Zwerkbal voor dreuzels


Quadball – het vroegere quidditch oftewel zwerkbal – is een opkomende, ietwat nerdy sport. Hoe speel je echter de iconische sport zonder vliegende bezemstelen? Margot Aelbrecht, speelster bij de Ghent Gargoyles, geeft uitleg

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 2/10/2022 – 11:44 door Keanu Col­paert

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Bezems telen

Als eerste is het miss­chien belan­grijk om te benadrukken dat spel­ers van deze sport niet zomaar rondzw­even op vliegende bezems. De bezems zijn wel nog van de par­tij, maar zijn in dit geval sim­pel­weg een ste­vige buis die spel­ers te allen tijde tussen hun benen houden. “We wor­den inder­daad een beet­je door de zwaartekracht tegenge­houden om rond te zweven, maar in de plaats daar­van hebben we wel veel invloe­den van andere sporten. Quad­ball is eigen­lijk een com­bi­natie van hand­bal, tre­f­bal en rug­by. Natu­urlijk zijn er ook wel over­draag­bare skills van andere sporten, zoals bijvoor­beeld vol­ley­bal. Daar­door kan je wel vanu­it veel sporten instromen”, aldus Mar­got. “Omdat het zo’n jonge sport is, veran­deren de regels ook nog steeds een beet­je, om toch die aftoets­ing te vin­den met wat werkt en wat niet.”

Zwedstrijden

Zoals bij elke sport wor­den er natu­urlijk ook wed­stri­j­den gespeeld. Dat gebeurt op nation­aal niveau (in Bel­gië zijn er een zestal teams, red.), maar ook op inter­na­tion­aal niveau, met zow­el wed­stri­j­den in Europa, maar ook daar­buiten. “Gewoon­lijk zijn we op een match dan met zo’n 12 man, waar­van er 6 op het veld staan. Na 20 minuten komt dan ook de snaai (snitch, red.), een derde onafhanke­lijke par­tij die een ten­nis­bal in een sok aan hun broek heeft hangen, op het veld. Daar­bij komt ook per team 1 zoek­er op het veld, die de snaai dan moet van­gen”, zo vertelt Mar­got. De match is gedaan als de snaai gevan­gen is. De snaai mag echter de zoek­ers weg­duwen, waar­door een match soms vrij lang duurt, tot wel 45 minuten. “Grote toer­nooien hebben dan ook meestal een tijd­slim­i­et op matchen, zodat we niet uit­geput op de grond liggen.”

De (ver van) huiscup

Deze wed­stri­j­den wor­den dus, zoals eerder ver­meld, zow­el op nation­aal als op inter­na­tion­aal niveau gespeeld. Zo is er bijvoor­beeld een Europees kam­pi­oen­schap, EG, dat dit jaar in Ier­land gespeeld werd. “Bel­gië doet het daar meestal wel goed. We zijn vaak tweede in Europa en derde in de wereld”, vertelt Mar­got met trots. De inter­na­tionale toer­nooien zijn vaak in de zomer­maan­den, waar­door de nationale com­peti­tie van de herf­st tot de lente duurt. “De Bel­gis­che League, de com­peti­tie dus, wordt op voor­hand vast­gelegd. We spreken dan een aan­tal week­ends per jaar af waar 3 of 4 van de 5 teams tegen elka­ar spe­len. Op basis daar­van wordt dan ook een klasse­ment gemaakt. Bin­nenko­rt zouden ze ook een club opstarten in Namen, die waarschi­jn­lijk nog een jaart­je gaat trainen om een jaar lat­er ook mee te doen.” Opval­lend: er zijn ook afwijkin­gen van deze vaste for­mule. “Je hebt ook fan­ta­sy­to­er­nooien, met aangepaste regels. Zo zijn we deze zomer naar de Open Dutch Sum­mer Cup gegaan met een hoop Gar­goyles, maar ook een paar Antwerpse en zelfs Duitse spel­ers. Je moet dus niet met je vaste ploeg gaan en je kan je zelfs inschri­jven als mer­ce­nary, waar­door je je kan lat­en ‘inhuren’ door andere ploe­gen. Daar­naast hebben we ook lange tijd een Valentine’s Cup gehad, waar je je enkel mocht inschri­jven in duo’s.” Not your aver­age com­pe­ti­tion dus.

Community

Vol­gens Mar­got is het beste aspect van de sport niet de fysieke oefen­ing, maar de gemeen­schap. “Ik ben toegekomen op mijn eerste train­ing en ik was meteen volledig welkom. Iedereen was ook super vrien­delijk. Inter­na­tion­aal is het ook een heel hechte gemeen­schap. Zo ben ik vorige week met een vriendin naar Lon­den geweest voor een toer­nooi en iemand van de com­mu­ni­ty daar bood ons meteen een slaap­plek aan. Het vertrouwen in de com­mu­ni­ty is dus ook heel groot.”

Quadball met de Q van queer

Niet alleen Mar­got, maar eigen­lijk iedereen schi­jnt welkom te zijn bin­nen de quad­ball­com­mu­ni­ty. “In de sport ken ik drie keer zoveel queer mensen als daar­buiten”, aldus Mar­got. Dat speelt eigen­lijk ook wat mee in de hele naamsveran­der­ing van quid­ditch naar quad­ball. “Iedereen is het er eigen­lijk mee eens dat de naam moest veran­deren, deels natu­urlijk om afs­tand te doen van de uit­sprak­en van J.K. Rowl­ing. Er is echter ook nog een andere reden: de naam quid­ditch is bescher­md door copy­right, waar­door we er nooit geld aan zouden kun­nen ver­di­enen om terug in de sport te steken.” Het enige waar blijk­baar geen overeenkomst over bestaat, is de nieuwe naam. “Ik vind die zelf niet super erg, het past zelfs wel. We spe­len dan ook met vier ballen, de quaf­fle en drie bludgers. Heel veel van mijn vrien­den vin­den de nieuwe naam echter belache­lijk, maar dat is waarschi­jn­lijk enkel nog een kwest­ie van gewen­ning.”

Sporten als een Gentse waterspuwer

Voor de geïn­ter­esseer­den gaf Mar­got nog mee dat iedere train­ing eigen­lijk een open train­ing is en nieuwe mensen dus alti­jd welkom zijn. Op woens­da­gavond vind je de Ghent Gar­goyles op het Hen­ri Sto­ry­plein en op zater­dagvoormid­dag zijn ze steev­ast te vin­den in de Blaarmeersen. “Al mag je natu­urlijk ook alti­jd een bericht­je sturen naar een spel­er die je kent, of zelfs gewoon naar mij”, voegt Mar­got er vrien­delijk aan toe. Het mogen dan miss­chien gar­goyles zijn, bijten doen ze niet!