moet de impact van de stad sowieso grot­er wor­den. Iemand moet organ­is­eren en coördineren, ook voor vei­ligheid en mobiliteit, al die actoren moeten erbij betrokken wor­den.” Toch is het belan­grijk dat niet alles aan de stad wordt overge­lat­en. “Dat privé-ini­ti­atief van die Gen­te­naars, daar moet toch een zek­er respect voor kun­nen bli­jven. Ze moeten kun­nen doen wat ze moeten en wat ze willen doen.” Als die ver­anker­ing met Gent los zou komen, dan bestaat de vrees dat het Gentse karak­ter verd­wi­jnt. “Dan kan een event­bu­reau uit Lim­burg één jaar Sint-Jacobs doen, het nog een keer proberen en het derde jaar zeggen niet meer mee­doen. Dan kan Schuere­mans uit Wer­chter het ook een keer proberen.” Die lokale ver­anker­ing zit niet alleen in de organ­isatie, maar ook in het tal­ent. Lokale bands en arti­esten kri­j­gen de kans om op te tre­den, maar er zijn er nog steeds meer dan er podia zijn. “Het gaat niet alleen over Will Tura die komt zin­gen, het gaat over lokale arti­esten die een kans kri­j­gen,” zo zegt Bart ons.

Verdwaalde studenten

“Ik denk dat stu­den­ten soms ver­loren lopen op de Gentse Feesten.” Trekken we alle­maal de stad uit, terug naar de klei en zijn de Feesten vooral voor de echte Gen­te­naars? Miss­chien is het een kans om meer vertrouwd te rak­en met onze omgev­ing. “Het is voor de stu­den­ten een moment om ken­nis te mak­en met de rest van de stad en het pub­liek. Het trekt hen voor een stuk ook uit hun eigen activiteit­en, wat niet slecht is. Stu­den­ten als ze hier zijn hebben hun eigen optre­dens, can­tussen en andere activiteit­en, maar dat is alle­maal onder elka­ar. Tij­dens de Gentse Feesten wor­den ze in een bad ges­me­ten. Ze kun­nen van links en rechts proeven.” Nu weet je wat te zeggen als mama vraagt waarom je nu wéér in Gent zit.

Ik denk dat stu­den­ten soms ver­loren lopen op de Gentse Feesten.

Het cliché wil dat de Gen­te­naars elk jaar tien dagen vakantie nemen als de Feesten starten. Dat fenomeen is niet nieuw. Men vond een krant van de dekenij van de Koren­markt in de jaren 80 waarin reclame staat om tij­dens die tien dagen op bus­reis te gaan. Nochtans was die krant zelf betrokken bij de organ­isatie. De over­last ver­plaat­ste zich wel doorheen de jaren. “In het Baude­lo, de meest tra­di­tionele plaats waar er geklaagd wordt, heeft iedereen het ervan. Fiet­sen over­al, plassen tegen de gev­el, lawaai. In de jaren 80 was het daar relatief stil. Daar werd in alle stilte gerookt en pro­ducten verkocht die je niet zomaar in de winkel vin­dt.”

Daar werd in alle stilte gerookt en pro­ducten verkocht die je niet zomaar in de winkel vin­dt.

Ook het omgaan met de over­last is gelukkig veran­derd. “Er is een tijd geweest – dat zijn mythis­che ver­halen die klop­pen – dat de poli­tie om een uur ‘s nachts de drum­sticks van de drum­mers op het Sint-Jacobs afnam en van die toe­s­tanden waar­bij draden doorgeknipt wer­den om de stilte te verzek­eren. Meestal geeft dat een omge­keerd effect, want dan begin­nen mensen gewoon wat luider te roepen en meer ambe­tant te doen op straat. Over­last, daar moet je voor een stuk mee leren lev­en. Om dat in te perken is een kwest­ie van even­wicht.”