“We zijn niet ‘slechts’ onze beperking”


Ine verloor 90% van haar gehoor en had daarom moeite bij het afleggen van de examens. Ze pleit voor een persoonlijkere aanpak, uitgebreide eindtermen en meer begrip voor alle beperkingen aan de universiteit. "Wij bijten niet", lacht ze. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 28/06/2017 – 8:03 door

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Hoe kan je een stu­dent met een beperk­ing als een paria doen voe­len? De assis­tent van het exa­m­en Diver­siteits­man­age­ment – ironie, wat is dat? – heeft er een antwo­ord op. Je stelt aan de stu­dent voor dat deze het exa­m­en hele­maal vooraan in het audi­to­ri­um maakt, aan een apart tafelt­je met het aangezicht naar de rest van de aula gericht. Bonus­pun­ten als je de stu­dent naakt door de aula laat lopen ter­wi­jl de andere stu­den­ten “​Shame! Shame! Brotherfucker​!” roepen. 

Vooraan in het auditorium

In boven­staande sit­u­atie belandde ik nadat ik een half jaar gele­den besloot om – na een iden­titeitscri­sis – mijn mas­ter te veran­deren naar de mas­ter Gen­der en Diver­siteit. Totaal onverwacht (en ongere­la­teerd) ver­loor ik op het­zelfde moment 90% van mijn gehoor. Aangezien ik hier­door de uit­leg over het exa­m­en niet zou ver­staan, had ik op voor­hand met de prof afge­spro­ken dat ik een plaats vooraan in het audi­to­ri­um zou kri­j­gen zodat ze alle infor­matie nog eens per­soon­lijk tegen mij kon­den her­halen. Aangekomen op het exa­m­en, merk­te ik echter dat we onder “vooraan in het audi­to­ri­um” ver­schil­lende din­gen ver­ston­den. Nadat ik dit mis­ver­stand met de assis­tente had uit­geklaard – aangezien de prof even afwezig was – kreeg ik een verontschuldig­ing en mocht ik zelf een plaats kiezen in het audi­to­ri­um. Hoewel deze reac­tie zon­der twi­jfel goed bedoeld was, legt het een grot­er prob­leem bloot: onze maatschap­pij weet niet hoe ze om moet gaan met per­so­n­en met een beperk­ing. Hoewel er op mijn uni­ver­siteit ver­schil­lende faciliteit­en voorzien zijn, loopt de prak­tijk vaak verder achter dan de gemid­delde stu­dent op zijn stud­i­eschema.

“Onze maatschap­pij weet niet hoe ze moet omgaan met per­so­n­en met een beperk­ing” 

Praktische communicatietools

De bedoel­ing van deze faciliteit­en is namelijk niet om stu­den­ten met een beperk­ing als een ver­stotene aan de kant te schuiv­en, maar om hen op een nor­male manier te helpen func­tioneren bin­nen de uni­ver­siteit. Zelf ben ik hier ook schuldig aan. Ook ik wist niet hoe ik moest omgaan met mensen met een beperk­ing. Laat staan dat ik wist hoe ik moest omgaan met mijn eigen beperk­ing. Al 19 jaar volg ik lessen om een diplo­ma te halen en mij voor te berei­den op mijn toekomst, maar geen enkele les had mij hierop voor­bereid. Ik leerde Lati­jnse naam­vallen en wiskundi­ge for­mules en alles ertuss­enin. Tot ik aan de mas­ter Gen­der en Diver­siteit begon, kwam ik het woord “beperk­ing” enkel in een biol­o­gis­che con­text eens tegen. Weten hoe het lichaam werkt en hoe het soms niet werkt, helpt echter niet om de nodi­ge bewust­word­ing te creëren. We hebben boven­di­en prak­tis­che com­mu­ni­cati­etools nodig om ons gedrag cor­rect aan te passen.

Zet ongemakkelijkheid opzij

Ik pleit daarom voor andere eindter­men op de mid­del­bare school, zoals betere inclusie bin­nen lev­ens­beschouwelijke vakken. En waarom geen alge­meen vak gen­der en diver­siteit invo­eren in het hoger onder­wi­js? Op deze manier kun­nen we leren hoe we moeten omgaan met mensen met een beperk­ing (en andere min­der­hei­ds­groepen) en hoe we deze mensen als vol­waardi­ge leden in onze maatschap­pij opne­men. Aangezien er op struc­tureel vlak nog geen veran­derin­gen gebeuren, zal ik een ned­erig advies bieden. Er zijn eigen­lijk maar twee din­gen die je moet weten over hoe je het best omgaat met iemand met een beperk­ing. Het eerste is dat elke beperk­ing anders is. Zelfs gehoor­beperkin­gen ver­schillen sterk van elka­ar. Voor elke beperk­ing is er een andere manier om ermee om te gaan. Als je twi­jfelt hoe je iemand het beste kan helpen, kan je het sim­pel­weg aan die per­soon vra­gen.

“Nie­mand weet beter hoe ze geholpen kun­nen wor­den dan de per­soon zelf” 

Nie­mand weet immers beter hoe ze geholpen kun­nen wor­den dan de per­soon zelf. Het tweede is veruit het belan­grijk­ste, en is iets dat in het pub­lieke debat vaak ver­geten wordt: mensen met een beperk­ing zijn nog steeds mensen. We hebben nog steeds een per­soon­lijkheid en we zijn niet slechts onze beperk­ing. Som­mi­gen vra­gen gemakke­lijk­er hulp, anderen zijn gesteld op hun onafhanke­lijkheid. Je kan ons net zoals andere mensen gewoon aanspreken. Het is een cliché grot­er dan het ego van Don­ald Trump, maar wij bijten niet. Al kan je van mij wel een sar­castis­che opmerk­ing verwacht­en, maar ik beloof dat het grap­pig zal zijn. Dus, beste lez­er, de vol­gende keer dat je niet weet hoe je moet rea­geren op iemand met een beperk­ing, zet die onge­makke­lijkheid opz­ij en vraag het gewoon. Willen we dat afspreken, Gui­do?