Wetenschapskort: de koers


Geen land op aarde waar alles zo rond twee wielen draait als in België. En maar goed ook: de koers is plezant! Drie weetjes die je nog niet wist over de koers en die je kan doorvertellen aan je fietsende nonkels.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/03/2022 – 19:00 door Sander Muy­laert

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Twee toertjes rond Mars 

Een profwiel­ren­ner legt elk jaar gemid­deld 35.000 kilo­me­ter af. Dat is de afs­tand van Bel­gië naar Nieuw-Zee­land en terug, of twee keer de omtrek van Mars. Onder­weg moeten ze aller­lei obstakels over­win­nen. Zo zijn er dronken sup­port­ers die de weg versper­ren, ver­loren gelopen hon­den op het par­cours, bergkoeien bovenop de Franse cols of een self­ie-goeroe die staat te zwaaien met een bor­d­je ‘Allez Opi-Omi’. Laat­stge­noemde legde vorig jaar de helft van het pelo­ton tegen het asfalt. De gen­darmerie stak haar terecht in de cel, de andere koeien mocht­en rustig door grazen. Op afdalin­gen halen de ren­ners snel­he­den van meer dan hon­derd kilo­me­ter per uur, en dat met een fiets zo licht als een pluim­p­je. Je moet maar dur­ven.

26 hamburgers

Zater­dagocht­end stapte iedere wiel­er­fan met een glim­lach uit bed. De start van Milaan-San Remo stond op de kalen­der, la pri­mav­era: het eerste mon­u­ment van het jaar. Op de Cipres­sa en de Pog­gio barst het wiel­er­voor­jaar echt los. In de koers zijn er slechts vijf wed­stri­j­den de naam ‘mon­u­ment’ waardig. Een mon­u­ment is glo­rieus en pres­tigieus, het sleept een kar­avaan aan geschiede­nis met zich mee. De ren­ners die aan de start ver­schi­j­nen ver­bran­den tot wel acht­duizend calo­rieën; het equiv­a­lent van 26 ham­burg­ers of 58 blik­jes cola. Vol­doende eten tij­dens de wed­stri­jd is daarom van vitaal belang, anders zak je in de finale als een pud­ding in elka­ar. Gelukkig zit José De Cauw­er klaar in zijn com­men­taar­cab­ine om de ren­ners hierop attent te mak­en. “Genoeg eten en drinken”, her­haalt hij wel tien keer tij­dens een uitzend­ing. 

Parijs-Nice met de trein

Wiel­ren­ners lopen er dik­wi­jls de kan­t­jes vanaf om nog sneller te fiet­sen. Bin­nen de wiel­er­w­ereld cir­culeert er zelfs mech­a­nis­che dop­ing. Dat zijn kleine motort­jes die in fiet­sen ver­stopt zit­ten. Fabi­an Can­cel­lara werd tij­dens de Ronde van Vlaan­deren in 2010 zon­der enig bewi­js beschuldigd. Mech­a­nis­che dop­ing wordt vaak gezien als een nieuwe manier om vals te spe­len. Maar het gebeurde al vanaf het begin. Tij­dens de Ronde van Frankrijk in 1903 namen de deel­ne­mers stiekem de trein om hun lij­den te verzacht­en of om tegen­standers voor te zijn. Begrip voor de trein­reizigers is op zijn plaats. Vóór de oor­log woog een koers­fi­ets meer dan vijfen­twintig kilo­gram en moesten de coureurs heroïsche tocht­en afleggen van ruim vijfhon­derd kilo­me­ter. Een mens zou voor min­der de trein nemen.