WTF is lifelogging?


Track jij jouw stappenaantal, hartslag of slaapkwaliteit? Dan ben je een lifelogger. Prof. dr. Mariek Vanden Abeele onderzoekt media en gezondheid, en geeft een woordje uitleg. "Mensen loggen al zo lang als ze bestaan, maar nu kan dat met meer parameters."

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 2/10/2022 – 11:44 door Yumi Demeyere

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Lifel­og­ging kwam met de opkomst van smart­watch­es voor het eerst onder de pub­lieke aan­dacht. Hoe is de term intussen geëvolueerd?

Lifel­og­ging is een dubbele term, want het heeft de con­no­tatie van de quan­ti­fied self-beweg­ing, een soort com­mu­ni­ty. Zij wor­den ook wel datafetisjis­ten genoemd, omdat ze heel ver gaan in het loggen van hun lev­en. Mensen loggen al zo lang als ze bestaan. Velen houden dagelijks hun gewicht bij; het­zelfde herken je in dag­boeken. Lifel­og­ging is dus niet nieuw, maar door de dig­i­talis­er­ing kun­nen we meer para­me­ters loggen op een schi­jn­baar accu­ratere manier. Stap­pen, bijvoor­beeld, of je hart­slag. Via sen­sor­da­ta kun­nen we inten­sief en con­tinu data ver­garen over onszelf.”

“Onder­s­te­unt die tech­nolo­gie onze autonomie of con­troleert ze ons?”

“Ik zeg ‘schi­jn­baar’ accu­raat omdat er natu­urlijk een fouten­marge op zit. Uitein­delijk bestaat het uit algo­ritmes die sen­sor­in­fo proberen te inter­preteren. Mijn dochter kwam onlangs thuis met 20.000 stap­pen op haar teller. ‘Wij gaan dan met alle kinderen die een Fit­bit hebben op de speelplaats wap­peren met onze armen. Om ter meest stap­pen.’ (lacht).”

Wat gebeurt er met die data?

“De verza­melde data wordt meestal opges­la­gen in de cloud. Ze gaat langs de dienst of lever­anci­er en wordt aan ons teruggegeven in een dash­board dat sta­tistieken weergeeft. Meestal heeft dat dash­board drie func­ties: een infor­matieve, een sociale en een com­peti­tieve. Neem nu Stra­va: je ziet hoe snel je gefi­etst hebt, je kan het delen met andere en je kan de com­peti­tie aan­gaan met andere fiet­sers.”

Die com­peti­tie kan wellicht ook als stressvol ervaren wor­den?

“Dat soort apps kun­nen ook een bepaalde dwang opleggen, ja. ‘Oei, ik heb nog maar 5.000 stap­pen gezet van­daag. Ik moet nog eens naar buiten.’ Dat is inter­es­sant, want je komt in een span­ningsveld terecht: onder­s­te­unt die tech­nolo­gie onze autonomie of con­troleert ze ons?”

“If it’s for free … you’re the prod­uct”

“Een tweede prob­leem is dat veel van die tech­nolo­gieën ontwikkeld zijn door inge­nieurs en mar­ke­teers. Daar zit dus niet alti­jd een sterke evi­dence base achter. 10.000 stap­pen per dag is er bijvoor­beeld gekomen omdat een mar­ket­ingbedri­jf in Japan dat goed vond klinken. Maar als je spreekt met gezond­hei­dsweten­schap­pers is 6.000 à 7.000 een aan te raden hoeveel­heid, en hangt het vooral af van leefti­jd en fysieke toe­s­tand. Dus er is wel wat kri­tiek op die apps, omdat ze in dat opzicht nor­men opleggen. Denk aan diee­tapps die werken met visuele onder­s­te­un­ing. Dat is dan vaak een zwaardere vrouw die ongelukkig kijkt, en een slank pop­pet­je met een brede glim­lach. Zo wordt een maatschap­pelijke norm uit­ges­tu­urd waar­van we ons kun­nen afvra­gen of dat wenselijk is.”

Nog een prob­leem: soms wor­den vraagtekens geplaatst bij onze dat­apri­va­cy. Wat gebeurt met die data nadat ons dash­board gegenereerd wordt?

“In veel appli­caties wordt de data gegenereerd op een manier die voor de eindge­bruik­er gratis is. Maar je kent de uit­spraak wel: ‘If it’s for free … you’re the prod­uct.’ Als je je akko­ord geeft om je data te loggen, geef je dik­wi­jls ook je akko­ord om die data te verkopen of te aggregeren. Die stap­pen­teller wordt miss­chien gekop­peld aan je uit­gaven in de Col­ruyt, om adver­ten­ties beter af te stem­men op jouw profiel. Op zich lijkt dat geen prob­leem, maar het Cam­bridge Ana­lyt­i­cas­chan­daal illus­treert welke pro­por­ties zoi­ets kan aan­nemen.”

Ook men­taal welz­i­jn vaart wel bij gezond­hei­d­sap­pli­caties. Die data zijn min­der tast­baar dan pak­weg stap­pen of hart­slag.  

“Er zijn inder­daad veel apps die zich op men­tale gezond­heid richt­en, vaak vanu­it een sterke evi­dence base. Dat is een goede evo­lu­tie, maar we moeten kri­tisch bli­jven tegen­over het ver­di­en­mod­el achter die apps enerz­i­jds, en de aan­wezigheid van een evi­dence base anderz­i­jds. Nu, er is wel veel beweg­ing in dat veld. Eiko Fried, een onder­zoek­er aan de uni­ver­siteit van Lei­den, is bezig met dig­i­tal phe­no­typ­ing van depressie. Dat kan gereg­istreerd wor­den door para­me­ters te loggen zoals slaap­kwaliteit, aan­tal stap­pen, smart­pho­nege­drag, enzovoort. Naast sen­sor­da­ta wordt ook gevraagd aan de gebruik­er om een dag­boek­je in te vullen. Het idee is dat je kan­telpun­ten zou kun­nen reg­istr­eren, voor­spellen en tot slot pre­ven­tief kan ingri­jpen bij mensen die je een lan­gere tijd zo opvol­gt.”

Wat is de rol van pro­fes­sion­als dan nog?

“Die tech­nolo­gieën wor­den vaak in samen­werk­ing met de men­tale gezond­hei­d­szorg of geneeskunde ontwikkeld. Het is dus niet de bedoel­ing dat ze een ver­vang­ing vor­men voor de zorg, maar eerder een hulp­mid­del voor arts én patiënt. Als je een week een dag­boek­je bijhoudt, is dat bijvoor­beeld inter­es­sant om te bespreken met de ther­a­peut en te kijken hoe moeil­ijke momenten tot stand komen in je men­taal welz­i­jn. Een ander voor­beeld zijn pace­mak­ers die ver­bon­den zijn met het zieken­huis en kun­nen detecteren wan­neer een hart­prob­leem optreedt. Zow­el om te informeren, als te inter­veniëren is het vol­gens mij dus een nut­tige, beloftevolle tool.”