Wetenschapskort


Glijmiddel voor de pro De meeste pro­fes­sion­als weten uit ervar­ing dat wan­neer twee objecten tegen elka­ar schuren, de tem­per­atu­ur serieus kan oplopen. Soms is het dan ook noodza­ke­lijk om de wrijv­ing enigszins te ver­min­deren zodat alles opnieuw vlot gli­jdt. Een Chi­nees onder­zoek­steam had dit goed begrepen en verkreeg posi­tieve resul­tat­en door een poreuze 3D-struc­tu­ur van grafeen toe…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/03/2020 – 23:30 door David Michiels

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Glijmiddel voor de pro

De meeste pro­fes­sion­als weten uit ervar­ing dat wan­neer twee objecten tegen elka­ar schuren, de tem­per­atu­ur serieus kan oplopen. Soms is het dan ook noodza­ke­lijk om de wrijv­ing enigszins te ver­min­deren zodat alles opnieuw vlot gli­jdt. Een Chi­nees onder­zoek­steam had dit goed begrepen en verkreeg posi­tieve resul­tat­en door een poreuze 3D-struc­tu­ur van grafeen toe te voe­gen aan het smeer­mid­del. In de woor­den van de onder­zoek­er Bingli Pan: “De tri­bol­o­gis­che eigen­schap­pen van het com­posiet zijn buitenge­woon, zelfs onder zeer heftige gli­jom­standighe­den.” Grafeen, in com­bi­natie met paraf­fine, bleek een effec­tieve vul­stof te zijn door zijn uit­zon­der­lijke sterk­te en wrijv­ings– en sli­j­tagev­er­min­der­ing. Het zijn eigen­schap­pen die direct lei­den tot de ver­hoogde lev­ens­du­ur en een lager energie­ver­bruik van machines.

Egyptisch blauw is wauw

De oude Egyptenaren (ca. 3300 – 332 v. C.) zagen blauw als een edele kleur en wilden graag het vrij dure min­er­aal turkoois en het zeer kost­bare ultra­mar­i­jn namak­en. Zo ontstond uit een gebakken mengsel van kop­er­vi­jlsel, kalk en een spe­ci­aal soort zout het Egyp­tis­che blauw dat van­daag door velen aanzien wordt als het eerste syn­thetis­che pig­ment. Het werd gedurende duizen­den jaren gebruikt en je vin­dt het door zijn pop­u­lar­iteit dan ook vaak terug in de keramiek uit die tijd. Onlangs was er opnieuw ent­hou­si­asme voor deze groot­vad­er onder de kleuren, toen onder­zoek­ers aan de Uni­ver­siteit van Göt­tin­gen ont­dek­ten dat het pig­ment ‘uiter­mate geschikt’ is als flu­o­ro­foor dat menselijke cellen mar­keert in de micro­scopie en optis­che beeld­vorm­ing. De nanoschil­fers van dit kleur­mid­del zijn sta­biel, schi­j­nen fel en bleken de struc­turen niet af: eigen­schap­pen waarmee de onder­zoek­ers mikken op nieuwe door­brak­en in het bio­medisch onder­zoek.

Bijgrafenisondernemer

In bijenkolonies veran­deren de tak­en naarge­lang de leefti­jd: de jonge bijen ver­zor­gen de lar­ven, de oude bijen bescher­men het nest en verza­me­len, onder andere, stu­ifmeel, nec­tar en water. Bijen van mid­del­bare leefti­jd, ten slotte, hebben de twi­jfelachtige eer om hun (half)dode vliegende vriend­jes vijftig tot hon­derd meter buiten het nest te dumpen. De kadav­ers zijn herken­baar door­dat een lev­ende bij een fer­o­moon afschei­dt dat weg­valt wan­neer het beestje de geest geeft en koud wordt. Ecoloog Wen Ping onder­zocht dit door dode bijen enkele graden op te war­men op een petrischaalt­je. Uit de resul­tat­en bleek dat deze uren lat­er wer­den opgeruimd dan bijen die koud bleven, waarschi­jn­lijk omdat het gas bij de opge­war­mde bijen nog steeds vrijk­wam.