Waterkoker(ellen)


De waterkoker is de heilige graal van ieder studentenkot. Is er eigenlijk iets dat hij niet kan? Dit vraagt om een hyperwetenschappelijk experiment.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 30/11/2020 – 13:01 door Lies De Mid­deleer­Dries Blon­trock

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Naast de com­put­er en het bed, is de waterkok­er een van de hoek­ste­nen van het kotleven. Van een eeuwige koffie- en thee­to­evo­er, tot het mak­en van een dagelijks haver­mou­tont­bi­jt: het beestje heeft zijn nut op kot al goed bewezen. Maar wat zijn de lim­i­eten van de waterkok­er? Oma gaf hem als een voorschot op de erfe­nis, dus voorzichtigheid is gebo­den.

L’eggs get started

Elke luie kot­stu­dent herkent dit wel. Je hebt zin in een gekookt eit­je, maar je hebt geen zin om drie verdiepin­gen aan trap­pen op te lopen, geen zin om in een over­volle keuken aan het for­nuis te kruipen en geen zin om twintig minuten naar het geza­ag van je o zo irri­tante kotgenoot te luis­teren ter­wi­jl je water er veel te lang over doet om warm te wor­den. Wel, lief­ste luie stu­dent, je kan je eit­je gewoon ín je waterkok­er koken.

Om eieren te koken in je waterkok­er, plaats je de eieren in je waterkok­er, zorg je ervoor dat ze volledig onderge­dom­peld zijn in water en druk je op de aan-uit­knop. Als je waterkok­er een beet­je op de mijne lijkt, slaat de aan-uit­knop vanzelf af een­maal je water kookt. Om een eit­je te koken zit je dus vast in een vicieuze cirkel van de aan-uit­knop aan te zetten, iedere keer dat ie vanzelf afs­laat, om het water kok­ende te houden.

Voor een zacht­gekookt eit­je stellen we een kook­ti­jd van zes tot zeven minuten voor, voor een hardgekookt eit­je acht tot tien minuten.

Many pastabilities

Eens we de smaak te pakken kre­gen om voed­sel in de waterkok­er klaar te mak­en, durf­den we de inzet te ver­hogen. Zoals de slimme lez­er door de tussen­ti­tel al doorhad, gaat dit deel over de ver­schil­lende soorten pas­ta die we in de waterkok­er probeer­den te koken. Wie echt de smaak van het waterkok­erellen te pakken heeft, kan dan ook een snuif­je zout en wat oli­j­folie aan het water toevoe­gen, om de pas­ta op de echte Ital­i­aanse wijze te koken.

De eerste belan­grijke vraag die bij dit onder­zoek gesteld werd was natu­urlijk welke pas­ta­soort we zouden koken. Vol­gens onze hypothese is een korte pas­ta, zoals penne, ide­al­er dan een lange pas­ta, zoals spaghet­ti. Voor één por­tie pas­ta vul je de waterkok­er met zo’n hon­derd gram penne en vul je deze op met water tot de pas­ta volledig onderge­dom­peld is. Tegen alle verwachtin­gen in kook­te de waterkok­er over. Wie had dat gedacht. Om dit te voorkomen druk je op de aan-uit­knop wan­neer je het water ziet sti­j­gen en wan­neer het water weer geza­kt is kan je de aan-uit­knop weer aanzetten. En zo belanden we weer bij een vicieuze cirkel van aan-uit­drukken. Na zeven tot acht minuten paniek en overgelopen water opkuisen, is de pas­ta zacht gekookt en kun je geni­eten van lekkere penne. En een extra tip voor de ultieme luilak; ver­warm je spaghet­ti­saus op de radi­a­tor. (De saus zal amper lauw wor­den, maar een stu­dent eet toch alles).

Glühwhy not?

Afbeeld­ing mogelijk niet rep­re­sen­tatief voor daad­w­erke­lijk resul­taat

Onze Vlaamse tra­di­ties staan onder druk door de lock­down. In een poging om de Vlaamse iden­titeit te verni­eti­gen, heeft Marc Van Ranst de ker­st­mark­ten afgeschaft. Op zich geen ramp, want ook thuis kan je jen­ev­er achterover­slaan en slappe hot­dogs mak­en. Glüh­wein is echter een ander paar mouwen. Kan onze veelz­i­jdi­ge waterkok­er ook hier een oploss­ing bieden? We raad­pleeg­den online een paar recepten en de ingrediën­ten die we kon­den vin­den in de keuken van de oud­ers hebben we effec­tief gebruikt. Sor­ry Libelle Lekker, maar ‘vers­geperst sinaas­ap­pel­sap’ hebben we hier niet liggen. Thuis lag er wel een sinaas­ap­pel in de koelka­st, dus werd die in schi­jf­jes gesne­den en in de waterkok­er gegooid. Daar kreeg hij gezelschap van een snuif­je kaneel, wat suik­er, een lau­rierblad, kruid­nagel, een scheut whisky en − uit­er­aard − rode wijn. Eerste bevin­d­ing: de waterkok­er explodeert niet door deze win­terse cock­tail. Dat is posi­tief, want de dag ervoor had hij nog een kleine stroom­panne veroorza­akt. Tweede bevin­d­ing: Glüh­wein is niet te zuipen. Wat een gedacht ook, om al die ver­schil­lende ingrediën­ten samen te gooien en ze dan nog te ver­war­men. Als mis­wi­jn het bloed van Chris­tus is, dan is Glüh­wein dat van Satan. Derde bevin­d­ing: als je het goed­je een tweede keer laat bor­re­len in de waterkok­er en er wat meer suik­er aan toevoegt, valt het alle­maal nog wel mee.

Groot nadeel is wel dat je hele kot onver­mi­jdelijk naar een ker­st­markt ruikt. Dat wil zeggen: braak­sel met een hint van kaneel. Als dat nu al het geval is, dweil dan eens. Jij varken. Anders raden we aan om na de berei­d­ing de ramen in je kot wijd open te zetten. Het is ook hand­ig om te onthouden hoeveel sinaas­ap­pelschi­jf­jes je gebruikt hebt, anders zou er een vreemd smaak­je aan je ocht­end­koffie kun­nen zit­ten.