Zonder moeder, ziels alleen


Steeds meer jongeren voelen zich eenzaam. Geldt dit ook voor studenten? Wat valt eraan te doen? Studentenpsycholoog Suzy Even en professor gezondheidseconomie Lieven Annemans laten er hun licht over schijnen. Wat blijkt: je bent niet alleen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/11/2018 – 17:10 door Nathan Pel­grimsWout Vier­ber­gen­Dries Blon­trock­E­lise Maes

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Je stu­den­ten­ti­jd: de tijd van je lev­en. Alleen wonen, uit­gaan met je vrien­den, nieuwe mensen leren ken­nen, en, als je daar toe­val­lig eens zin in hebt, miss­chien ook naar de les gaan. Klinkt goed, maar voor veel stu­den­ten is dat niet hoe het gaat. Miss­chien kom je in een stu­den­ten­v­erenig­ing terecht waar je geen aansluit­ing bij vin­dt, of zit je na tien weken nog steeds alleen in dat audi­to­ri­um met 600 mensen. Onder­tussen groeien je vrien­den uit je mid­del­baar en jij steeds verder uit elka­ar. Is dit hoe je de mooiste tijd van je lev­en moet spenderen?

Het is dus niet zo gemakke­lijk als het lijkt. Die beeld­vorm­ing speelt wellicht een grote rol bij het een­za­amhei­d­sprob­leem bij stu­den­ten, merkt stu­den­tenpsy­choloog Suzy Even op: “Eerste bach­e­lors komen wel vaak zeggen dat het ‘tof ging zijn’, ‘de tijd van mijn lev­en’, en dan schrikken ze ervan dat het soms wat tegen­valt. Dat geldt niet voor iedereen natu­urlijk, want diegene waar­bij het mee­valt zien we niet.” Het lijkt alsof het alle­maal vanzelf zal gaan, maar dat klopt niet. Een nieuwe vrien­den­groep bijeen schar­re­len kost moeite. “Als je dan niet de vaardighe­den hebt om een nieuw netwerk op te bouwen kan je wel een kwets­baar per­soon wor­den.”

Wat is eenzaamheid

Een­za­amheid is niet gemakke­lijk te karak­teris­eren, aangezien het gaat om een per­soon­lijke ervar­ing. De stu­den­tenpsy­choloog onder­schei­dt dan ook ver­schil­lende soorten van een­za­amheid: “Eigen­lijk zien we dat een­za­amheid een sub­jec­tief gevoel van gemis is. Aan de ene kant is er sociale een­za­amheid, bij mensen die echt vin­den dat ze niet genoeg sociale con­tacten of een te klein netwerk hebben. Daar­naast hebben we ook de meer emo­tionele, exis­ten­tiële een­za­amheid. Die zie je bij mensen die wel veel con­tacten hebben, maar vin­den dat die con­tacten dan niet diep genoeg gaan, of dat die ver­bon­den­heid ont­breekt, die echte verbind­ing met mensen waarmee je kunt prat­en waarover jij wilt prat­en.”

Die betrokken­heid, van hoeveel warmte je voelt om je heen, dat klinkt miss­chien wat melig, maar dat is echt wel belan­grijk

Dat bij een­za­amheid de kwaliteit van relaties, en niet enkel de kwan­titeit, een grote rol speelt, stelde ook pro­fes­sor Lieven Anne­mans vast bij het nation­aal geluk­son­der­zoek. Vol­gens Anne­mans is een belan­grijke fac­tor bij het gevoel van een­za­amheid, en het uitein­delijke geluk van een per­soon, dat men zich vol­doende betrokken voelt. “Dat wil zeggen dat mensen rond je jou met de nodi­ge warmte omrin­gen, eerder dan opper­vlakkige con­tacten.” Het belang van deze diep­gaande relaties valt vol­gens Anne­mans dan ook niet te onder­schat­ten: “Die betrokken­heid, van hoeveel warmte je voelt om je heen, dat klinkt miss­chien wat melig, maar dat is echt wel belan­grijk. Mensen hebben behoefte aan warme con­tacten.”

Jong en bejaard in hetzelfde schuitje

Vaak wordt een­za­amheid geas­so­cieerd met oud­eren. Dat is niet hele­maal onterecht, maar dat beeld van een­za­amheid moet wel sterk gen­u­anceerd wor­den, aldus Anne­mans: “Wat wel opviel in het onder­zoek is dat een­za­amheid vak­er voork­wam bij de jong­ste gen­er­atie dan bij de oud­eren. Dat was zek­er ver­rassend. In ons onder­zoek bleek dat  28 pro­cent van de oud­eren zich soms tot alti­jd een­za­am voelt. Bij jon­geren tussen 20 en 34 jaar, de jong­ste cat­e­gorie in onze steekproef, was dat bij­na 55 pro­cent.”

Als schuldige voor die groei in een­za­amheid bij de jon­gere gen­er­aties wordt vaak gewezen naar sociale media. “We hebben echter niet gevon­den dat het gebruik van inter­net of sociale media een sig­nif­i­cante fac­tor is voor een­za­amheid”, weer­legt Anne­mans. “Wat we wel gevon­den hebben in ver­band met sociale media is dat mensen die het vooral passief gebruiken een iets min­dere kans hebben om gelukkig te zijn.” Passief gebruik van sociale media en de kans om gelukkig te zijn hebben een omge­keerde causaliteit: mensen die gemid­deld gezien min­der gelukkig zijn, kun­nen iets meer passief online aan­wezig zijn en zijn dus min­der actief op sociale media. Stu­den­tenpsy­chologe Even beaamt dit: “Het lijkt wel alsof we in een maatschap­pij lev­en waarin iedereen con­stant gelukkig moet zijn, het is erg moeil­ijk om toe te geven tegen­over je vrien­den en fam­i­lie dat je je niet goed in je vel voelt.”

Internationale studenten

Er is weinig inbeeld­ing nodig om in te zien dat buiten­landse stu­den­ten die hier komen stud­eren het vaak nog moeil­ijk­er hebben. Ze wor­den gedropt in een heel nieuwe, onbek­ende omgev­ing, hun netwerk valt qua­si hele­maal weg, en dan is er nog het cul­tu­urver­schil. “Zelfs Ned­er­landse stu­den­ten merken hier een cul­tu­urver­schil”, stelde Even al vast. “Waar Bel­gis­che stu­den­ten in het week­end nog gezel­lig naar ma en pa kun­nen gaan en een zater­da­gavond in de jeugdbe­weg­ing door­bren­gen, zijn buiten­landse stu­den­ten hier vaak voor meerdere maan­den.

“Zelfs Ned­er­landse stu­den­ten merken hier een cul­tu­urver­schil” – Even

De kans wordt ook grot­er dat de prob­le­men die ze in het land van herkomst al had­den door de vele veran­derin­gen en stress hier naar boven komen, maar dan hebben ze vaak een gebrek aan vrien­den en fam­i­lie om hierover te kun­nen prat­en. Bijkomend hebben ze hier soms geen verzek­er­ing waar­door het ook moeil­ijk­er wordt om ze door te ver­wi­jzen naar privéther­a­peuten. Buiten­landse stu­den­ten staan voor veel grotere uitdagin­gen. Ik denk dat dat vaak onder­schat wordt.”

Samen tegen eenzaamheid

Het zou vol­gens Even zek­er nut­tig zijn als de maatschap­pij zich meer zou inzetten voor de stri­jd tegen een­za­amheid: “Dat kan door life skills al vroeger in het leer­pro­ces te intro­duc­eren, bijvoor­beeld op de lagere en mid­del­bare school. In Noor­we­gen zijn er scholen die deze life skills zelfs in hun lessen­pakket hebben opgenomen, omdat ze merk­ten dat het voor leer­lin­gen als ‘niet-ver­plichte activiteit’ moeil­ijk te com­bineren viel met hun cur­ricu­lum en sociale activiteit­en.” Anne­mans beaamt dit: “Ook de uni­ver­siteit is natu­urlijk een gemeen­schap op zich. Miss­chien moeten we ook vanu­it die gemeen­schap de hand meer reiken naar de stu­den­ten om een­za­amheid toch iets sneller te detecteren en erop te gaan rea­geren.”

 “Miss­chien moeten we vanu­it de uni­ver­siteit meer de hand reiken naar de stu­den­ten om een­za­amheid toch iets sneller te detecteren en erop te gaan rea­geren” – Anne­mans

“Maar eigen­lijk is de stri­jd tegen een­za­amheid een taak van iedereen. Als je merkt dat iemand in je omgev­ing zich slecht voelt of zelfs zelf­mo­ordgedacht­en heeft, praat dan met die per­soon. Over dat soort zak­en met je vrien­den prat­en kan soms wel moeil­ijk zijn in het begin, maar het helpt echt”, voegt Even nog toe.

Kleinschalige initiatieven: een oplossing?

Naast pro­fes­sionele hulp­kanalen zoals stu­den­tenpsy­cholo­gen zijn er ook een heel aan­tal andere manieren waarop stu­den­ten hulp en ste­un kun­nen kri­j­gen in ver­band met men­taal welz­i­jn en een­za­amheid. Zo ontwikkelde het ini­ti­atief Warme Stad Gent de KLIK-app en is er Start To Talk, een praat­groep voor en door stu­den­ten. Vol­gens Even kun­nen deze ini­ti­atieven zek­er helpen: “Natu­urlijk gaat niet iedereen naar die ini­ti­atieven gaan. Het is een samen­spel van fac­toren. Som­mige mensen kun­nen beter geholpen wor­den met aangepaste pro­fes­sionele begelei­d­ing, maar voor een deel van de stu­den­ten zon­der netwerk, zij die niet goed weten wat of waar naar­toe, kun­nen ini­ti­atieven zoals Start To Talk veel laag­drem­peliger zijn. Wij psy­cholo­gen vin­den ook niet dat je alti­jd naar een psy­choloog moet gaan. We denken dat stu­den­ten onder­ling al veel kun­nen doen.”

Ook bij Anne­mans zijn deze ini­ti­atieven gek­end. “Ik ben een groot voor­stander van het gebruik van apps bij dit the­ma. We zien een enorme toe­name aan het gebruik van apps, ook bij gezond­hei­d­szorg over het alge­meen, maar dat mag niet ten koste gaan van menselijk con­tact. Als dat het geval is, dan helpt het niet echt om die een­za­amheid te door­breken.”

Advies voor de eenzame student

Als we bij de stu­den­tenpsy­choloog polsen naar het beste of eerste advies voor stu­den­ten die kam­p­en met een­za­amheid, zegt ze stel­lig: “Begin te prat­en! Het is de beste naam die het Start To Talk-ini­ti­atief had kun­nen kiezen.  Begin gewoon met elka­ar te prat­en in de les, als je uit­gaat, een­der wat en waar. Babbel over de zak­en waar je mee zit en ga er niet vanu­it dat stu­den­tenpsy­cholo­gen zelf komen. Zet zelf de eerste stap­pen door te kijken naar wat je kunt gaan doen. Kijk eens naar de sport­mo­gelijkhe­den in het GUSB of ga eens naar een stu­den­ten­v­erenig­ing als dat iets voor jou is. Maar ga ook in de les gewoon eens een gesprek aan met iemand en zorg ervoor dat je niet enkel online con­tacten hebt. Ger­aak je er zelf niet uit, dan kun je steeds vri­jbli­jvend een afspraak mak­en bij de Afdel­ing Studiead­vies.”