De toekomst van onze universiteit


Sarah De Saeger Over onze uni­ver­siteit­en is de jong­ste weken veel inkt gevloeid. Niet in het minst omdat we in een peri­ode zit­ten van span­nende rec­torverkiezin­gen. Daar­door ontspint zich meteen een belan­grijk debat omtrent de toekomst van onze uni­ver­siteit­en. Toekomst die ongetwi­jfeld mee gemaakt wordt door jonge onder­zoek­ers en stu­den­ten. Niet voor niets gin­gen we…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 24/04/2017 – 13:46 door

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Sarah De Saeger

Over onze uni­ver­siteit­en is de jong­ste weken veel inkt gevloeid. Niet in het minst omdat we in een peri­ode zit­ten van span­nende rec­torverkiezin­gen. Daar­door ontspint zich meteen een belan­grijk debat omtrent de toekomst van onze uni­ver­siteit­en. Toekomst die ongetwi­jfeld mee gemaakt wordt door jonge onder­zoek­ers en stu­den­ten. Niet voor niets gin­gen we van start onder het moto ‘Samen mak­en we de UGent’, maar wordt er in de dis­cussie wel vol­doende aan­dacht besteed aan de stu­den­ten en de jonge onder­zoek­ers? Dat 1/3 van de doc­tor­aatsstu­den­ten in Vlaan­deren men­tale gezond­hei­d­sprob­le­men kan ontwikke­len (Lev­ecque et al, Research Pol­i­cy, 2017); dat de werk­druk te hoog ligt; dat we een veel te grote uit­val hebben van vrouwelijk tal­ent in de acad­emis­che wereld. Is dat geen regel­rechte bedreig­ing voor de toekomst van de uni­ver­siteit? Lat­en we het even hebben over de menselijke aspecten.

“Wordt er in de dis­cussie vol­doende aan­dacht besteed aan de stu­den­ten en de jonge onder­zoek­ers?”

Een paar dagen gele­den pub­liceerde De Mor­gen (19/4) een artikel waarin wordt gezegd dat Vlaamse scholieren weinig ambitieus zijn wan­neer het gaat om school­presta­ties. Dat blijkt uit een onder­zoek van de OESO bij een half miljoen 15-jari­gen uit 72 lan­den. Het antwo­ord van Céline Ibe (voorzit­ter Vlaamse Scholierenkoe­pel) in De Mor­gen op 20/4 was veelzeggend: “Laat leer­lin­gen dromen, niet con­cur­reren”. Zij lanceerde meteen een oproep om niet nog meer nadruk te leggen op toet­sen en pun­ten, maar wel om het eval­u­atiesys­teem te her­bek­ijken. We moeten vanu­it de acad­emis­che wereld oog hebben voor de nieuwe gen­er­atie stu­den­ten die onder­weg is. Niet alleen hun ambities zijn daar­bij belan­grijk, maar ook het feit dat zij opgroeien in een mul­ti­cul­turele samen­lev­ing, in een momenteel verdeeld Europa, wat keuzes mak­en voor hen zek­er niet gemakke­lijk maakt.

Uni­ver­siteit­en moeten met het secundair onder­wi­js het debat aan­gaan rond instroom en uit­val van leer­lin­gen en stu­den­ten, reken­ing houdend met sociale en migratieachter­gron­den. De uni­ver­siteit moet een studie- en werk­plek zijn met aan­dacht voor eenieders tal­ent. Wij moeten evolueren naar een over­leg­mod­el waar­bij stu­den­ten actief betrokken zijn bij het beleid. Er moet meer ingezet wor­den op meer diverse onder­wi­js- en eval­u­atievor­men. Het cor­rect uitvo­eren van opdracht­en en tak­en moet – eerder dan het repro­duc­eren van grote hoeveel­he­den leer­stof – door­we­gen bij het uitein­delijke studiere­sul­taat. De infra­struc­tu­ur moet aangepast wor­den aan een dig­i­tale leeromgev­ing. Het opne­men van lessen moet mogelijk wor­den. Directe con­tacten met het werkveld tij­dens de oplei­d­ing en meer kansen voor inter­na­tionale uitwissel­ing zullen ongetwi­jfeld de kansen op de arbei­ds­markt ver­hogen.

En wat met onze onder­zoek­ers? Hoe kun­nen we voor hen een betere werk­plek creëren? Het moge duidelijk zijn: weten­schap­pelijke onder­zoek­ers werken graag en hard. Ze zijn nieuws­gierig en verdiepen zich in hun onder­zoek. Ze werken desnoods dag en nacht. De werk­druk is abnor­maal hoog. Door de pub­li­catiedruk bij aan­wervin­gen en bevorderin­gen, interne com­peti­tie en de steeds toen­e­mende admin­is­tratieve ver­plichtin­gen zijn burn-outs scher­ing en inslag. Samen­werken is hier het sleutel­wo­ord. We moeten komaf mak­en met de interne com­peti­tie. Wij moeten trans-dis­ci­plinair en inter­na­tion­aal samen­werken. Daar ligt de toekomst. Een basisal­lo­catie voor onder­zoek, het delen van infra­struc­tu­ur en appa­ratu­ur, eval­u­aties op groep­sniveau: alleen zo kun­nen we de tal­en­ten van onze onder­zoek­ers opti­maal ontwikke­len.

“Samen­werken is het sleutel­wo­ord”

En wat met de uit­val van vrouwelijke onder­zoek­ers? De vast­stelling dat de peri­ode waarop een vrouw zwanger wordt en kinderen kri­jgt, samen­valt met de peri­ode waarin ze ook aan haar weten­schap­pelijke car­rière tim­mert, is onbe­twist­baar cor­rect. Dit geeft vaak aan­lei­d­ing tot afhak­en, want het betekent inder­daad bin­nen het huidi­ge sys­teem min­der pub­li­caties, waar­door een vrouw min­der snel “vooruit­gaat” dan haar man­nelijke col­le­ga. Mar­i­anne Thyssen pleit in dat ver­band voor over­draag­baarheid van oud­er­schapsverlof (De Mor­gen 22/04) waar­door man­nen even­waardig de zorgtak­en voor hun kinderen op zich kun­nen nemen. Beslist iets om over na te denken. Veel jonge oud­ers zullen er blij mee zijn! Om te komen tot een even­wichtig gen­der­beleid moeten we inzetten op kwaliteits­ge­bon­den recru­ter­ing waar­bij per­soon­lijk­shei­dsken­merken, onder­wi­js- en lei­der­schap­skwaliteit­en zorgvuldig wor­den gescreend. Met respect voor quo­ta om een echt m/v‑evenwicht te bereiken.

Tot slot nog deze bedenk­ing. Laat ons inspi­ratie vin­den bij jon­gen mensen, opge­groeid in een moeil­ijke wereld met oneindig veel uitdagin­gen. Laat ons het ‘hokjes’-denken over­sti­j­gen. Laat ons samen een uni­ver­siteit mak­en, vrij van verzuil­ing, machtscon­cen­traties en ide­ol­o­gis­che polaris­er­ing. Een uni­ver­siteit vrij van intim­i­datie en machtsmis­bruik. Een uni­ver­siteit met een transparant en com­pe­tent bestu­ur waaraan elkeen op de juiste manier kan par­ticiperen. Een bestu­ur een echte democ­ra­tie waardig. Daar wil ik voor gaan!

Sarah De Saeger

Kan­di­daat vice-Rec­tor Uni­ver­siteit Gent