Een kwestie van vertrouwen


Professor Roald Docter stuurde ons eerder al een lezersbrief. Hij stuurde ons nog een brief naar aanleiding van de reacties die hij kreeg op de vorige. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 19/04/2017 – 23:15 door

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De afgelopen weken is me een paar keer gevraagd wat ik toch tegen Rik Van de Walle, een van de kan­di­daa­trec­toren heb, vooral door mensen die in zijn ‘cam­pag­neteam’ op de sociale media actief zijn. Ik had mij waarschi­jn­lijk te open­lijk achter het andere kan­di­da­ten­duo geschaard. Vreemd genoeg is me nooit gevraagd wat ik tegen Rik Van de Walle en Mieke Van Her­reweghe heb. In alle eer en geweten kon ik telkens antwo­or­den “niets”; dat zou ik overi­gens ook op die nooit gestelde vraag hebben kun­nen antwo­or­den. Eigen­lijk ken ik Rik slechts van de over­leg­mo­menten die hij samen met Gita Deneckere als ZAP-verkozene in de Raad Van Bestu­ur organ­iseerde en waarin heel open met collega’s van alle fac­ul­teit­en de algemene belei­dsvoorstellen wer­den bespro­ken. Een buitenge­woon goed ini­ti­atief dat ik zeer waardeerde: uni­ver­si­tair bestu­ur zoals het hoort. Toen we elka­ar begin dit jaar op de nieuw­jaarsre­cep­tie van de UGent in het Ufo sprak­en over zijn kan­di­datu­ur, zei ik met een knipoog dat hij geluk had dat hij zo’n goede kan­di­daat vicerec­tor had gekozen. Tac­tisch gezien was de keuze voor Mieke dan ook een zeer goede zet: een uiterst capa­bele en gewaardeerde col­le­ga uit een grote alfafac­ul­teit. Alle rede­nen om me achter hem te scharen waren aan­wezig, zou je denken. Ik was echter op mijn hoede, want het kwam me alle­maal net iets té tac­tisch over.

“Tac­tisch gezien was de keuze voor Mieke een zeer goede zet”

Van alle ver­wik­kelin­gen in de aan­loop tot de verkiezin­gen, waar­bij Rik Van de Walle aan­vanke­lijk als kan­di­daat vicerec­tor met huidig rec­tor Anne De Paepe wilde opkomen, wis­ten we op dat moment zelfs nog niets. Met Mieke verte­gen­wo­ordig ik samen de Fac­ul­teit Let­teren en Wijs­begeerte in de Onder­zoek­sraad en ik had haar al eens aange­spro­ken of ze niet de ambitie had voor een hoger bestu­urs­man­daat. Ze antwo­ordde toen dat ze het onder­zoek en onder­wi­js ook nog te zeer waardeerde om dat te ambiëren. Iemand kan natu­urlijk van gedachte veran­deren en men hoeft ook niet alles met mij te willen delen, maar ik was niet de enige in de fac­ul­teit die zeer ver­baasd was over haar kan­di­daat­stelling. Mutatis mutan­dis gold dat in een andere fac­ul­teit waarschi­jn­lijk ook voor de kan­di­datu­ur van Sarah De Saeger. Op die bewuste nieuw­jaarsre­cep­tie pareerde ik de voor­barige con­clusie van een van de omstanders “dat Roald ook aan onze kant staat” dan ook met de woor­den “ik wil eerst wel eens jul­lie pro­gram­ma zien”; Rik zal het zich wellicht herin­neren. Van de vrien­delijke uitn­odig­ing om dan aan hun pro­gram­ma mee te schri­jven is nooit wat in huis gekomen. Miss­chien spi­jtig, omdat het dan waarschi­jn­lijk veel beter was gewor­den, vooral op het vlak van de bestu­urscul­tu­ur.

“Van de vrien­delijke uitn­odig­ing om aan hun pro­gram­ma mee te schri­jven is nooit wat in huis gekomen”

Voor velen aan de UGent zijn een transparante, open en dus mod­ernere bestu­urscul­tu­ur en – struc­tu­ur absolu­ut pri­or­i­tair (zie o.a. ook de artike­len in De Stan­daard van Prof. Marc De Vos en Prof. Fil­ip De Rynck). In een open brief aan Scham­per heb ik vorige week geprobeerd een breed gevoelde angst­cul­tu­ur bin­nen de uni­ver­siteit te benoe­men en ook een aan­tal een­voudi­ge oplossin­gen gesug­gereerd om die te onder­van­gen: Zorg voor duidelijke richtli­j­nen omtrent de func­ties die bin­nen de organ­isatie cumuleer­baar zijn; zorg ervoor dat mensen niet ein­de­loos op post­jes heen en weer schuiv­en; stel duidelijke ter­mi­j­nen aan de ver­schil­lende func­ties; en laat meer mensen par­ticiperen in het bestu­ur van de uni­ver­siteit (alle pro­fes­soren wor­den immers geacht aan interne dien­stver­len­ing te doen). Ver­laat elke vorm van coöp­tatie voor bestu­ur­sposten of maak bij verkiez­ing van een cen­trale man­daathoud­er (rec­tor, decaan) ten­min­ste duidelijk wie er nog meer mee in de deal zit; vraag een open kan­di­daat­stelling voor vacant komende bestu­ur­sposten; en zorg dat over­al bin­nen de uni­ver­siteit voor alle stem­min­gen over per­so­n­en een geheime stem­ming ver­plich­t­end is.

Lat­en we daarom de programma’s van de twee kandidatenduo’s op het the­ma bestu­ur en bestu­urscul­tu­ur eens met elka­ar vergelijken. Bij Gui­do Van Huylen­broeck en Sarah De Saeger vin­den we het the­ma op drie plaat­sen in het pro­gram­ma aange­haald, o.a. “Rec­tor, vicerec­tor en bestu­ur­sploeg gaan voor een bedri­jf­s­cul­tu­ur waarbin­nen ethis­che principes, vertrouwen en open­heid cen­traal staan met aan­dacht voor lead­ing exam­ples, ser­vant lead­er­ship en good prac­tices. Er wordt een open bedri­jf­s­cul­tu­ur geïn­stalleerd waar­bij integriteit, vertrouwen, transparantie en over­leg cen­traal staan. Wed­erz­i­jds respect, tol­er­antie en open dialoog zijn de sleu­tels om polar­isatie te voorkomen en har­monieus samen te lev­en.”

Op zich zijn dit alle­maal algemene belei­d­sprincipes waar ook het andere kan­di­da­ten­duo waarschi­jn­lijk niet tegen zal zijn. Gelukkig wordt het echter ook gecon­cre­tiseerd op de web­site bij het stand­punt ‘naar een nieuw en effi­ciënt bestu­ursmod­el’. Ook wordt een vorm van col­lec­tief bestu­ur gepropageerd. “Rec­tor en vicerec­tor werken samen met een bestu­ur­sploeg die de beschik­bare exper­tise bin­nen de UGent mee­neemt. Basis daar­bij is de dialoog tussen alle par­ti­jen waar­na de lij­nen wor­den uit­gezet.” Een uit­gew­erkt pro­gram­ma waar ik me volledig in kan vin­den. Bij Rik Van de Walle en Mieke Van Her­reweghe lezen we “We gaan voor een cul­tu­ur waar machtsmis­bruik, onder welke vorm ook, geen plaats heeft.” Uit­stek­end, maar ik heb vergeefs gezocht hoe dat gecon­cre­tiseerd gaat wor­den. Ook schri­jft dit tweede duo: “In een grote en com­plexe organ­isatie zoals de UGent moeten ver­schil­lende entiteit­en (fac­ul­teit­en, vak­groepen, onder­zoeks­groepen, direc­ties, …) zicht hebben op elka­ars verwachtin­gen, vra­gen, noden en mogelijkhe­den. Dit vereist over­leg en korte com­mu­ni­catieli­j­nen.” Dat laat­ste stond nog niet in de eerste ver­sie van het pro­gram­ma waarmee ze zich pre­sen­teer­den. Het is echter wel een cru­ciale toevoeg­ing omdat dit ver­schil­lend kan wor­den uit­gelegd. Wan­neer je belan­grijke bestu­urs­man­dat­en cumuleert, zoals Rik Van de Walle (decaan en vak­groepsvoorzit­ter), zijn de com­mu­ni­catieli­j­nen natu­urlijk zeer kort. Is dit de weg die we onder zijn rec­torschap willen uit­gaan? Grotere cen­tral­isatie en een top-down bestu­ur?

“Willen we grotere cen­tral­isatie en een top-down bestu­ur?”

Een ander ele­ment dat – bij mij althans – gaande de cam­pagne niet heeft bijge­dra­gen tot een grot­er vertrouwen in een open en verbindende bestu­urscul­tu­ur bij het kan­di­da­ten­duo Van de Walle/Van Her­reweghe is het feit dat de kan­di­daat-vicerec­tor in de com­mu­ni­catie (Twit­ter, Face­book, gedruk­te en dig­i­tale pers) vri­jwel afwezig was, op het gen­der-artikel in Scham­per van afgelopen zater­dag na. Het was hoofdza­ke­lijk Van de Walle die in beeld kwam en ook in de fac­ul­taire pre­sen­taties de dis­cussies dom­i­neerde. Miss­chien was dat de interne taakverdel­ing bin­nen het duo, maar dan had dat beter naar het uni­ver­si­taire kiez­er­spub­liek gecom­mu­niceerd mogen wor­den. Nu kun­nen we alleen maar vrezen dat deze relatieve onzicht­baarheid zich bin­nen een effec­tief (vice)rectorschap zal doorzetten; en dat zou een serieuze misken­ning zijn van de kwaliteit­en van Mieke Van Her­reweghe. Het con­trast met het duo Van Huylenbroeck/De Saeger dat boven­di­en ‘Samen’ als kern­wo­ord in de com­mu­ni­catie voert kan niet grot­er zijn. Hoewel ik hen aan­vanke­lijk min­der goed kende hebben ze mij met hun pro­gram­ma, zek­er op het vlak van een transparante en mod­erne bestu­urscul­tu­ur, en hun geza­men­lijke optre­den vanaf dag één volledig over­tu­igd. Als duo hebben ze daarom mijn vertrouwen en stem.

Prof. Roald Doc­ter