Waanwerelden


Voor hun dertigjarige bestaan werkt Museum Guislain eens niet rond een vast thema. In de plaats laten ze vijf kamers en personages onderling oscilleren. Met een tasje gitzwarte koffie ontdekten we hun individuele werelden.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 19/10/2016 – 15:05 door Nico­las Van Laere­Lau­ra Mas­sa

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Un autre monde

Eén figu­ur is zowat het brand­punt van de ten­toon­stelling: J.J. Grandville, een 19e-eeuwse karika­tur­ist afkom­stig uit Nan­cy. Het boek ‘Un Autre Monde’ waar­voor hij de illus­traties ver­zorgde, leende ook de naam tot deze ten­toon­stelling. “Na de cen­su­ur die hem van de staat rond 1830 werd opgelegd is hij wat ver­do­ken­er te werk gegaan”, licht onze gids Yoon Hee Lam­ot toe. “Maar de aan­dachtige lez­er kan zek­er nog ref­er­en­ties vin­den.” En inder­daad: op het eerste gezicht hebben we te mak­en met de klassiek aan­doende prenten uit feuil­letons, maar schi­jn bedriegt: deze fraai geïnk­te vor­men geven en masse rabi­ate kri­tiek op de 19-eeuwse maatschap­pij. Het plebs wordt slechts zo groot als een duim afge­beeld, de bour­geoisie boom­lang. De mid­den­klasse begint meer op het voor­plan te tre­den, en de aris­to­cratie voelt zich daar­door bedreigd. De opkomst van de stoomtrein en vooral de mas­sa­me­dia over­rompe­len het lan­delijke Franse lev­en. De nieuwe tech­nolo­gie ver­scherpt daar­bij het onder­scheid tussen de standen. “Onder­drukking is omnipresent, denk maar aan de kolonisatie. Grandville speelt in Un Autre Monde op al die zak­en in”, vertelt Lam­ot.  

 

Innuendo

Type­r­end zijn ook de menselijke gedaantes met dierenkop­pen, geheel vol­gens de pseudoweten­schap­pelijke trend van de fys­iog­nomie. Die heropger­akelde antieke the­o­rie stelde dat je aan de bouw van het gelaat kon aflei­den hoe iemands karak­ter is. 

Ook liefheb­bers van sur­re­al­isme komen bij Grandville aan hun trekken. Meta­mor­fos­en en droom­log­i­ca nemen het voor­touw. Grandville lijkt zelfs een voor­lop­er te zijn van het broekven­t­je dat Freud nog moest wor­den, zoals Lam­ot het ook ver­wo­ordt: “Hij was eigen­lijk een soort pro­to-sur­re­al­ist die reeds speelde met de idee van het onder­be­wuste.” Maar onze gids nuanceert: “De asso­ci­atieve log­i­ca is vol­gens mij meer bedacht, dan wat de sur­re­al­is­ten wilden. Die wilden alles veel loss­er, zon­der the­o­rie, creëren.”  

Op per­soon­lijk vlak had de moedi­ge teke­naar min­der geluk: zijn zonen stier­ven bij bosjes, en hijzelf moest ook voor een korte peri­ode geïn­terneerd wor­den. Fun fact: wij denken dat hij wel vereerd zou zijn dat hij nu zow­el op de voor- als achterkant van het album ‘Inu­en­do’ van Queen prijkt. Maatschap­pijkri­tiek is van alle tij­den, quoi

 

Mesmerize

Kun­nen vliegen, het is een eeuwige droom van de (gesto­orde) mens. Ook die van Gus­tav Mes­mer. Mes­mer spendeerde zijn hele lev­en opges­loten in de psy­chi­a­trie, gedi­ag­nos­ticeerd als schizofreen. Daar ontstond zijn obsessie om vlieg­toestellen te mak­en – na enkele ontsnap­pings­pogin­gen, de sym­bol­iek is niet ver te zoeken. Niet dat de toestellen ooit van de grond gin­gen (net als onze Gus­tav zelf, ver­moe­den we), maar de tekenin­gen en con­struc­ties bevat­ten een magis­che kwaliteit, waar­door Mes­mer in de kunst­wereld gevierd wordt. Zelf geloofde hij steev­ast dat zijn vlieg­fi­et­sen, helikopter­pakken en schoe­nen met springv­eren gin­gen werken, waar­door ook al zijn uitvin­din­gen door hem uit­getest wer­den. “Tegen het einde van zijn lev­en werd hij zowaar een attrac­tie: Op zon- en feestda­gen wis­ten de buurt­be­won­ers dat Mes­mer in de heuvels zat om zijn uitvin­din­gen te lat­en opsti­j­gen.” Cutie. Uitein­delijk kreeg hij de erken­ning die hij ver­di­ent, en kon hij voor zijn dood toch nog een grote ten­toon­stelling organ­is­eren.

Naast alle interner­in­gen kon Mes­mer ook put­ten uit een moeil­ijke jeugd als bron van cre­atieve inspi­ratie. Als kind had hij namelijk enkele keel­op­er­aties moeten onder­gaan, waar­door hij moeite had met spreken. Hij vond dan maar een spreek­ma­chine uit, waar­bij iedere let­ter cor­re­spon­deert met een gelu­id­je. Naast algemene schat­ti­gaard, was hij ook nog eens filantro­pisch ingesteld. Zo had hij een car­pool­sys­teem bedacht, en ook een auto ont­wor­pen met een extra vei­lighei­ds­band zodat de impact bij ongevallen min­der zwaar zou zijn. Eat that, Google. 

 

“Mes­mer was een beet­je een attrac­tie”

 

Chatten met je dode oma

Verderop in dit rariteit­enk­abi­net vin­den we Jean Per­drizet. De Frans­man was naast los­ge­la­gen burgie ook een out­siderkun­ste­naar die zich bezighield met het ontwer­pen van raket­ten en van machines om met geesten te com­mu­niceren. Denk aan de typ­is­che Ouja-bor­den, maar dan ver­rijkt met een oneindi­ge com­plex­iteit en fan­tasie. Het is snel duidelijk dat de man een eigen uni­ver­sum met kleuren­codes en een eigen nieuwe taal nodig had als hou­vast, en niet alleen als fan­tas­ma. Zo was hij er heilig van over­tu­igd dat zijn uitvin­din­gen daad­w­erke­lijk func­tion­eer­den. Hij stu­urde bijvoor­beeld ooit een ontwerp van een raket op naar de NASA, die een zeer vrien­delijke brief van ont­vangst hebben terugges­tu­urd. “Your con­tri­bu­tion will be con­sid­ered, and if it is found to have use­ful appli­ca­tion we shall write to you fur­ther.” Lief hoor, van die NASA. Hem een beet­je in de waan lat­en. Bour­geoisie. De werken die ten­toongesteld wor­den, zijn een samen­stelling van hec­tis­che tech­nis­che tekenin­gen met zijn eigen com­men­taar erbij. Zo zien we “Machine à écrire avec l’au-delà”, een uit­ge­brei­de teken­ing waarin Per­drizet een AZER­TY-toet­sen­bord voor de doden heeft gemaakt. Want een alfa­bet is ook maar saai. Prachtig om te zien hoeveel tijd en denkw­erk in deze ontwer­pen om te com­mu­niceren met de dood gaan. Vol­gens de gids had hij dat echt nodig: “Per­drizet was een zeer een­zame mens.” In zijn tekenin­gen zien we de ver­woede poging om toch te kun­nen com­mu­niceren. Daar­naast is het leuk om te weten dat hij ook echte ‘believ­ers’ had. De Marc Peeters-en zijn ook van alle tij­den. 

 

Stranger Things

De jong­ste kun­ste­naar die ten­toongesteld wordt, heet Matthew Knee­bone. De focus van zijn werk ligt bij het para­nor­male: aura’s en mensen die geloven dat ze zodanig elek­trisch geladen zijn dat ze elec­tron­i­ca kun­nen beïn­vloe­den. Een fenomeen dat trouwens ook bij ‘ghost hunt­ing’ gebruikt wordt. Vele mensen geloven dat helderzien­den en para­nor­maal begaafde mensen elec­tron­i­ca afs­toten. Gaat jouw iPhone vaak kapot? Pro­fi­ci­at, u kan com­mu­niceren met de doden! Of u laat hem gewoon te veel vallen wan­neer u dronken naar uw ex aan het sms’en bent dat u nog steeds van hem/haar houdt. In bei­de gevallen heeft u psy­chol­o­gis­che hulp nodig.
Het werk van Knee­bone is een com­bi­natie van zwart-wit­tekenin­gen, gaande van satanis­che bat­ter­i­jen tot het ver­band tussen com­put­er- en biol­o­gis­che virussen – een vergelijk­ing (tech­nolo­gie vs. biolo­gie) die wel vak­er terug­keert in het werk van Knee­bone. Ook hangen er in dezelfde zaal opnames van Sig­mar Polke, die probeerde om aura’s te fotografer­en met behulp van radi­ol­o­gis­che stral­ing.

“Het exper­i­ment werk­te beter met alco­hol”

Paraboozen

Tot slot wordt ook nog een stuk­je geschiede­nis van de psy­chi­a­trie ten­toongesteld met Ger­ard Hey­mans. De Ned­er­lan­der probeerde vanu­it zijn woonkamer op een weten­schap­pelijke manier déjà vu’s, telepathie en woord­vervreemd­ing te verk­laren. “Hij voelde zich alti­jd aangetrokken tot het occulte, maar vond het vooral inter­es­sant om de fenome­nen te ontkracht­en”, vertelt Lam­ot. Met de hulp van enquêtes tra­chtte hij te achter­halen hoe deze mys­terieuze fenome­nen kon­den ontstaan. Zijn vrouw was daar­bij het voor­naam­ste proe­fkoni­jn. We voe­len een diepe ‘ocharm’ in ons weke ges­tel opbor­re­len. Enquêtes alle­maal goed en wel, maar zijn eigen cre­aties zien er ver­dacht pijn­lijk uit. Of miss­chien heet dat kinky te zijn. Alleszins: Hey­mans ont­dek­te dat de hoog­ste vorm van vervreemd­ing deper­son­al­isatie is: de realiteit komt dan in niets meer voor zoals ze is. Om zich te pro­fes­sion­alis­eren kreeg hij uitein­delijk van de uni­ver­siteit toch een plek­je, maar het is maar de vraag of hij daar eigen­lijk thuishoorde. “Douwe Draais­ma heeft in 1990 zijn testen opnieuw gedaan, en daaruit bleken bepaalde zak­en wel te klop­pen, zoals bijvoor­beeld het feit dat déja vu’s vak­er voorkomen dan deper­son­al­isaties, maar het meren­deel bijvoor­beeld over karak­tertrekken bleek toch niet weten­schap­pelijk te zijn. Het was een begin van onder­zoek, maar het heeft ons niet echt veel geleerd.” Toch wil de gids geen­szins zijn intel­li­gen­tie onder­schat­ten. Ook zeer inter­es­sant vin­dt ze zijn telepathie-onder­zoek. “Hey­mans vond maar één proef­per­soon waarmee hij echt goed kon werken. De test werk­te sim­pel met een getal dat je moest raden van de ander. In 30%-40% van de gevallen luk­te het. Wat opval­lend was, is dat het beter werk­te met alco­hol – tot 67%. Hoe meer je verd­waasd bent, hoe gemakke­lijk­er dus.” We knikken begri­jpend. Para­psy­cholo­gie, it must be fun!