Wetenschapskort


Drempelvrees Grote bruggen zit­ten vol gat­en. Ter­wi­jl je de oran­je gol­ven bewon­dert op het viaduct van Gen­tbrugge, word je rit­misch door elka­ar geschud. Niet de onkunde van archi­tecten, maar de kop­pigheid van de natu­ur­wet­ten is de schuldige. Het principe dat materie uitzet bij hitte en krimpt bij koude vero­ordeelt ons tot een lev­en vol mors­en op…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 12/03/2018 – 8:37 door Arthur Jacobs

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Drempelvrees

Grote bruggen zit­ten vol gat­en. Ter­wi­jl je de oran­je gol­ven bewon­dert op het viaduct van Gen­tbrugge, word je rit­misch door elka­ar geschud. Niet de onkunde van archi­tecten, maar de kop­pigheid van de natu­ur­wet­ten is de schuldige. Het principe dat materie uitzet bij hitte en krimpt bij koude vero­ordeelt ons tot een lev­en vol mors­en op de achter­bank. Hier­door zouden bruggen ’s win­ters kun­nen scheuren door de betonkrimp. Tot nog toe von­den we er niets beters op dan dilatatievoe­gen, gat­en in inge­nieurstaal, aan te leggen als buffer. Niet getreurd: het lijkt erop dat Weense inge­nieurs ons uit ons lij­den zullen ver­lossen. Ze ontwikkelden een tech­niek om de uitzetting over de hele brug heen op te van­gen met behulp van glasvezel­draad. De eerste schokvri­je brug wordt momenteel aan­gelegd in Oost­en­rijk.

U stupid?

De nean­derthalers hebben een gigan­tisch imago­prob­leem. Ze wor­den afgeschilderd als stom­pzin­nige bar­baren die elk vleug­je cul­tu­ur het lief­st de schedel inklop­pen. De etno­cen­trische media con­trasteren dat beeld natu­urlijk graag met de scher­pzin­nige en fijnbesnaarde Homo sapi­ens. In werke­lijkheid is het miss­chien wel ander­som, legt een nieuwe studie bloot. Nean­derthaler-schilders lieten hun cre­ativiteit 65.000 jaar gele­den al los op de grot­wand. Dat is ruim 20.000 jaren eerder dan de vroeg­ste schilderkun­st van de Homo sapi­ens. Naast de abstracte wand­schilderin­gen stond de Homo nean­derthalen­sis ook open voor fig­u­ratieve werken. Schelpen­ket­tin­gen, die allicht wer­den beschilderd in expres­sion­is­tis­che sti­jl, wer­den eve­neens aangetrof­fen in de Spaanse grot­ten. Het wordt tijd dat de nean­derthalers opkijken van hun schilder­sezel en hun PR begin­nen te ver­zor­gen.

Na-apen

Bonobo’s en chim­pansees zijn twee han­den op één buik. In het par­lement der pri­mat­en zouden ze gegaran­deerd een grote coal­i­tie vor­men. Ze begri­jpen elka­ar. Let­ter­lijk dan, ont­dek­ten Japanse en Britse weten­schap­pers. Het was al geweten dat ze gro­ten­deels dezelfde gebaren gebruiken, maar nu is het duidelijk dat ze aan die gebaren ook dezelfde beteke­nis toeken­nen. Een klap in het gezicht is bijvoor­beeld voor bei­de aap­jes het sig­naal om op te hoe­pe­len, uit­gesto­ken armen beteke­nen ‘klim op m’n rug’. Hun grote affiniteit is geen toe­val: het is maar een dik miljoen jaar gele­den dat de dier­soorten zich van elka­ar afschei­d­den. Toch hoeft de mens zich niet al te veel uit­ges­loten te voe­len door zijn harige neef­jes. Som­mige van de onder­zochte tekens komen immers ook bij mensenbaby’s terug.