Wetenschapskort


De klimaatopwarming is ons allen bekend. Minder bekend zijn de effecten hiervan op verschillende geliefde en minder geliefde diertjes.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 27/09/2021 – 7:31 door Nette De Schri­jver

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Spits je oren, dan kan je ze horen (en vooral zien)

De sneeuw­hazen die ooit te vin­den waren tot in North Car­oli­na, vind je nu enkel nog tot West Vir­ginia. Waarom? Heel sim­pel: ze zijn te zicht­baar gewor­den voor hun omgev­ing. Hun vacht past zich namelijk aan naarge­lang het aan­tal zonuren per dag. Dus ook als er geen sneeuw ligt, veran­dert hun bru­ine vacht langza­am in een spier­wit deken­t­je. De hazen besef­fen zelf niet dat hun cam­ou­flage verd­wi­jnt als sneeuw voor de zon, met als resul­taat dat ze een van de gemakke­lijk­ste prooien wor­den voor hon­gerige roofdieren. Ze wor­den door lab­o­ran­ten ook wel de ‘cheese­burg­ers van het bos’ genoemd. Sneeuw­hazen zijn trouwens niet de enige dier­soort die worstelt met dit prob­leem. Het ver­liezen van cam­ou­flage komt voor bij ver­schil­lende soorten met een veran­derende vachtk­leur die niet langer aangepast is aan een te snel evoluerende omgev­ing.

Vogels die een grotere bek krijgen? Vinkje, check.

Een grotere bek is niet alti­jd iets slechts. Vooral niet als je een vink bent. Sara Ryd­ing, een doc­tor­an­da in de biolo­gie en vogel­spe­cial­iste aan de Deakin Uni­ver­si­ty, en haar team voer­den een studie uit over de vinken op de Gala­pago­sei­lan­den (je weet wel, die van Dar­win des­ti­jds). Deze studie ging spec­i­fiek over de mid­del­ste grond­vinken. Deze vinken­soort bestaat uit vinken met een korte snavel en vinken met een grote snavel. Er was een duidelijk ver­schil in samen­stelling van de pop­u­latie zicht­baar in cor­re­latie met een warmer kli­maat. Na warmere jaren lag het sterfte­ci­jfer bij de grond­vinken met een kleinere snavel veel hoger dan dat van hun groot­ge­bek­te neven. Het grot­er wor­den van “aan­hangsels” (lees: snavels, staarten, oren, enzovoort) noemt men in de wereld der biolo­gen ‘de regel van Allen’.

De groeispurt van de spitsmuizen

Ook op kleinere vier­voeters heeft het kli­maat een grote invloed. De Europese koni­j­nen in Aus­tral­ië kri­j­gen steeds grotere oren, maar ook de muizen beves­ti­gen ‘de regel van Allen’. Bij bosmuizen zijn lan­gere staarten vast­gesteld. Deze zor­gen bij muizen voor de tem­per­atu­ur­regeling van hun lichaam. Hoe hoger de con­stante tem­per­a­turen, hoe langer hun warmteaflei­der wordt. Na ver­loop van tijd, wel­tev­er­staan. Dit gebeurt niet in een tijdspanne van een maand. Bij bepaalde soorten spitsmuizen is het ver­schil nog frap­pan­ter: zij hebben niet enkel lan­gere staarten gekre­gen, maar ook lan­gere poten. Als het zo verder gaat, zullen we bin­nenko­rt op een tafel moeten staan om te gillen. Dan is die stoel niet meer hoog genoeg voor de mon­ster­muizen.