Want-rouwen


Een groep­swerk is zoals een lift met mede­pas­sagiers die vast­loopt: je staat even naar elka­ar te kijken, ziet dat je moet samen­werken om de sit­u­atie te red­den, in het beste geval kan je er op het einde eens mee lachen, maar de kans is groot dat je de andere pas­sagiers nooit meer weerzi­et. Des te leuk­er…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 27/04/2020 – 17:02 door Collin Car­don

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Een groep­swerk is zoals een lift met mede­pas­sagiers die vast­loopt: je staat even naar elka­ar te kijken, ziet dat je moet samen­werken om de sit­u­atie te red­den, in het beste geval kan je er op het einde eens mee lachen, maar de kans is groot dat je de andere pas­sagiers nooit meer weerzi­et. Des te leuk­er is het als er een groep­swerk komt met mensen die er oprecht voor willen gaan, waarmee je over andere vakken en prof­fen kunt rod­de­len en waar­bij enkel koffie en koek­jes ont­breken om er een koffiek­lets van te mak­en. De zon schi­jnt, de Tra­bla stinkt eens niet naar sigaret­ten: de wereld is mooi.

Enter coro­na. Groepsgenoot X gaat in rook op. En zo begin­nen de vijf fas­es van groep­swerk-rouw

1. Ontken­ning. Per­soon X is gewoon een paar dagen niet online geweest. Niets aan de hand. De eerste dead­line is bin­nen een dikke week. Zolang we mor­gen iets horen hebben we nog meer dan genoeg tijd. Maar ook de vol­gende dag hoor je niets. En de dag daar­na ook niets. Onbeant­wo­orde pb’s, en een zeer onge­makke­lijke groep­schat. Opstape­lende vra­gen. Angst: per­soon X is toch geen slachtof­fer?

2. Boosheid. Per­soon X is een paar weken lat­er aan­wezig op een van de eerste groep­s­lessen. Er lijkt geen vuilt­je aan de lucht te zijn, als je de pan­demie niet meerekent natu­urlijk. Nog steeds geen antwo­or­den op pb’s of bericht­en in de groep­schat. Waarom? Wat is er gebeurd? We waren bezorgd. Meer vra­gen, en nog min­der antwo­or­den. Hoe moeten we dit ooit met z’n tweeën afkri­j­gen? Het enige dat ons nog een beet­je kalm houdt, is de gedachte dat we niet alles weten, dat er toch nog een mogelijke verk­lar­ing kan zijn.

Er lijkt geen vuilt­je aan de lucht te zijn, als je de pan­demie niet meerekent natu­urlijk

3. Onder­han­de­len. Per­soon X kan het aan­pass­ingswerk nog doen als hij/zij antwo­ordt. Wat als we con­cretere toekom­st­plan­nen had­den gemaakt? Miss­chien is de coro­nacri­sis vol­gende week wel voor­bij. Ook let­ter­lijk onder­han­de­len: wie doet welk extra deel? Moeten we uit­s­tel vra­gen? De prof­fenkast is behulpza­am, maar kan hem/haar ook niet bereiken. De tijd tikt genade­loos verder.

4. Depressie. De exa­m­ens staan voor de deur. De andere papers vecht­en om elk rest­je vri­je tijd die de coro­n­ade­pressie nog niet bedol­ven heeft onder uit­stelge­drag. De eerste opmerkin­gen lopen bin­nen: op elke pag­i­na wel iets. “Her­schri­jf.” “Dit klopt niet.” Veel vraagtekens. Iro­nisch, die hebben wij ook nog steeds. De taak is het enige waarop pun­ten staan voor dit leson­derdeel. Het hoeft alle­maal niet meer, augus­tus lijkt in deze tij­den toch even inter­es­sant als een grim­mige maandag­mor­gen.

Augus­tus lijkt in deze tij­den toch even inter­es­sant als een grim­mige maandag­mor­gen

5. Aan­vaard­ing. Een Teams-gesprek met de prof. “De com­men­taar niet te negatief bek­ijken! Jul­lie zijn zek­er op de goede weg.” Een licht ver­baas­de blik op zow­el mijn gezicht als die van het resterende team­lid: gro­ten­deels ongeloof, met een tikkelt­je hoop. Wat vol­gt is een van de meest hoopgevende inter­ac­ties met een prof in weken: bezorgdheid over dead­lines, respect voor ons, stu­den­ten, dat we bli­jven verder­gaan onder deze omstandighe­den. Voor die vijf min­u­ut­jes is coro­na een ver-van-ons-bed-show.

Is dit een klacht tegen groep­swerken? Absolu­ut niet. Kun­nen samen­werken met per­so­n­en die je vaak nauwelijks kent, is iets dat iedereen moet oefe­nen. Het vertrouwen in de han­den leggen van mensen die je nauwelijks kent is niet vanzelf­sprek­end. Maar net zoals het blik­je Nalu tij­dens de nacht van de dead­line, is het lev­en halfvol, in plaats van halfleeg. Als ik aan deze paper een zenuwinzink­ing zou over­houden, kan ik er ten min­ste om lachen met een groepsgenoot die ik volledig vertrouw. Om de meeste cliché­matige quote te gebruiken: “Hap­pi­ness can be found even in the dark­est of times, if one only remem­bers to turn on the light.”

Is dit een klacht tegen­over per­soon X? Even­min. Het zijn moeil­ijke tij­den voor iedereen, en bezorgdheid staat nog steeds ruim voor op ontzag. Aan­vaard­ing is nu een­maal de laat­ste fase van rouw, en de finale dead­lines begin­nen uit hun win­ter­slaap te komen. Ik kan ook opgelucht ver­melden dat per­soon X tij­dens het schri­jven van dit opini­es­tuk heeft geant­wo­ord en dat de paper in orde gaat komen.

Wat is dit dan wel? Dit is een aans­poring voor iedereen die met een groep­swerk bezig is en voor iedereen die er nog een zal moeten mak­en: com-mu-ni-ceer. Dit is de mogelijkheid om te zeggen: “Per­soon X, veel sterk­te.” Dit is een bedankje voor het andere groep­slid en de pro­fes­sor. Dit is ook mijn ver­sie van “het ging even niet, en dat is oké”, in de hoop dat iedereen die moeite heeft met hun stud­ies, met anderen of met zichzelf, even een pauze kan nemen door dit te lezen en inzi­et dat dit niet zo zal bli­jven. En uit­stelge­drag voor papers, dat is deze tekst zek­er ook.